Hillegersberg en Schiebroek, na 1941 onderdeel van Rotterdam: wonen en werken

Het leven in de oorlogsjaren
Hillegersbergenaren waren op afstand getuige van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Stromen Rotterdamse 'vluchtelingen' vonden onderdak in Hillegersberg en Schiebroek, waar als gevolg van de crisis, veel huizen leeg stonden. In de eerste tijd van de bezetting ging het leven 'gewoon' door, zij het dat de vrijheid al snel ernstig werd ingeperkt. Er heerste grote angst, niet alleen voor de Duitsers, maar ook door de oorlogssituatie. Duitse militairen werden in Hillegersberg in verschillende schoolgebouwen ondergebracht zoals in het Liduinacomplex en in de scholen op het Jacob Marisplein en in de Adriaan van Matenesselaan. Ook bij particulieren werden veel Duitsers ingekwartierd.

Op 3 oktober valt een brandbom op de Ceintuurbaan. Op 11 oktober is er een bominslag aan de Achterweg. Op 28 januari 1942 valt er weer een bom op de Ceintuurbaan. En op 20 september 1942 valt een vierde bom in deze omgeving: op de Willem van Hillegaersbergstraat. Maar tegelijkertijd waren er ook positieve gebeurtenissen, zo werd in 1942 een boeken-uitleenpost aan de Rozenlaan 20 geopend.

Hillegersberg en Schiebroek vormden geen uitzondering bij de Jodendeportaties. In de periode tussen 30 juli 1942 en 10 april 1943 werden 203 Hillegersbergse Joden gedeporteerd, uit Schiebroek 45. Opmerkelijk is dat deze aantallen wel bekend zijn, maar die van overlevenden nauwelijks. In Hillegersberg zijn ook slachtoffers gevallen als represaillemaatregel van de Duitsers. Toen in november 1944 wapens werden aangetroffen in een keet van de voetbalvereniging VOC aan de Kleiweg werden Adrianus van Os en Rolandus Vermeulen ter plekke gefusilleerd. Ter nagedachtenis staat daar nu een monument.

Aan het begin van de Adrianalaan bij de Ringdijk was de uitspanning 'De Gouden Leeuw' (nu: 'Brasserie Thuis'). Hier kon je beter niet komen, het was een bekend ontmoetingspunt van 'foute mensen' (NSB-ers). Halverwege de Adrianalaan was een Duitse uitkijkpost op de toren van het wijkgebouw Arcadia. Er stonden ook Duitse zoeklichten om Engelse vliegtuigen te spotten. Aan het einde van de Adrianalaan, voorbij de spoorwegovergang, was een Duitse kazerne in en om de boerderij aan de de weg tussen de Bovendijk en de veiling van Rodenrijs. 

Jongere kinderen pasten zich aan aan de oorlogssituatie. Niet altijd zonder risico, maar dat beseften ze zich niet. Zo zagen ze Britse en Amerikaanse vliegtuigen overvliegen en speelden ze het bombarderen na door met gespreide armen te rennen en voorwerpen te laten vallen in op de grond gekrijte cirkels met daarin namen van Duitse steden. Ze roetsjten van de schuilkelder op het Bergpolderplein. Dat leverde een enkele keer strafregels op. "Een schuilplaats is geen speelplaats maar een noodinrichting" moest van 'oom agent' tientallen malen worden uitgeschreven.

De razzia’s voor de Arbeitseinsatz op 10 en 11 november 1944 waren ook in Hillegersberg en Schiebroek buitengewoon heftig. Mannen van 17-40 jaar moesten op straat gaan staan en werden afgevoerd naar de tramremise op de Kootsekade. Aldaar is nu nog een gedenkplaat voor de 54.000 afgevoerde mannen die als dwangarbeider naar Duitsland werden afgevoerd. De jaarlijkse tocht op 4 mei voorafgaand aan de dodenherdenking start nog steeds van deze plaats.
Een ooggetuige schreef op dat op 10 november 1944 in de vroegte in Hillegersberg 14.000 militairen kwamen. Zij begonnen meteen met de razzia, zodat vluchten of verstoppen praktisch onmogelijk was. De straten waren vol Duitsers. Schooljongens, die zich juist klaarmaakten om naar school te gaan werden meegenomen. Veel vrouwen gingen naar de marinierskazerne aan het Toepad omdat daar de jongens en en mannen naar toegebracht zouden zijn. De mannen uit Hillegersberg bleken linea recta via de Hoofdweg naar Gouda te zijn getransporteerd.

