Hillegersberg van 1817 tot 1920: wonen en werken

Wonen
In de 19e eeuw werden langs de uitvalswegen van de dorpskern van Hillegersberg, zoals de Grindweg, verschillende boerderijen gebouwd. De Bergweg (vanaf 1916 de Straatweg geheten) werd in 1818 bestraat: op 22 april werd op plechtige wijze de eerste steen gelegd. Enkele rijke Rotterdammers kochten gronden op langs de Bergse Voor- en Achterplas en gingen wonen op hier door hen gestichte grote buitenplaatsen. Er verschenen steeds meer villa’s en landhuizen aan de Bergweg. De negentiende-eeuwse buitenplaatsen aan de Bergweg hadden soms een meer een recreatieve functie dan een woon-werk-functie. De nieuwe villa's hadden grote tuinen en vaak een theekoepel. De oudere buitenplaatsen veranderden mee in die trend. Ook werden kleine landhuizen aan de Bergweg gebouwd. Zo ontstond aan de Bergweg een gemengde bebouwing van boerderijen en herenhuizen. De eerste uitbreidingen in het zuiden van Hillegersberg vonden plaats bij het buurtschap De Koot tussen de Bergweg en de Rotte. 

Ook elders stonden boerderijen, landarbeidershuizen en 'buitens', zoals bij de Grindweg. Daar was Huize Bergsteijn met een koetshuis, Huis ter Bergh met grote kassen (nu een plantsoentje hoek Bergse Dorpsstraat en Argonautenweg) en de boerderij van Dijkshoorn (daar is nu de kantine van Albert Heijn). Bij het Huis ter Bergh hoorde nogal wat land, in 1938 liet men op een hoekje een aantal woningen bouwen en een café: café Van Eijk.

In 1885 telde Hillegersberg ca. 2000 inwoners, met name in het lint Bergweg-Straatweg-Dorpsstraat-Grindweg. De kern is rond de Dorpsstraat, buurtschappen waren Terbregge en de Koot. Rond 1900 was er langs de Kleiweg slechts een beperkte lintbebouwing van boerderijen en daaraan verwante functies. Bij het Boterdorps Verlaat was ook een buurtschapje, met een bakker en een café. Tussen de Uitweg en de Overschiese Kleiweg lag de dorpskern van gemeente Schiebroek. 

De Hillegondakerk werd door een groot deel van de ca. 1700 hervormden gebruikt. De ca. 250 katholieken kerkten in Bergschenhoek. De enkele tientallen joodse en lutherse inwoners kerkten in Rotterdam.

In 1908 werd de gasfabriek aan de Oranje Nassaustraat (nu: Philips Willemstraat) in gebruik genomen. Sindsdien beschikte Hillegersberg over een gasnet. In straten kwamen gaslantaarns die door een ambtenaar dagelijks werden aan- en uitgedaan. Voor de levering van elektriciteit sloot de gemeente in 1910 een overeenkomst met Rotterdam, in 1913 begon de levering feitelijk.

In 1909 werden bij Station Rotterdam-Noord in opdracht van J.E. Dulfer het Villapark gebouwd: 19 Jugendstil villa's, ontworpen door Jan van Teeffelen. De ontwikkeling van grotere nieuwe woonwijken in Hillegersberg begon vanaf 1920 met de bouw van het Berglustkwartier.

In 1913 werd aan de Straatweg de eerste steen gelegd voor een tehuis voor gehandicapte kinderen, een initiatief van de familie De Monchy: de Adriaanstichting. In 1977 verhuisde de Adriaanstichting naar de Ringdijk 84. In de jaren '80 brandde het gebouw grotendeels af en werd het gesloopt.

In Hillegersberg was een actieve Oranjevereniging. Elk jaar werd weer uitgekeken naar de gondelvaarten op de Bergse Plas op Koninginnedag, 31 augustus. 

