Schiebroek in de oorlogsjaren 1941-1945

Op 1 augustus 1941 wordt Schiebroek, een gemeente met inmiddels meer dan 8.000 inwoners, bij Rotterdam gevoegd.

Een aantal straten krijgt een andere naam, zo wordt bijvoorbeeld de Raadhuislaan Spinbollaan, de Eikenlaan wordt Larikslaan, de Elsenlaan wordt Cipreslaan, de Beukenlaan wordt Lijsterbeslaan, de Iepenlaan wordt Ribeslaan. In 1941 ontstaat ook de Edelstenenbuurt: wat nu de bijvoorbeeld Robijnstraat, Saffierstraat, Koraalstraat, Smaragdstraat of Topaasstraat is, heette voor 1941 resp. de Staringstraat, de Da Costastraat, de Bilderdijkstraat, de Van Lennepstraat en de Potgieterstraat. 

De Diamantweg was voorheen de Stationsweg. De Hoofdstraat, die zo genoemd omdat het de belangrijkste straat van het oude Schiebroek was (en niet is genoemd naar de schrijver Hooft), heeft zijn naam altijd behouden.

Tijdens de oorlog bleef het in Schiebroek relatief rustig. Er was sprake van het vorderen van woningen en van inkwartiering van Duitse soldaten. Veel kon niet meer of moest anders dan vroeger. Voor velen ging het gewone leven van die tijd min of meer verder, de mannen waren weer aan het werk, de vrouwen deden het huishouden, de kinderen gingen naar school.

Er werd, maar dat was toch uitzonderlijk in de oorlogsjaren 1941-1942, aan de Larikslaan 184 in Schiebroek een nieuwe  katholieke kerk gebouwd: de H. Paulus. Het is een kerk in traditionalistische stijl en is ontworpen door architect C.J. van der Lubbe. In 1942 de opening van een zelfstandige uitleenpost aan de Rozenlaan 20. In Rotterdam is, zeker na het bombardement, de woningnood hoog. In hoog tempo worden na de samenvoeging met Rotterdam in Schiebroek ook flats gebouwd: aan het Ganzerikplein.

Op de toren van Arcadia was een Duitse uitkijkpost en aan het einde van de Adrianalaan, voorbij de spoorwegovergang, was een Duitse kazerne in en om de boerderij aan de de weg tussen de Bovendijk en de veiling van Rodenrijs. De Duitsers zetten ook land onder water om een eventuele invasie te bemoeilijken. Om hun huizen te beschermen moest de bevolking helpen  om dijken aan te leggen. De polders aan het eind van de Larikslaan en de Cipreslaan konden niet onder water worden gezet. Daar werden palen o, de 25 meter rechtop gezet en aan de bovenkant verbonden met staaldraad. In de hongerwinter werden dezel palen omgehakt en verstookt.

Op de avond van de bevrijding danste iedereen met iedereen op straat. Tegelijkertijd werden de NSB'ers uit hun huis opgehaald en opgesloten in de kelder van Arcadia tot ze van daar werden opgehaald om te worden berecht. 

Schiebroek na de oorlog: van 1945-1960

Ook na de oorlog kregen straten andere namen. Bij besluit van 14 juni 1945 werd het Dhontplein in Schiebroek omgedoopt tot Lariksplein. De oud-burgemeester van Schiebroek werd als lid van de NSB  in 1942 benoemd tot burgemeester van Sliedrecht. Na de oorlog was geen plaats meer voor hem als burgemeester. 

Berucht was in de jaren vijftig en zestig de Gekro, het destructiebedrijf aan de Bovendijk in Overschie dat bij westelijke wind door stank het woongenot danig verminderde. Ook de aanleg van het vliegveld Zestienhoven in 1957 werkte niet erg mee om de tuinstadgedachte goed inhoud te geven. Minder overlast veroorzaakten vanaf de jaren vijftig de aardolie oppompende ja-knikkers ten westen van de wijk langs de spoorbaan richting Den Haag. In 2013 zijn ze buiten gebruik gesteld; het waren de laatste die in Nederland nog in gebruik waren.

