Hillegersberg van 1920 tot 1941

De politieke situatie
Sinds 1907 was Jhr. Volkert Huibert de Villeneuve burgemeester van Hillegersberg, in 1924 werd hij opgevolgd door Frederik Hendrik van Kempen. Hillegersberg was een overwegend confessionele gemeente, met 11 zetels in raad, in 1931 uitgebreid naar 17.  Enkele van de wethouders waren: Breedveld, Daniels, Siezen, Spronkers en Terwiel. Zeer opvallend was de uitslag van de proviciale verkiezingen in 1935. Voor het eerst deed de NSB mee. De NSB kreeg 17% van de Hillegersbergse stemmen.

Veel woningbouw
In 1920 telde de gemeente 5.000 inwoners. De gemeente Hillegersberg bereidde vanaf 1920 een uitbreidingsplan voor. De opdracht ging naar het architectenbureau Granpré Molière, Verhagen en Kok dat ook tuinstad Vreewijk had ontworpen. Als belangrijkste uitgangspunt gold het behoud van de grote wateroppervlakten met hun bestaande contouren. Plantsoenen, een open bebouwing en wandelwegen  ‘die tot een verblijf van korte en lange duur op of aan het water uitlokken’ werden toegevoegd. Ten noorden van de Bergse Achterplas, als uitbreiding van de oude dorpskern, was een ‘tuinstadswijk’ gedacht. Direct aan de Bergse Achterplas werd voortgebouwd op de ruime verkaveling met woningen voor de betere middenstand en met villa’s en landhuizen. Het uitzicht op het water mocht niet worden belemmerd. Voor zover niet bebouwd waren de oevers bestemd voor de aanleg van plantsoenen. Langs de westelijke en noordwestelijke rand van de tuistadswijk waren arbeiderswoningen gepland.

Tussen 1920 en 1930 werd veel gebouwd: het Berglustkwartier en Kleiwegkwartier. Een belangrijke bijdrage aan de groei leverde o.a. wethouder Maarten Dijkshoorn, die na 40 jaar gemeenteraadslidmaatschap in 1927 afscheid nam. Hij kreeg bij besluit van 6 december 1927 een bijzonder afscheidscadeau: een nieuwe laan werd naar hem genoemd. Voor nieuwbouw in Hillegersberg was in de jaren '20  L.N. Krijgsman jr. een veelgevraagd architect. In het Berglustkwartier kwamen naast herenhuizen ook de eerste 'woonblokken' van 3- en 4-hoog met verschillende woningen, hier was Jan Hendriks de projectontwikkelaar.

Ook rond de Straatweg werd veel gebouwd. Op de eilanden in de Bergse Achterplas bouwden Rotterdamse stadsbewoners vanaf de jaren twintig kleine zomerhuizen, de  ‘plashuisjes’. De gemeente Hillegersberg stond dit toe, maar stelde eisen aan het maximaal te bebouwen oppervlak en aan de bouwhoogte. De Bergse Plaslaan is vanaf 1920-1921 complexmatig bebouwd, bedoeld voor forensen. Plasoord ontleent zijn naam aan de buitenplaats Plasoord. De eigenaar liet de buitenplaats in 1926 afbreken, zodat hij de grond aan de gemeente kon verkopen voor de bouw van een villapark. In 1932 werd de zijstraat Wilgenoord aangelegd en ook daar verrees een villapark.

Het Uitbreidingsplan uit 1933 voorzag ook de bebouwing van Polder 110 Morgen. Voor het zuidelijke gedeelte van de polder was een ontwerp gemaakt dat aansloot op de verkaveling van het Berglustkwartier. Het noordelijke gedeelte van de polder was bestemd voor de aanleg van een begraafplaats. Als randgemeente van Rotterdam werd Hillegersberg vestigingsgebied van kleine en gewone middenstand. De tot eind jaren ‘30 gebouwde huizen hadden een te hoge huurprijs, dus was er een nijpend tekort ontstaan aan woningen voor de minder gesitueerden.Het uitbreidingsplan werd in 1933 en in 1939 dan ook herzien. In 1931 had Hillegersberg 15.000 inwoners, in 1936 21.000 tot 26.000 in 1941.

Infrastructuur
In 1920 kreeg de Bergweg de naam Straatweg en werd verbreed door de sloten aan weerszijden te dempen. De functie van de straat verbeterde zeer, maar de straat verloor wel zijn oude allure. Ook kreeg de Straatweg zijstraten op de landtongen.
In de jaren '30 verloor het Boterdorps Verlaat dat de Voorplas met de Rotte verbindt, zijn functie als schutsluis. Het is sindsdien alleen nog een verlaat om het waterpeil te regelen.