Werken
Het vele water zorgde voor inkomsten uit binnenvisserij op aal en paling en de jacht op ganzen, eenden en watersnippen. Op het overgebleven land werd akkerbouw en veeteelt bedreven. De ca. 500 hectaren land  bestond vooral weiland, maar er was ook hooiland en er werd o.a. tarwe, gerst, rogge en haver verbouwd. Een bijzonder bedrijf was 'De Hygienische Melkstal De Vaan' die van 1908 tot 1923 gevestigd was aan de Straatweg tegenover Lommerrijk. Deze modelboerderij had als een van haar doelstellingen het terugdringen van de zuigelingensterfte door de verstrekking van gezonde melk, vrij van tuberculose bacillen. Het agrarisch bedrijf was rond 1900 nog een wezenlijk onderdeel van de Hillegersbergse samenleving. Er werden ook nieuwe boerderijen gebouwd. Zo werd in 1908 in opdracht van de Negotiatie aan de Grindweg bij de gemeentegrens met Bergschenhoek de 'negotiatieboerderij L.I.Z.B. no. 17' gebouwd, ook wel de "Corneliahoeve".

Ook was er werkgelegenheid in winkels, transport en kleinere ondernemingen, scheepswerfjes en molens. Rond 1840 kwam langs de Bergse Rechter Rottekade scheepswerf Wurth. A.F.D. (Anton) Hueck begon in 1890 in de Dorpsstraat een loodgietersbedrijf. In 1910 legde Bastiaan Tol de basis voor de fameuze slagerij Tol, inmiddels hofleverancier. Er waren ook -voor de huidige tijd 'vreemde'- ambachten zoals die van de 'zakkenwassers': jute zakken, waarin verschillende goederen werden opgeslagen, werden in de plassen uitgewassen.

Er stonden papiermolens aan de Strekkade: de molen "De Vriendschap" (afgebrand in 1882 na blikseminslag) en "Het Lam" (afgebrand in 1881 door warmlopen van de as). Deze molens zijn nu weg, maar de arbeidershuisjes die bij de molens hoorden staan er deels nog, zij het aangepast aan onze tijd. Tussen de molens heeft over de Stekvaart een hefbrug gelegen. De korenmolen "De Korenbloem" stond aan de Bergse Achterplas (aan het eind van de Molenstraat, nu Molenwerf). Deze molen verving in ca. 1887 de in 1885 verbrande molen. De nieuwe molen had, uit oogpunt van brandveiligheid, geen rieten kap. In 1877 kreeg de molen een locomobiel om ook bij windstil weer graan te kunnen malen. In 1920 is de molen omgebouwd tot een automatische bloemfabriek. In 1930 is het geheel gesloopt. Naast "De Kolenbloem" is er de korenmolen "De Vier Winden" in Terbregge en was er de korenmolen "De jonge Jacobus", in 1793 gebouwd aan de Straatweg en in 1880 gesloopt. Rond 1880 fungeerden ook twee zaagmolens. Het waren de "Eikenboom" aan de Bergse Rechter Rottekade bij de Ceintuurbaan en "het molentje van Luyt" aan de Terbregse Linker Rottekade, ongeveer waar nu de Alexanderkerk staat. Beide molen zijn afgebroken. Ook waren er twee oliemolens: "De Koot", die van 1776 tot 1905 aan de Bergse Rechter Rottekade stond en de "Oliemolen van Heus"  (gesloopt in 1910). 

Rond 1900 lag een tal van scheepswerfjes aan de drukbevaren Strekkade. Er was beurtvaart in de Stekvaart voor het transport van turf en van papier. Tot de jaren '30 werd hier 'spoeling' over het water vervoerd: een stinkend afvalproduct van de Schiedamse jeneverstokerijen. Spoeling werd toegevoegd aan veevoer. Op de terugweg ging mest mee voor de tuinders langs de Rotte.

Er kwam vanaf 1900 wat meer industrie, met name nabij de nieuw aangelegde spoorlijnen, zoals een touwslagerij, een papierfabriek, een (stoom)aardappelensiroopfabriek, een sigarenfabriek. Tussen de Kleiweg en de Ringspoorweg vestigde zich de fabriek van Allan & Co, die o.a. meubelen, trams en treinstellen bouwde. De grond hadden ze in 1911 verworven, in 1916 gingen ze bouwen. Na het faillissement van Allan in 1959 werd het complex de centrale werkplaats van de RET.