Ook in Hillegersberg en Schiebroek zijn bommen gevallen. 'Per ongeluk'. Zo viel een V-1 op ca. 1 december 1944 in Schiebroek in het land ter hoogte van de Clematisstraat 23. Er was behoorlijk wat schade, alle ruiten eruit, deuren ontzet, maar geen slachtoffers.

In de hongerwinter was het bitter koud. Geen verwarming, geen eten. Op het bevroren geïnundeerde gebied achter de Molenlaan, ter hoogte van Duivesteijn, werd op 'waterkippen' gejaagd. Er was een gaarkeuken in de openbare kleuterschool van juffrouw Smits naast de Hillegondakerk. Deze kleuterschool diende als verdeelstation. De gaarkeuken zelf was gevestigd in de slagerij van Jan van Wensveen in de Dorpsstraat. Kinderen konden niet gewoon naar school vanwege de kou, op een aantal scholen moest wel twee maal per week huiswerk worden opgehaald. Tegen het eind van de oorlog werden grote delen achter de Molenlaan, in Bleiswijk, tot aan Leiden toe, door de Duitsers onder water gezet. De Duitsers zetten ook land onder water om een eventuele invasie te bemoeilijken. Om hun huizen te beschermen moest de bevolking helpen om dijken aan te leggen. Al dat water (en ijs in de winter) was, ondanks de zware tijd, een bron van vreugde voor de jeugd. 

In de polders aan het eind van de Larikslaan en de Cipreslaan werden in kuilen, die om de 25 meter werden gegraven, houten palen van anderhalve meter gezet. Aan de bovenkant verbonden met staaldraad. De bevolking werd door de Duitsers verplicht hier aan mee te werken. De palen hebben overigens de koude hongerwinter niet overleefd, ze werden 's nachts door omwonenden omgehakt en opgestookt. 

Piet Dille woonde van 1933-1958 in Schiebroek. Hij zegt daarover: "Ik heb in Schiebroek, ondanks de ellende van de oorlog, een heerlijke tijd gehad. Er was veel gemeenschapszin in een landelijke omgeving. Ik kreeg daar een strevige basis voor de rest van mijn leven.". Terzijde: Piet is getrouwd met Ans van Ommering, de dochter van Gerrit van Ommering die bij de capitulatie van Rotterdam op 14 mei 1940 met de witte vlag in de Van der Takstraat liep (zie foto). 

De voedseldroppings bij Terbregge eind april/ begin mei 1945 brachten velen soelaas. Van de voedseldroppings is op YouTube een filmpje te zien dat daar is geplaatst door Terbregge's Belang. Op de avond van de bevrijding danste iedereen met iedereen op straat. Tegelijkertijd werden de NSB'ers uit hun huis opgehaald en opgesloten. In Schiebroek gebeurde dat in de kelder van Arcadia, tot ze van daar werden opgehaald om te worden berecht.

Kort na de bevrijding
Op de avond van de bevrijding werden de NSB'ers uit hun huis gehaald en opgesloten in de kelder van Arcadia. Na de Tweede Wereldoorlog werden in Hillegersberg bevrijdingsfeesten gehouden op het terrein van Freericks. Op een veld grenzend aan de Strekkade stonden kermisattracties, waaronder een draaimolen. Op de Hoyledesingel werden huizen gevorderd door het Militair Gezag om kinderhuizen te vestigen. Weeskinderen, maar ook kinderen van afgevoerde NSB'ers.

De bevrijding was niet voor iedereen een feest: de armoede en schaarste bleven nog lang, de gaarkeukens, o.a. die aan de Elektroweg, functioneerden eind 1946 nog steeds. Er waren velen die familie en vrienden hadden verloren en dat grote verlies nog volop met zich droegen. Er waren gezinnen waar -soms door ook de omstandigheden gedwongen-  'foute keuzes' waren gemaakt en die daar na de bevrijding op werden afgerekend. Ook onschuldige kinderen van 'foute' ouders werden daar nog decennia lang op aangekeken en dat bepaalde hun jeugd en hun leven.