Van forenzengemeente naar stadswijk
In 1945 bestond Schiebroek uit drie, relatief ver van elkaar gelegen, onafgemaakte bebouwingskernen: de historische kern aan de Kleiweg in het zuiden, het Adrianalaankwartier in het noorden en het Molenvlietkwartier tegen de Ringdijk aan. De drie molens van Schiebroek waren al veel eerder vervangen door een motorgemaal.

Het Uitbreidingsplan Schiebroek (1950, Plan in hoofdzaak Schiebroek, Paul Gorter), gaf een heldere bouwkundige structuur. Het meest noordelijke deel werd, met het oog op de ontwikke­lingen van de luchthaven Rotterdam, bestemd voor agrarische en recreatieve doeleinden. In het midden­gebied werd de bestaande bebouwing afgerond tot ­woonwijk voor arbeiders en middenstanders. In het meest zuidelijke deel, een zeventig hectare groot terrein, was een nieuwe begraafplaats ingericht. Geheel in het westen, aan het uiteinde van de Adri­analaan, was een relatief klein industrieterrein gepro­jecteerd. Landschapsarchitect Paul Schil­peroort was verantwoordelijk voor het ontwerp van de openbare ruimte, dat een getrapte opbouw kende: van gemeenschappelijke tuin, naar buurttuin tot wijk­park (de Meidoornweide).

Het Ganzerikplein, de Ereprijsstraat, de Dalkruidstraat, voorbeelden van bouw in de jaren '50, de tijd van de hoge woningnood na de oorlog.Bouw van flats: de tuinstadgedachte was verlaten.

Een van de belangrijkste nieuwe toevoegingen was de Peppelweg. Deze nieuwe hoofdroute dwars door de wijk nam de functie van de te excen­trisch gelegen Adrianalaan over. De vier bouwlagen hoge bouwblokken verbonden het wijkpark aan de Ringdijk, het wijkcentrum (het Rodondendronplein), de twee buurttuinen (het Ganzerikplein en het plein bij de Soldanellestraat) en het stations­plein. In tegenstelling tot de portiekflats – waarvan de meeste met een bouwsysteem van geprefabriceerde elementen tot stand kwamen – onderscheidde de door architect W.F. Fiolet ontworpen bebouwing langs de Peppelweg zich door een fraaie gevelcompositie, ritmiek en detaillering.

Halverwege de jaren vijftig bleek dat tegen de aanleg van een begraafplaats in het zuidelijk deel van Schiebroek ernstige bezwaren bestonden. Bodemonderzoek wees uit dat de grond door verwachte verzakkingen niet geschikt zou zijn. De begraafplaats maakte plaats voor een woonwijk voor duizenden gezinnen. De bereikbaarheid was sterk verbeterd door de aanleg van het Rozenlaanviaduct in 1954, overlast van Zestienhoven was er in deze zuidpunt niet en niet onbelangrijk: de gronden waren vrijwel geheel in het bezit van de gemeente.

De aanhoudende woningnood dwong een architectonische en stedenbouwkundige schaalvergroting af, die het gevolg was van de toepassing van nieuwe bouwsystemen. Stedenbouwkundige Gorter was wederom verantwoordelijk voor het ontwerp.Gorter vatte  oud- en nieuw- Schiebroek op als één geheel. Op dit geheel paste hij de wijkgedachte toe, waarbij het wijkcentrum zich reeds aan de Peppelweg bevond. Nieuwe groengordels met recreatieve voorzieningen sloten Schiebroek zowel in het zuiden als in het noorden af. De bestaande poldertochten werden omgewerkt tot singels en brede vijverpartijen en structureerden de wijk in oost-westrichting. Schiebroek-Zuid werd in het plan opgedeeld in twee buurten rondom ‘buurttuinen’. De woningen waren over­wegend bedoeld voor arbeidersgezinnen, maar in de noordpunt projecteerde de Dienst een buurtje met ‘middenstandswoningen’.

Schiebroek vanaf de jaren '60

Rond 1960 werd er voor het eerst ‘echte’ hoogbouw in Schiebroek Zuid geprojecteerd: er kwamen zes flatgebouwen, waarvan er drie huisvesting zouden geven aan bejaarden, de drie andere voor ‘normale’ bewoning. Niet iedereen was er gelukkig mee. De leden van de Wijkraad voor Hillegersberg-Schiebroek hadden bezwaren tegen de etagebouw, die naar hun mening het tuinstadkarakter zou aantasten, met name in het noorden van Schiebroek. De dienst Stadsontwikkeling hield voet bij stuk: de hoge woongebouwen fungeerden als ‘markante begrenzing van het stedelijk gebied’ en voldeden beter dan ‘een onduidelijke uitloop van de bebouwing in de het polderland'.