Leven in Hillegersberg
Hillegersberg 'verstedelijkte'. De tol, die al in 1734 op de Bergweg was ingesteld, werd eind 1929 opgeheven. Er kwamen nieuwe scholen en kerken. Eind 1930 werd de Christus Koningkerk op het Statenplein in gebruik genomen. In 1933 werd, vooral ten behoeve van de nieuwe inwoners, de eerste jaarlijkse gemeentegids uitgegeven. De Gids voor 1937 is digitaal door te bladeren. De laatste gids verscheen in 1939.

Het 'bedrijfsleven' ontdekte Hillegersberg, maar er bleef een belangrijk agrarisch accent. Tot in de jaren '30 waren de koeien van boer Poot een bezienswaardigheid. De koeien graasden op een grote weide aan de Ringdijk, maar de stallen waren bij de boerderij Vruchtenburg aan de Straatweg. De koeien maakten sjokkend reglmatig 'een rondje Achterplas'. Bedrijven die kwamen waren o.a. de in 1921 opgerichte Hillegerbergsche Houthandel. Deze houthandel vestigde zich aan de Rechter Rottekade. In 1938 vestigde de Sunrise limonadefabriek zich aan de Adriaan van Matenesselaan. In Hillegersberg waren en bleven veel publiek trekkende 'uitspanningen' als Plaats Lommerrijk en Plaswijck . Op zomerse dagen kwamen vele duizenden bezoekers en werden extra trams met bijwagen naar en van Hillegersberg ingezet. Een grote slag was echter het afbranden op 23 januari 1934 van het logement "Het wapen van Holland" ("Freericks" in de volksmond). Aan herbouw viel niet te denken.

Bekende Rotterdammers kwamen hier met hun gezinnen wonen zoals de kunstschilder Herman Bieling, de ontwerper Jaap Gidding en de architect J.J.P. Oud. Ook woonde en werkte de kunstschilder Marius de Jongere in Hillegersberg. Henk Chabot ging in 1934 net over de grens van Hillegersberg, aan de Rotte in Bergschenhoek wonen en werken.

Relatief veel Hillegersbergenaren waren lid van de NSB:  in 1935 1046 leden op een bevolking van 10.000. De aanhang werd minder toen de NSB zich antisemitisch profileerde. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het bombardement op Rotterdam had ook gevolgen voor Hillegersberg. Er vielen enkele afzwaaiers in Hillegersberg, veel Rotterdammers trokken naar Hillegersberg. Zij werden aanvankelijk in Lommerrijk opgevangen. Veel gezinnen vonden een woning in Hillegersberg. In 1941 werd de gemeente Hillegersberg (met inmiddels 24.000 inwoners) opgeheven en bij Rotterdam gevoegd.

Vanaf 1924: annexatieplannen van Rotterdam

Het gemeentebestuur van Rotterdam gaf in 1924 zijn directeur Plaatselijke werken, De Roode, de opdracht een plan te ontwerpen voor de uitbreiding van de stad. Dit leidt in 1926 tot een brief van Rotterdam aan de provincie dat in Hillegersberg de drinkwatervoorziening en de riolering ernstig te wensen over lieten. In 1927 diende Rotterdam bij de provincie zijn plannen in voor de annexatie van veel van de omliggende gemeenten voor uitbreiding van de haven, woningbouw en recreatiegebied. Bij Rotterdam zouden o.a. moeten komen: Hillegersberg, Schiebroek, Overschie, Schiedam, Vlaardingen en IJsselmonde, alsmede delen van Capelle, Krimpen aan den IJssel en Krimpen aan de Lek, Barendrecht, Rhoon Portugaal en Rozenburg.

De betreffende gemeenten waren door Rotterdam niet op de hoogte gebracht van de publicatie van de annexatieplannen. Het verzet uit de regio was groot en had ten dele succes: in 1929 laat de provincie weten "voorlopig" af te zien van het integrale plan en zich te beperken tot de havenuitbreidingen. Het Rotterdamse voorstel wordt uiteindelijk in 1933 definitief door de provincie afgewezen, met uitzondering van Hoogvliet en Pernis: zij moesten er aan geloven vanwege de aanleg van de havens voor de petroleumindustrie.

