Hillegersberg, van 1817 tot 1920

In 1817 werd Hillegersberg een zelfstandige gemeente. Hillegersberg was een bescheiden, maar redelijk welvarend, dorp. De bevolking bestond vooral uit boeren. De gemeente was groot wat betreft het oppervlak: incl. delen van het huidige Rotterdam-Noord, geheel Ommoord en een groot deel van Het Lage Land. Gegoede burgerij van Rotterdam kwam recreëren en wonen in Hillegersberg. Zo groeide Hillegersberg uit van een boerengemeenschap tot een forensengemeente van Rotterdam.

Achtereenvolgens komen aan de orde:
* Hillegersberg, van 1817 tot 1920: bestuurlijk en geografisch
* Hillegersberg, van 1817 tot 1920: wonen en werken
* Hillegersberg, van 1817 tot 1920: school, cultuur en recreatie

Hillegersberg, van 1817 tot 1920: bestuurlijk en geografisch

Bestuurlijk
Hillegersberg is in 1817 een zelfstandige gemeente geworden. De gemeente had aanvankelijk de schout aan het hoofd. In 1825 werd het de burgemeester, die met de wethouders het dagelijks bestuur van de gemeente vormde. De burgemeesters van Hillegersberg waren tot 1907 ook burgemeester van de in 1816 zelfstandig geworden gemeente Bergschenhoek.

De ambachtsheerlijkheid Hillegerberg, Rotteban en Bergschenhoek had voor de gemeente Rotterdam geen betekenis meer. In 1853 is de ambachtsheerlijkheid verkocht.

Er is een lijst van de burgemeesters van Hillegersberg, met hun eerdere of latere functies. De laatste burgemeester van Hillegersberg was F.H. van Kempen (1924-1941). De begroting van de gemeente was bescheiden, ruim vierduizend gulden. Onderwijs en armenwezen vormden aanzienlijke kostenposten. De openbare school had ca. 150 leerlingen, waarvan 10% kosteloos onderwijs genoten.

De gemeente had een gasbedrijf dat sinds 1908 het gasnet exploiteerde. De gasfabriek stond aan de Oranje Nassaustraat (nu: Prins Willemstraat). Het gas werd geproduceerd door olie. De straatverlichting bestond uit gaslantarens. Deze werden een uur na zonsondeegang aangstoken door de gemeenteambtenaar Schouten. En hij deed ze rond middernacht weer uit. Al snel kwam er elktriciteit. Vanaf 1910 betrok Hillegersberg dat van Rotterdam en vanaf 1919 betrok Schiebroek het van Hillegersberg. De elektriciteitsaansluitingen van winkels en bedrijven kwamen geleidelijk aan. Particulieren volgden, rond 1940 was elektrictieit geen luxe meer, maar een basisvoorziening.

Geografisch
Tot 1817 omvatte het ambacht "Hillegersberg en Rotteban" ook Bergschenhoek. Rotteban was het gedeelte van het ambacht dat zich ten westen van de Rotte uitstrekte (Terbregge). In 1817 werden Hillegersberg en Bergschenhoek afzonderlijke zelfstandige gemeenten.

In 1840 had de gemeente Hillegersberg 233 huizen met 1.988 inwoners, verdeeld in dorp Hillegersberg 119 huizen met 1.480 inwoners en de buurtschappen De Heul 23 huizen en 120 inwoners, Zwaanshals 37 huizen en 175 inwoners, Zwaaneiland 14 huizen en 39 inwoners , Bergsche Verlaat 9 huizen en 38 inwoners en Terbregge 31 huizen en 136 inwoners. Belangrijke straten waren de Dorpsstraat, de Bergweg, de Kleiweg, de Grindweg en de Molenlaan. De Molenlaan voerde vanaf de Grindweg naar de molen De Vier Winden in Terbregge en vormde de verbindingsroute tussen Rotterdam en Gouda.

Vanaf 1850 werden verschillende plassen drooggelegd, maar niet de Bergse Voor- en Achterplas. Hillegersberg en de Rotteban, zoals de gemeente officieel heette,  besloeg 1905 hectaren. Het oostelijk deel van de gemeente bestond lange tijd grotendeels uit water, o.a. de Ommoorden. De gemeente grensde aan Bergschenhoek, Zevenhuizen, Capelle an den IJssel, Kralingen, Overschie en Schiebroek (zie kaart anno 1867). 