Aan de Kootsekade in het verlengde van de Kleiweg en langs de Rotte was ook enige bedrijvigheid. In 1915 werd aan de Philips Willemstraat de eerste steen gelegd voor de vestiging van de N.V. De Verenigde Blikfabrieken. Eind jaren '80 is de fabriek gesloopt; nu zijn daar woningen. In 1917 verhuist de vijlenfabriek Watson naar een nieuwgebouwde fabriek aan de Uitweg. In de jaren '20 verwerft R.S. Stokvis & Zonen een belang in Watson. De merknaam van de vijlen wordt Sandford. 

Verkeer
Pas in 1817 werd een begin gemaakt met de bestrating van de wegen. Begonnen werd met de Bergweg. De Bergweg heette voor 1897 Blommersdijkseweg. Deze weg was een deel van de zeedijk uit de 12e eeuw. Aan het begin van de 20ste eeuw hadden al vrij veel mensen een fiets, slechts een enkeling had een rijtuig of een auto.

Het tolhuisje op de Kleiweg/ Straatweg is in 1907 gesloopt en verplaatst naar de andere kant van de straat. het houten tolhuisje stond aanvankelijk op de noordwestelijke hoek van de viersprong Straatweg-Kleiweg-Kootsekade. Iedereen moest betalen, of je nu per rijtuig, auto of fiets verder wilde rijden. Per 1 januari 1930 werd de tol opgeheven.

Openbaar vervoer
In 1882 kwam de paardentram Rotterdam-Hillegersberg tot stand. Deze werd geëxploiteerd door de "Schielandsche Tramweg-Maatschappij", waarvan de heer Freericks (van café Freericks) de initiatiefnemer was. De tram reed vanuit de stad over de Bergweg naar eindpunt Tivolibrug en later ging de paardentram door tot aan de Dorpsstraat. Op de Bergweg (Straatweg) ter hoogte van Huize Bijdorp was de wisselplaats voor het passeren van de nog op één baan rijdende paardentrams. In 1883 opende Freericks een omnibusdienst tussen Bleiswijk en Hillegersberg.
De remise van de paardentram werd in 1884 gebouwd. Deze stond ter hoogte van het huidige Plaszicht. De tram bracht de mensen naar de plassen, 's zomers om er te varen en 's winters om er te schaatsen. Een extra vreugde was het als een rit in de open tram kon worden gemaakt. Per 1 januari 1919 werd de exploitatie van de paardentram overgenomen door de RETM.

In Hillegersberg kon men met het openbaar vervoer ook weer verder reizen naar Bergschenhoek en Bleiswijk. Freericks exploiteerde de Tram-Omnibusdienst tussen Rotterdam-Hofplein en Hillegersberg en verder tot Bleiswijk, met een regelmatige dienstregeling.

In april 1897 beschreef J. Stout in "Omgeving en geschiedenis" het aldus: "Een geliefkoosde wandeling van vele Rotterdammers is de Bergweg. Heerlijk wordt hij beschaduwd door een dubbele rij boomen. Aan weerskanten liggen mooie vila's met keurig aangelegde tuinen. Verscheidene speeltuinen geven gelegenheid tot verfrissing en vermaak. Schommels, wippen, rekstokken, ringen en andere toestellen lokken de kinderen en ook wel volwassenen tot spelen. Tot roeien is er eveneens gelegenheid, roeien op de uitgestrekte Bergsche plassen. 's Winters vermaken zich duizenden schaatsenrijders op de spiegelgladde banen. De grootste tuin van vermaak ligt aan het einde van den Bergweg in het dorp Hillegersberg. Een tram en een tram-omnibus voeren gestadig de reizigers van Rotterdam naar Hillegersberg en terug.".

De paardentram reed van het Hofplein naar uitspanning Freericks. Van Freericks tot aan Huize Bijdorp ging de paardentram over enkel spoor.