Deze annexatieplannen van de jaren '20 en '30 waren afgewend, maar er bleven initiatieven tot annexatie van delen rond het tot dan bestaande Rotterdam. Uiteindelijk zouden Hillegersberg, Schiebroek en andere tot dan zelfstandige gemeenten in 1941 definitief bij Rotterdam komen. En ook later moesten randgemeenten als Capelle aan den IJssel en Zevenhuizen grondgebied aan Rotterdam afstaan, en werd de gemeente Rozenburg aan Rotterdam toegevoegd.

1922-1933 Bouw van het Berglustkwartier

Gedurende de jaren '20 en '30 is het Berglustkwartier ontwikkeld en grotendeels bebouwd. In 1921 werd het weidegebied direct ten westen van de oude dorpskern - het gebied dat eerder als tuinstadswijk werd gedacht – als bouwgrond geveild. De Maatschappij tot Exploitatie van onroerend goed “Vooruitstrevend” van de bouwondernemer en zakenman Jan Hendriks Sr.  (1876-1953) werd eigenaar van de grond. "Vooruitstrevend" verwierf ook de gronden direct ten noorden van de Bergse Achterplas en maakte voor het gehele gebied een stratenplan. Vanaf de Straatweg bouwde hij vanaf 1922 langs de Berglustlaan en de Bergluststraat. Voor het ontwerp van de woningen zijn verschillende architecten gevraagd, onder anderen architecten M.C.A. Meischke en A. Krijgsman. Het resulteerde in een compacte woonbuurt met aantrekkelijke, ‘onder architectuur gebouwde’ woningen.

De gemeenteraad stelde in 1927 het stratenplan voor het Berglustkwartier vast. Geheel in lijn met de eerdere uitgangspunten van het uitbreidingsplan ging het oorspronkelijke stratenplan uit van open bebouwing in het zuidelijke gedeelte (nabij de Bergse Achterplas) en halfopen bebouwing in het noordelijke gedeelte. Het stratenplan volgt het patroon van de kavelsloten en de structuur van de middeleeuwse polder. Het stratenplan eindigt bij de abrupte overgang naar de achttiende-eeuwse polder die enkele meters dieper ligt. Enkele poldersloten bleven als waterloop behouden, zo werd de Molensloot ingericht als de Hoyledesingel. De overige sloten werden gedempt voor de aanleg van straten. 

Bouw van het Kleiwegkwartier

Het sterk groeiende inwonertal van de buurgemeente Rotterdam resulteerde in de bouw van veel goedkope woningen met weinig groen. Zo raakte ook in de loop van de jaren '20 het platteland ten noorden van de Ceintuurbaan bebouwd: de wijk Hillegersberg-Zuid of wel het 'Kleiwegkwartier'. De Kleiweg en de aanliggende straten hadden een stedelijk karakter met aan weerszijden van de weg woningen in twee, soms drie of zelfs vier bouwlagen. Er kwamen scholen, kerken, winkels en café's. Enkele kleine arbeidershuisjes uit de agrarische periode bleven gespaard. Aan de Kootsekade werd in 1923 een tramremise in gebruik genomen. 

Tramremise aan de Kootsekade

1929: Opheffing van de tol

Om de kosten van de aanleg van wegen die  steden en gebieden met elkaar verbonden enigszins terug te verdienen ging de rijksoverheid tol heffen. In Hillegersberg kwam in 1734 een tol op de kruising Straatweg-Kleiweg-Kootsekade. In 1749 werd het tolrecht overgedragen aan Hillegersberg. In 1920-1925 werd parallel aan de Kleiweg de Juliana van Stolberglaan aangelegd. Het werd daardoor mogelijk om gratis het Kleiwegkwartier in de komen en/of verder te reizen via de Straatweg. In 1924 werd daarom het tolhuisje verplaatst naar de hoek Straatweg- Juliana van Stolberglaan. 

De Tolgaarder deed dienst van ’s ochtends 4.00 uur tot ’s avonds 11.00 uur. Tolgaarders waren een vraagbaak voor vreemdelingen. De Tol was niet erg geliefd in het sterk uitgebreide en ‘moderne’ Hillegersberg en werd per 31 december 1929 opgeheven. De laatste tolgaarder was A.W. Cossee. De opheffing leidde tot een arbeidsconflict met de gemeente. Hij werd uitgever en maakte vanaf 1934 gedurende enkele jaren de gemeentegidsen van Hillegersberg en Schiebroek.