De grenswijziging van 1904.
In 1904 ging het gebied ten zuiden van de huidige Ceintuurbaan, 457 hectare grond met zijn toen 3.957 inwoners, van Hillegersberg naar Rotterdam. De grens tussen Hillegersberg en Rotterdam lag in de 19e eeuw bij de toenmalige Heulbrug bij de kruising van de Schiekade en Blommersdijkse weg (de huidige Bergweg). Het betrof o.a. het gebied bij het Zwaanshals (609 inwoners), het gebied waar nu de A20, de Rotte begraafplaats Crooswijk en het Noorderkanaal zijn gelegen en het gebied rond de Hillegondastraat (nu: Hooglandstraat).
Grondeigenaren van de weilanden in de Hillegersbergse Bergpolder wilden hun gronden gaan bebouwen (het is nu de wijk Blijdorp). Twee eigenaren, Martinus Zaaijer en Cornelis Kurpershoek, richtten zich tot B&W van Hillegersberg met het verzoek mee te werken aan een grenscorrectie. Hillegersberg was immers niet in staat in dat ver van de dorpskern afgelegen gebied te zorgen voor nutsvoorzieningen en wegen. Ondanks verzet van bewoners uit het gebied wilde het gemeentebestuur va Hillegersberg graag meewerken, ook al omdat de projectontwikkelaars de gemeente een schadeloosstelling van 100.000 gulden hadden toegezegd. ook de gemeente Rotterdam wilde graag meewerken aan een grenscorrectie. Op 30 november 1903 komt de wet in het Staatsblad, vanaf 1 januari 1904 komt de grens tussen Rotterdam en Hillegersberg te liggen bij de sloot langs de noordelijke berm bij de Ceintuurbaan.
De gemeente Hillegersberg verloor dus veel land en de helft van zijn bevolking, maar bleef toch een grote landelijke gemeente met een grondgebied van 1643 ha: het huidige Ommoord en een groot deel van Het Lage Land is nog steeds kadastraal bekend als Hillegersberg.

Hillegersberg, van 1817 tot 1920: wonen en werken

Wonen
In de 19e eeuw werden langs de uitvalswegen van de dorpskern van Hillegersberg, zoals de Grindweg, verschillende boerderijen gebouwd. De Bergweg (vanaf 1916 de Straatweg geheten) werd in 1818 bestraat: op 22 april werd op plechtige wijze de eerste steen gelegd. Enkele rijke Rotterdammers kochten gronden op langs de Bergse Voor- en Achterplas en gingen wonen op hier door hen gestichte grote buitenplaatsen. Er verschenen steeds meer villa’s en landhuizen aan de Bergweg. De negentiende-eeuwse buitenplaatsen aan de Bergweg hadden soms een meer een recreatieve functie dan een woon-werk-functie. De nieuwe villa's hadden grote tuinen en vaak een theekoepel. De oudere buitenplaatsen veranderden mee in die trend. Ook werden kleine landhuizen aan de Bergweg gebouwd. Zo ontstond aan de Bergweg een gemengde bebouwing van boerderijen en herenhuizen. De eerste uitbreidingen in het zuiden van Hillegersberg vonden plaats bij het buurtschap De Koot tussen de Bergweg en de Rotte. 

In 1885 telde Hillegersberg ca. 2000 inwoners, met name in het lint Bergweg-Straatweg-Dorpsstraat-Grindweg. De kern is rond de Dorpsstraat, buurtschappen waren Terbregge en de Koot. Rond 1900 was er langs de Kleiweg slechts een beperkte lintbebouwing van boerderijen en daaraan verwante functies. Tussen de Uitweg en de Overschiese Kleiweg lag de dorpskern van gemeente Schiebroek. 

De Hillegondakerk werd door een groot deel van de ca. 1700 hervormden gebruikt. De ca. 250 katholieken kerkten in Bergschenhoek. De enkele tientallen joodse en lutherse inwoners kerkten in Rotterdam.

In 1908 werd de gasfabriek aan de Oranje Nassaustraat (nu: Philips Willemstraat) in gebruik genomen. Sindsdien beschikte Hillegersberg over een gasnet. In straten kwamen gaslantaarns die door een ambtenaar dagelijks werden aan- en uitgedaan. Voor de levering van electriciteit sloot de gemeente in 1910 een overeenkomst met Rotterdam, in 1913 begon de levering feitelijk.

In 1909 werden bij Station Rotterdam-Noord in opdracht van J.E. Dulfer het Villapark gebouwd: 19 Jugendstil villa's, ontworpen door Jan van Teeffelen. De ontwikkeling van grotere nieuwe woonwijken in Hillegersberg begon vanaf 1920 met de bouw van het Berglustkwartier.