Ook na de oorlog kregen straten andere namen. Bij besluit van 14 juni 1945 werd het J.P.H. Dhontplein in Schiebroek omgedoopt tot Lariksplein. De oud-burgemeester van Schiebroek werd als lid van de NSB in 1942 benoemd tot burgemeester van Sliedrecht. Na de oorlog was geen plaats meer voor een straatnaam en ook niet meer als burgemeester.

De laatste echte bevrijdingsfeesten vonden plaats op de eerste Koninginnedag na de oorlog: op 31 augustus 1945. Het "Algemeen Comite voor viering van Nationale Gedenkdagen in het stadsdeel Hillegersberg" had op de Koninginnedag en de dag daarna veel activiteiten georganiseerd, er was een mooi programmaboekje (coll. Museum Rotterdam) Herauten en hoornblazers vertrokken om 7 uur 's morgens van het oude Raadhuis van Hillegersberg, er waren zanggezelschappen in de tuin van Lommerrijk, praalwagens en sportmanifestaties. En er was een grote bijeenkomst in Plaswijck, een orgelconcert in de Hillegondakerk en een optreden van het mannenkoor in de Oranjekerk.

Het leven tot in de jaren '60
Voor velen 'normaliseerde' het leven zich weer, men zette zich in voor een mooie nieuwe toekomst. Nieuwe perspectieven: zo bouwde de familie Van der Meer in 1950 de lunchroom 't Viaduct onder het NS-spoorviaduct bij station Rotterdam-Noord. En exploiteerde 'Cocky', een kleine man, aan het eindpunt van tramlijn 14 aan de Molenlaan, zeven dagen per week, een snackbar/snoepwinkel in een klein houten gebouwtje. Op de plek waar nu een apotheek is en toen was er alleen open land achter. Kinderen kochten daar voor een cent een snoepje, de tramchauffeurs dronken daar koffie.

Het land werd na de oorlog weer opgebouwd, woonhuizen en industrie. met ook de nodige tegenslagen. Zo was er ca.1950 een enorme brand in de houtopslag voor treinmeubilair van Allan aan de Kleiweg. Die brand heeft enkele dagen geduurd waarbij één Ahrens Fox water oppompte uit de Erasmussingel. Zuidwest Nederland werd ernstig getroffen door de overstromingen in de nacht van zaterdag 31 januari op 1 februari 1953. Vele honderden slachtoffers. In Rotterdam liepen tunnels vol water. Op de Straatweg spoelde het water over de tramrails.

Berucht werd in de jaren vijftig en zestig de Gekro, het destructiebedrijf aan de Bovendijk in Overschie dat bij westelijke wind door stank het woongenot danig verminderde. Ook de aanleg van het vliegveld Zestienhoven in 1957 werkte niet erg mee om de tuinstadgedachte goed inhoud te geven. Minder overlast veroorzaakten vanaf de jaren vijftig de aardolie oppompende jaknikkers ten westen van de wijk langs de spoorbaan richting Den Haag. In 2013 zijn ze buiten gebruik gesteld; het waren de laatste die in Nederland nog werkten.

Tegen het einde van de jaren zestig werd in het resterende stuk polder aan Ringdijk de kinderboerderij De Wilgenhof gesticht. Het gebied rond de kinderboerderij werd naderhand ingericht als natuurlijk aandoend park, het Berg- en Broekpark waarbij het karakteristieke laagveenlandschap in al zijn facetten wordt getoond, zo ook de Vlietsloot die ooit de grens vormde tussen de ambachtsheerlijkheden Schiebroek en Hillegersberg.

Nieuwbouw
In de oorlog gingen sommige 'oude plannen' nog door zoals de restauratie van de Hillegondakerk in 1941. In die tijd ook vastgelegd door de kunstschilder Sebastiaan Bokhorst. Omdat tijdens de restauratie geen diensten in de kerk konden plaatsvinden, is een hulpkerk, de Bergkapel, nieuw gebouwd. Dit 'tijdelijke' gebouw bleef tot 2017 in gebruik. Er werd, maar dat was toch uitzonderlijk in de oorlogsjaren 1941-1942, aan de Larikslaan 184 in Schiebroek een nieuwe katholieke kerk gebouwd: de H. Paulus. Het is een kerk in traditionalistische stijl en is ontworpen door architect C.J. van der Lubbe.