1936: Sloop villa Françoise, Dorpsstraat 18

Villa Françoise, ooit het  meest aanzienlijke pand van Hillegersberg genoemd, was de pastorie van de Nederlands Hervormde gemeente Hillegersberg. De villa was een dubbel woonhuis en had een tuin aan de Bergse Voorplas.

Van 1930-1936 woonde M.J. (Rie) Brusse, een van de bekendste journalisten van Nederland, met zijn gezin in de villa.

In 1936 werd het monumentale pand door de gemeente Hillegersberg gekocht om te worden afgebroken voor een "nieuwe weg langs de Plas", de latere Weissenbruchlaan.

1940-1941: De eerste oorlogsjaren

Op 10 mei 1940 breekt de oorlog uit. Het gemeentebestuur blijft zijn werk doen, zo goed als dat kan. Na het bombardement van Rotterdam was lijn 10 op 28 mei 1940 de eerste tram die over op de Coolsingel reed, van Hillegersberg in de richting van de Westzeedijk naar Spangen, zij het overigens met gesloten deuren. 

Ook in Hillegersberg waren er spontane 'spontane manifestaties van trouw aan het huis van Oranje'. De bezetter trad op tegen alle Oranje-uitingen. De Prins Bernardkade ging Voorplaskade heten.

Hillegersberg groeide verder door de grote stroom Rotterdammers die zich na het bombardement hier blijvend vestigden. Met de ruim 26.000 inwoners beschouwde Hillegersberg zich meer en meer als een stedelijke gemeente. Hillegersberg hoorde in 1941 in grootte tot de top-10 van de provincie Zuid-Holland. Toch ging de discussie over annexatie door Rotterdam door...

1941: De gemeente Hillegersberg opgeheven.

Onontkoombaar
De gemeenteraad van Hillegersberg ziet in zijn vergadering van 14 mei 1941 een mogelijke annexatie als onvermijdelijk. Op zaterdag 17 mei 1941 is er in de achterzaal van het Plaswijckpaviljoen een mogelijkheid voor de bevolking om in discussie te gaan met de burgemeesters en wethouders van Hillegersberg, Schiebroek, Overschie en IJsselmonde over een aanstaande samenvoeging met Rotterdam. Het verandert niets aan de zaak. 

Het gemeentebestuur nam nog enkele 'historische' besluiten. Als een soort verzetsdaad werden nog voor de annexatie de Bergsingel en de Verlengde Bergsingel omgedoopt in de Burgemeester F.H. van Kempensingel (besluit van B&W van Hillegersberg van 15 mei 1941). Bij besluit van 23 juni 1941 kreeg Adrianus Johannes Breedveld (wethouder van 1919 - 1931) een singel naar zich genoemd. Het 'gewone' leven ging door. In 1941 viel 29 juni, de verjaardag van Prins Bernard, op een zondag. De organist van de Hillegondakerk zette na de dienst bij de geopende kerkdeuren het Wilhelmus in... Het kostte hem een jaar gevangenschap.

Op 15 juli 1941 kwamen vijf notabele Hillegersbergenaars bijeen: wethouder Spronkers, de arts Jongerius, bankdirecteur Van Leeuwen, oud-tolgaarder Dries Cossee en de predikant Snethlage. Het doel was het scheidende gemeentebestuur een afbeelding van een toekomstig geschenk te geven: een herinneringsbank. De Hilllegersbergse beeldhouwer Edema van der Tuuk maakte het ontwerp. De bank is er nooit gekomen...

De laatste vergadering
Op 31 juli 1941 vindt de laatste gemeenteraadsvergadering van Hillegersberg plaats. Burgemeester van Kempen  krijgt een wandbord als afscheidscadeau.Na de vergadering en toespraken is er in het Plaswijckpark een drukbezochte afscheidsreceptie voor de burgerij met een borrel na afloop.

Onderdeel van Rotterdam
Hillegersberg werd zonder het uitschrijven van nieuwe gemeenteraadsverkiezingen op 1 augustus 1941 onderdeel van Rotterdam. Als (enige) vertegenwoordiger van Hillegersberg werd het raadslid Breedveld, de nestor van de gemeenteraad van Hillegersberg met 23 dienstjaren, benoemd in de raad van Rotterdam.

In Hillegersberg kwam een hulpsecretarie van Rotterdam voor de inwoners van Hillegersberg en Schiebroek. De oud-gemeentesecretaris van Hillegersberg, Van Ballegooij, en oud-locosecretaris, Roodvoets kregen de leiding van de hulpsecretarie.