In 1913 werd aan de Straatweg de eerste steen gelegd voor een tehuis voor gehandicapte kinderen, een initiatief van de familie De Monchy: de Adriaanstichting. Architect was B. Hooykaas. Het pand werd op 23 april 1914 in gebruik genomen. In 1977 verhuisde de Adriaanstichting naar de Ringdijk. In 1990 brandde het gebouw grotendeels af.

Werken
Het vele water zorgde voor inkomsten uit binnenvisserij op aal en paling en de jacht op ganzen, eenden en watersnippen. Op het overgebleven land werd akkerbouw en veeteelt bedreven. De ca. 500 hectaren land  bestond vooral weiland, maar er was ook hooiland en er werd o.a. tarwe, gerst, rogge en haver verbouwd. Een bijzonder bedrijf was 'De Hygienische Melkstal De Vaan' die van 1908 tot 1923 gevestigd was aan de Straatweg tegenover Lommerrijk. Deze modelboerderij had als een van haar doelstellingen het terugdringen van de zuigelingensterfte door de verstrekking van gezonde melk, vrij van tuberculose bacillen.Het agrarisch bedrijf was rond 1900 nog een wezenlijk onderdeel van de Hillegersbergse samenleving. Er werden ook nieuwe boerderijen gebouwd. Zo werd in 1908 in opdracht van de Negotiatie aan de Grindweg bij de gemeentegrens met Bergschenhoek de 'negotiatieboerderij L.I.Z.B. no. 17' gebouwd, ook wel de "Corneliahoeve".

Ook was er werkgelegenheid in winkels, transport en kleinere ondernemingen, scheepswerfjes en molens. Rond 1840 kwam langs de Bergse Rechter Rottekade scheepswerf Wurth. A.F.D. (Anton) Hueck begon in 1890 in de Dorpsstraat een loodgietersbedrijf. In 1910 legde Bastiaan Tol de basis voor de fameuze slagerij Tol, inmiddels hofleverancier. Er waren ook -voor de huidige tijd 'vreemde'- ambachten zoals die van de 'zakkenwassers': jute zakken, waarin verschillende goederen werden opgeslagen, werden in de plassen uitgewassen.

Er stonden papiermolens aan de Strekkade: de molen "De Vriendschap" (afgebrand in 1882 na blikseminslag) en "Het Lam" (afgebrand in 1881 door warmlopen van de as). De korenmolen De Korenbloem stond aan de Bergse Achterplas (aan het eind van de Molenstraat, nu Molenwerf). Deze molen verving in ca. 1887 de in 1885 verbrande molen. De nieuwe molen had, uit oogpunt van brandveiligheid, geen rieten kap. In 1877 kreeg de molen een locomobiel om ook bij windstil weer graan te kunnen malen. In 1920 is de molen omgebouwd tot een automatische bloemfabriek. In 1930 is het geheel gesloopt.

Rond 1900 lag een tal van scheepswerfjes aan de drukbevaren Strekkade. Er was beurtvaart in de Stekvaart voor het transport van turf en van papier. Tot de jaren '30 werd hier 'spoeling' over het water vervoerd: een stinkend afvalproduct van de Schiedamse jeneverstokerijen. Spoeling werd toegevoegd aan veevoer. Op de terugweg ging mest mee voor de tuinders langs de Rotte.

Er kwam vanaf 1900 wat meer industrie, met name nabij de nieuw aangelegde spoorlijnen, zoals een touwslagerij, een papierfabriek, een (stoom)aardappelensiroopfabriek, een sigarenfabriek. Tussen de Kleiweg en de Ringspoorweg vestigde zich de fabriek van Allan & Co, die o.a. meubelen, trams en treinstellen bouwde. De grond hadden ze in 1911 verworven, in 1916 gingen ze bouwen. Na het faillisement van Allan in 1959 werd het complex de centrale werkplaats van de RET.

Aan de Kootsekade in het verlengde van de Kleiweg en langs de Rotte was ook enige bedrijvigheid. In 1915 werd aan de Philips Willemstraat de eerste steen gelegd voor de vestiging van de N.V. De Verenigde Blikfabrieken. Eind jaren '80 is de fabriek gesloopt; nu zijn daar woningen. In 1917 verhuist de vijlenfabriek Watson naar een nieuwgebouwde fabriek aan de Uitweg. In de jaren '20 verwerft R.S. Stokvis & Zonen een belang in Watson. De merknaam van de vijlen wordt Sandford. 