Na 1947 nam de huizenbouw bijzonder sterk toe. In hoog tempo worden na de samenvoeging met Rotterdam o.a. in Schiebroek veel flats gebouwd, soms ook met winkels zoals aan de Peppelweg en aan het Ganzerikplein.

Het Berglustkwartier werd halverwege de jaren vijftig voltooid. Aan de rand van het Berglustkwartier werd het Argonautenpark aangelegd, waardoor vooroorlogs en naoorlogs Hillergersberg met elkaar verbonden raakten, alhoewel de steilrand – het hoogteverschil tussen de middeleeuwse polder en de achttiende-eeuwse droogmakerij – duidelijk zichtbaar in stand is gehouden.

Na de oorlog was er een periode van wederopbouw. Voor Hillegersberg en Schiebroek betekende dat naast de nieuwbouw rond de Bergse Dorpsstraat vooral nieuwbouw in voormalig agrarisch gebied zoals ten noorden van de Molenlaan en in 110-Morgen. Een belangrijke 'ingreep' in het centrum van het dorp was de aanleg van de (huidige) Weissenbruchlaan langs de Bergse Voorplas. De Bergse Dorpsstraat werd toen éénrichtingverkeer. De doodlopende Freericksstraat werd de doorgaande Freericksplaats. De winkels en appartementen in de Freericksplaats dateren uit 1958. De nieuwe winkels droegen bij aan de versterking van de centrumfunctie rondom de Bergse Dorpsstraat. De appartementen aan de Weissenbruchlaan werden in middelhoogbouw gerealiseerd naar ontwerp van architecten W.J. Fiolet en D.A. Vermeer in 1957. De appartementen hebben balkons met zicht op de Bergse Voorplas. Royale villa's werden gebouwd aan het Prinses Beatrixplantsoen, zoals het Woonhuis Uitenbroek aan het Prinses Beatrix Plantsoen 24 van de architect H.P.C. Haan.

De woningbouw in het Molenlaankwartier werd kort na de oorlog voortgezet. Het vooroorlogse deel betreft de lintbebouwing van de Molenlaan en het gebied ten zuiden van de Molenlaan alsmede het gebied rond de Meeuwenlaan. Ten noorden van de Molenlaan en naar het oosten toe kwam veel nieuwbouw. Bijzonder is ook dat in de jaren '50 in de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan een markt was met veel kraampjes. Een bijzonder gebouw in het kader van de wederopbouw is het in 1953/4 gebouwde complex van woningen op de hoek van de Van Goghlaan en de Weissenbruchlaan, bekend als 'Huizen Grootenboom Van Os'. Naast 'rijtjeshuizen' en comfortabele herenhuizen werden rond 1960 ook royale villa's gebouwd zoals het woonhuis Van Buchem aan de Offenbachlaan 5 van de architecten Van den Broek & Bakema.

Typerend in het naoorlogse gebied is de Van Beethovensingel met veel groen en een eigen winkelcentrum met 24 winkels (en 51 woningen): gerealiseerd in 1959 naar ontwerp van H.W.M. Hupkes en W.C. van Asperen. Toen dit winkelgebied zich ontwikkelde was het ook wel bekend als het "Gebaplein". Geba staat voor Gerard Barendrecht, de drogist aan de Bergse Dorpsstraat. Hij opende ook een filiaal op de Van Beethovensingel, waar zijn zus Iet de winkel leidde. 

In het Molenlaankwartier zijn ook verschillende sportvelden. Veel later is villapark Duivesteyn gebouwd, rond twee vijvers. De wijk biedt een goede toegang tot het Lage Bergse Bos. Op het voormalige voetbalterrein bij de Van Ballegooijsingel is rond 2017 een wijkje van ruim 20 particuliere huizen gebouwd. Regelmatig worden oudere panden verbouwd dan wel geheel vervangen, zoals langs de Staatweg. 
Aan het eind van de Molenlaan kwam in 1968 het Reumaverpleeghuis gereed (architect: J. van Duin jr.). Een belangrijke regionale voorziening die het initiatief was van Christina Brouwer-Batenburg.