Met ingang van 25 januari 1969 werd het openbaar vervoer van en naar Schiebroek sterk verbeterd met de nieuwe tramlijn 5 (vanaf 10 december 2006: lijn 25). De tram had een grotendeels vrije baan voor een snelle verbinding met het centrum van Rotterdam. De Hofpleinlijn is vanaf 2006 omgebouwd tot metro met twee nieuwe stations in Schiebroek: Melanchthon en Meijersplein. 

In 1971 werd de kinderboerderij 'De Wilgenhof' in het Berg- en Broekpark geopend. Het park is een strook niet afgegraven veengebied en vormt nu een historisch cultuurlandschap. In 2006 is er een snoekenpaaiplaats aangelegd.

Na 1985 is een aantal woningbouwplannen gerealiseerd op de groene locaties in Schiebroek-Zuid: langs de Donkersingel, de Ringdijk en aan het Meijersplein. Het meest ingrijpend is de nieuwbouw aan de Donkersingel, waar de voormalige buurttuin onherkenbaar is geworden. In Schiebroek-Midden, in de woonbuurten ten zuiden van de Peppelweg, is op twee wat grotere plekken sloop-nieuwbouw gepleegd. Geheel aan de noordrand werd rond 1990 het voormalige terrein van de rioolwaterinrichting aan de Hoge Limiet (Dirk Swarteveldplein) bebouwd, de stedenbouwkundige opzet van het woonbuurtje herinnert aan de ronde vorm van de waterzuivering.

Rond 2005 werd begonnen met de afbraak van een groot aantal portiekwoningen nabij de Peppelweg. Ze werden vervangen door laagbouw. Dit om de diversiteit van het woningaanbod in de wijk te vergroten. Het winkelcentrum, dat veel leegstand kende, werd verkleind tot een levendig winkelgebied rond het Rodondendronplein.

Nieuwe plannen vormden de basis voor verder ontwikkeling van Schiebroek, wat ook sloop en renovatie van bestaande panden inhield. In 2007 kwam het Masterplan Schiebroek, tien jaar later het Plan Schiebroek-Zuid 2017-2019. In 2019 zag de Gebiedsvisie Schiebroek 2030 het licht: verregaande urbanisering met behoud van het groene karakter. Ook in deze visie is extra aandacht voor Schiebroek-Zuid.

Melanchthon Schiebroek

In 1958 kwam de 'Christelijke HBS Rotterdam-Noord'. Aanvankelijk gevestigd in 'De Brandaris'. Later, in 1965, kwam de school in een totaal nieuw gebouw aan de Van Bijnkershoekweg. Vanaf 2004 is de school 'Melanchthon Schiebroek' gaan heten. 

Eerste paal schoolgebouw aan de Van Bijnkershoekweg (1964).

Handel en industrie

Zoals in elke bewoonde omgeving verdient een aantal mensen ook in Schiebroekin de eigen plaats een boterham. Bijvoorbeeld als kleine zelfstandige, timmerman, fietsenmaker, of hulp in de huishouding, als winkelier of als kunstenaar. En ook verrichten velen onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld in de mantelzorg.

Schiebroek kent ook een aanzienlijk bedrijventerrein, 'onder de rook' van het vliegveld. Mensen maken daar in bedrijven van heel verschillende aard hun producten. Schiebroek kende ook een eigen olieproductieveld. Gedurende ongeveer dertig jaar,  vanaf ca. 1985, werd olie gewonnen aan de G.K. van Hogendorpweg. 

Zo'n 26 miljoen vaten, ruim 4 miljoen kubieke meter olie, zijn opgepompt uit de Schiebroekse grond. Dit gebeurde met 22 ja-knikkers. De oliewinning in dit deel van het olieveld liep op zijn eind, de winning is ca. 2015 gestaakt. In 2019 zullen de installaties zijn ontmanteld.