Tussen de Bergse Dorpsstraat en de Adrianalaan werd in 1955/1956 de Argonautenweg aangelegd. Aanvankelijk een wat donkere en lugubere weg waar jonge vrouwen 's avonds niet moesten zijn. Ten noorden van deze weg werd de woonwijk 110-Morgen gebouwd. Deze wijk combineert een stedenbouwkundige structuur van noord-zuid georiënteerde portiekflats en oost-west georiënteerde blokken met gezinswoningen met recentelijk toegevoegde accentuerende bebouwing en openbare ruimte. De royale groenvoorziening bestaat uit gemeenschappelijke binnentuinen, forse groenstroken, groene pleinen en groenbuffers. Het Jasonpark, de groenbuffer tussen de oorspronkelijke naoorlogse wijk en de recente uitbreiding is een populair buurtpark.

Het  Kleiwegkwartier was voor de oorlog al volgebouwd, na de oorlog vond toch nog wel enige nieuwbouw plaats en werden veel huizen verbouwd. Deze oudere huizen zijn zeer gewild bij jonge hoogopgeleide starters op de arbeidsmarkt. Hier en daar was nog plaats voor wat grotere nieuwe gebouwen.  In 1961 kwam er een nieuw pand voor de Tims Drankenindustrie aan de Bergse Rechter Rottekade. Op 2 december 1971 werd aan de Frederik Hendrikstraat een politiebureau geopend dat was ingericht voor 100 personen. 

In 1945 bestond Schiebroek uit drie, relatief ver van elkaar gelegen, onafgemaakte bebouwingskernen: de historische kern aan de Kleiweg in het zuiden, het Adrianalaankwartier in het noorden en het Molenvlietkwartier tegen de Ringdijk aan. In 1950 werd een uitbreidingsplan vastgesteld. De gedachte van de tuinstad werd verlaten, er was woningnood, er kwamen flats. De Peppelweg en het Rodondendronplein werden het centrum van Schiebroek. Er kwamen nieuwe kerken en scholen en een bescheiden nieuw winkelcentrum aan het Meijersplein (Vermeer & Van Herwaarden 1959). In 1964 heeft de stichting Konneksjun een jeugdsociëteit aan het Wilgenplasplein, in 1971 kwam er een kinderboerderij. 
In het najaar van 1987 hield vooral de vliegtuigoverlast de gemoederen in Schiebroek bezig. Er werd een "Bewonersgroep tegen Vliegtuigoverlast" (BTV) opgericht. De BTV stijdt tot de dag van vandaag voor beperking van het vliegtuiglawaai en voor geluidsisolatie van woningen.
Rond 2005 werd begonnen met de afbraak van een groot aantal portiekwoningen nabij de Peppelweg. Ze werden vervangen door laagbouw. De ontwikkeling van Schiebroek gaat natuurlijk verder, er worden nieuwe plannen gemaakt, In 2007 kwam het Masterplan Schiebroek, tien jaar later het Plan Schiebroek-Zuid 2017-2019. In 2019 zag de Gebiedsvisie Schiebroek 2030 het licht: verregaande urbanisering met behoud van het groene karakter. Ook in deze visie is extra aandacht voor Schiebroek-Zuid.

Winkels en horeca in Hillegersberg en Schiebroek
De Kleiweg en de Staatweg waren en zijn straten met veel winkels. Op de Kleiweg is juwelier Born nog steeds een begrip. Veel bekende zaken 'van vroeger' zijn weg, zoals: postzegelhandel Indrapoera, kruidenier Vivo, drogisterij Kleiweg, kapsalon Feelders, schoenenwinkel Hoogenbosch, boekhandel Bout, slagerij Van Zijl, "in de Wolbaal", magazijn Kroon voor 'huishoudtextiel', Modern voor herenkleding en snoepwinkel C. Jamin.
Het belangrijkste winkelgebied van Hillegersberg-Schiebroek werd de Bergse Dorpsstraat en omgeving. Het was een regionaal centrum met hoogwaardige voorzieningen in onder andere kleding en woninginrichting. In 2007 werd het nog uitgebreid met een grote Albert Heijn en een aantal winkels aan de Argonautenweg. Dat ging natuurlijk wel ten koste van oude bebouwing.
Het gebied van de Peppelweg en rond het Rodondendronplein is het centrum van het naoorlogse Schiebroek. Op het Rodondendronplein is elke vrijdag een markt. Deze  gebieden hebben ook een grote verscheidenheid aan horecazaken. Andere winkelgebieden en -strips zijn rond de Van Beethovensingel (geopend in 1959), de Teldersweg en het Meijersplein. Langs de Straatweg zijn van ouds her grote horecagelegenheden zoals Lommerrijk en Plaswijck. Lommerrijk is nu vooral een bowlingbaan en zalencentrum, het Plaswijkrestaurant van Van der Valk is gesloopt. 

Bedrijven en bedrijfjes
Zoals in elke bewoonde omgeving verdient een aantal mensen ook in Hillegersberg en Schiebroek in de eigen woonomgeving een boterham. Bijvoorbeeld als winkelier of in de horeca, als kleine zelfstandige, timmerman, fietsenmaker, hulp in de huishouding of als kunstenaar. Of nog steeds in de landbouw en visserij, zoals de broodvisser (de jonge) Bram Oranje aan de Strekkade (tot ca 1990). En ook verrichten velen onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld in de mantelzorg.

Na de oorlog kwamen er nieuwe (neven)vestigingen van bedrijven in Hillegersberg en Schiebroek zoals W.C. 't Hart & Zn., Instrumenten- en apparatenfabriek aan de Erasmussingel en later aan de Adrianalaan. In Hillegersberg was en is een bedrijventerrein aan de Ceintuurbaan. In 1955 kwam daar o.a. de nieuwe vestiging van Tims limonadefabriek van de hand van architect Jac. Ouwerkerk. Schiebroek kent een aanzienlijk bedrijventerrein, 'onder de rook' van het vliegveld, het "Bedrijventerrein Schiebroek" en een kleiner bedrijventerrein aan de Frobenhof. Mensen maken daar in bedrijven producten van heel verschillende aard.

Schiebroek kende ook een eigen olieproductieveld, onderdeel van "het Berkelse veld". Aanvankelijk waren er in Schiebroek op drie plekken jaknikkers: één aan de Lindesingel / Larikslaan en twee bij de Doenkade / Bovendijk. Gedurende ongeveer dertig jaar, vanaf ca. 1985, werd met jaknikkers olie gewonnen aan de G.K. van Hogendorpweg. Zo'n 26 miljoen vaten, ruim 4 miljoen kubieke meter olie, zijn opgepompt uit de Schiebroekse grond. Dit gebeurde met 22 jaknikkers. De oliewinning in dit deel van het olieveld liep op zijn eind, de winning is ca. 2015 gestaakt. In 2019 zin de installaties ontmanteld.

Verkeer
Het autoverkeer in de wijken nam snel toe. Het 'Muizengaatje', de toegang tot Hillegersberg vanuit Rotterdam, werd in 1949 verbreed. Ook de bereikbaarheid van Schiebroek werd verbeterd door de aanleg van het Rozenlaanviaduct in 1954. De verkeersproblematiek in Hillegersberg en Schiebroek bestaat uit de grote verkeersdrukte op de Molenlaan en de grote parkeerdruk in verschillende woonwijken.

Voor een betere bereikbaarheid voor de hulpdiensten werd voor het Berg en Broekse Verlaat in 1956 een met de hand bedienbare ophaalbrug gebouwd. In 1980 is brug voorzien van een elektromechanische bediening. In 2013 is de brug vernieuwd.

Straten werden verbreed, in 1973 kwam de A20 tussen het Kleinpolderplein en het Terbregseplein gereed, evenals de G.K. van Hogendorpweg. De Straatweg werd geasfalteerd. Parkeren werd een probleem, in het winkelcentrum Bergse Dorpsstraat werd betaald parkeren ingevoerd. Op de Molenlaan ontstonden dagelijks lange files.

Van 2020-2025 wordt gewerkt aan de rijksweg tussen de A13 en de A16, ook wel de de rijksweg A16 Rotterdam genoemd. Dwars door het Terbregsepark, onder de Rotte, in een dijktunnel achter Dresdenlaan en naar de Doenkade, waar de weg weer bovengronds wordt ter hoogte van de Ankie Verbeek-Ohrlaan. Tijdens de bouw moet het verkeer doorrijden, o.a. in augustus 2021 werd in Schiebroek een tijdelijke rotonde aangelegd nabij de sportvelden van HCR en VOC.

Vervoer
Hillegersberg en Schiebroek kennen vandaag de dag verschillende trein-, metro-, tram- en busverbindingen. Voor de oorlog waren er al treinstations: Rotterdam-Noord, Rotterdam-Kleiweg en Rotterdam-Wilgenplas. In 1953 werd een nieuw stationsgebouw voor Rotterdam-Noord ontworpen door ir. Sybold van Ravesteyn. In 1955 werd het station in gebruik genomen.

De tramlijn op de Kleiweg, waarvan in 1936 al sprake was, werd in 1960 aangelegd en in gebruik genomen (toen: lijn 10 naar Spangen). Niet alleen voor de bewoners, maar ook voor de net door de RET verworven werkplaats met kantoren aan de Kleiweg (de voormalige Allan fabriek). In 1967, met de komst van de metro, werden ook het tramnet gereorganiseerd, op de Kleiweg reed voortaan tramlijn 6 naar Spangen. Bij een herschikking in 2000 reed tramlijn 3 van de Kleiweg naar Blijdorp. Dit duurde tot 2004, toen lijn 3 werd opgeheven en daarmee ook het tram-passagiersvervoer over de Kleiweg. Eind 2006 kwam de tramverbinding Kleiweg-Spangen weer terug: lijn 8.

Er liepen en lopen ook verschillende buslijnen in Hillegersberg en Schiebroek. Buslijn 40 was al sinds de oorlog, tot 1953 nog als lijn L, in dienst tussen de Kootse Kade en Schiedam-Kethel. Rond 1960 werd de lijn gesplitst, lijn 60 ging voortaan naar Schiedam-Centrum. In 1967 kreeg de lijn weer nummer 40. Gereden werd vanaf Station Noord. 

Met ingang van 25 januari 1969 werd het openbaar vervoer van en naar Schiebroek sterk verbeterd met de nieuwe tramlijn 5 in plaats van de vaak op het Rozenlaanviaduct vastlopende bus 45. Vanaf 10 december 2006 werd lijn 5 omgezet in de lijnen 20 en 25; lijn 20 is weer verdwenen, maar de lange lijn 25 naar Carnisselande rijdt frequent. De tram heeft een grotendeels vrije baan voor een snelle verbinding met het centrum van Rotterdam. De Hofpleinlijn is vanaf 2006 omgebouwd tot metro; de treinstations Kleiweg en Wilgenplas zijn gesloten en er kwamen twee nieuwe metrostations: Melanchthonweg en Meijersplein/Airport. 

Naast de twee stations aan metrolijn E (Rotterdam-Slinge naar Den Haag Centraal zijn er de tramlijnen 4 (Molenlaan-Marconiplein; tot 4 november 1967 was dit tramlijn 14), 8 (Kleiweg-Spartastraat) en 25 (Wilgenplaslaan-Carnisselande) en de buslijnen 35 (Melanchthonweg-Alexander) en 174 (Kleiweg-Berkel Westpolder).

Hillegersberg heeft relatief slecht openbaar vervoer met de laag frequente tramlijn 4, Schiebroek heeft relatief goed openbaar vervoer met de zeer frequente metroverbinding en met tram 25.

Bewonersparticipatie
De deelgemeente en later ook de gebiedscommissie vervullen een belangrijke rol in het mogelijk maken van bewonenersinitiatieven. Dit samen met "Opzoomer mee". De (deel)gemeente heeft een budget ter beschikking gesteld voor dit soort initiatieven. Groot en klein, ook bijvoorbeeld om straten en buurten te verbinden, zoals door het -op verzoek- plaatsen van. voor kerstbomen die door bewoners feestelijk worden 'aangekleed' en waarbij de initiatiefnemers dan ook op een bepaald moment een buurtfeestje bij organiseren. Grotere zaken zijn o.a. het aanleggen van een speelterrein en van wandelpaden.

Een bijzonder bewonersinitiatief met een blijvend resultaat was er op 31 januari 1988: de Oranjevereniging plantte een boom aan bij de Weissenbruchlaan/ Strekkade ter gelegenheid van de 50e verjaardag van Koningin Beatrix. Inmiddels uitgegroeid tot een mooie grote boom.