Verkeer en vervoer
In Hillegersberg kwamen vanaf ca. 1880 verschillende pleziertuinen, al dan niet bij bestaande restaurants. Freericks had al voor 1882 een onmibus naar zijn restaurant laten lopen. Vanaf 1882 reed een paardentram van de Schielandse Tramweg Maatschappij vanuit de stad over de Bergweg naar eindpunt Tivolibrug en later ging de paardentram door tot aan de Dorpsstraat. Op de Bergweg (Straatweg) ter hoogte van Huize Bijdorp was de wisselplaats voor het passeren van de nog op één baan rijdende paardentrams. In 1883 opende Freericks een omnibusdienst tussen Bleiswijk en Hillegersberg.
De remise van de paardentram werd in 1884 gebouwd. Deze stond ter hoogte van het huidige Plaszicht. De tram bracht de mensen naar de plassen, 's zomers om er te varen en 's winters om er te schaatsen. Een extra vreugde was het als een rit in de open tram kon worden gemaakt. Per 1 januari 1919 werd de exploitatie van de paardentram overgenomen door de RETM.

In Hillegersberg kon men met het openbaar vervoer ook weer verder reizen naar Bergschenhoek en Bleiswijk. Freericks exploiteerde de Tram-Omnibusdienst tussen Rotterdam-Hofplein en Hillegersberg en verder tot Bleiswijk, met een regelmatige dienstregeling.

In april 1897 beschreef J. Stout in "Omgeving en geschiedenis" het aldus: "Een geliefkoosde wandeling van vele Rotterdammers is de Bergweg. Heerlijk wordt hij beschaduwd door een dubbele rij boomen. Aan weerskanten liggen mooie vila's met keurig aangelegde tuinen. Verscheidene speeltuinen geven gelegenheid tot verfrissing en vermaak. Schommels, wippen, rekstokken, ringen en andere toestellen lokken de kinderen en ook wel volwassenen tot spelen. Tot roeien is er eveneens gelegenheid, roeien op de uitgestrekte Bergsche plassen. 's Winters vermaken zich duizenden schaatsenrijders op de spiegelgladde banen. De grootste tuin van vermaak ligt aan het einde van den Bergweg in het dorp Hillegersberg. Een tram en een tram-omnibus voeren gestadig de reizigers van Rotterdam naar Hillegersberg en terug.".

De paardentram reed van het Hofplein naar uitspanning Freericks. Van Freericks tot aan Huize Bijdorp ging de paardentram over enkel spoor. 

Al vrij veel mensen hadden aan het begin van de 20ste eeuw een fiets, slechts een enkeling had een rijtuig of een auto. Op de Bergweg (Straatweg) werd al sinds 1734 tol geheven, aanvankelijk dor het rijk, vanaf 1749 door de gemeente Hillegersberg. Het tolhuisje van de tolgaarders is in 1907 gesloopt en verplaatst naar de andere kant van de straat. het houten tolhuisje stond aanvankelijk op de noordwestelijke hoek van de viersprong Straatweg-Kleiweg-Kootsekade. Iedereen moest betalen, of je nu per rijtuig, auto of fiets verder wilde rijden. Per 1 januari 1930 werd de tol opgeheven. 

Hillegersberg, van 1817 tot 1920: school, cultuur en recreatie

School
De school in de Bergse Dorpsstraat werd gebouwd in 1885. Bovenmeester was J.J. Nieuwdorp. De school, die ook een woning voor de onderwijzer bevatte, werd ontworpen door H. Westra jr. (1843-1911). Het was niet de eerste school in Hillegersberg, in de Franse tijd waren er al twee, één in het dorp aan de Kerkstraat en één in Terbregge (maar die werd in 1818 gesloten). De lagere school werd later een ULO. De eerste directeur van de ULO was de heer Kentie. Het gebouw werd in 1957, na een brand, afgebroken en op deze plek is nu de schoenenwinkel Van den Assem gevestigd.

Cultuur

In Hillegersberg waren verschillende verenigingen op cultureel-maatschappelijk gebied. Er was een departement van de maatschappij Tot nut van 't Algemeen met zo'n veertigtal leden. Ook was er een afdeling van het Bijbelgenootschap.

In de eerste helft van de 19e eeuw was een bekende Hillegersbergenaar de schoolmeester en schrijver Willem van den Hoonaard (1788-1862). Zijn achterkleinkinderen Gerrit van Yperen (1882-1955) en Siem van den Hoonaard (1900-1938) werden ook bekende Hillegersbergse kunstenaars. De kunstschilder en tekenleraar op het Rotterdamsch Lyceum Jan Hendrik Grauenkamp (1902-1980) werd geboren in Hillegersberg.

Recreatie
In de tweede helft van de 19e eeuw werden de Bergse Plassen een toeristische attractie. Het plassengebied was vanaf 1880 met de paardentram snel te bereiken. Door de vrijstaande bebouwing langs de Bergweg hadden de wandelaars een schitterend uitzicht op de Bergse Achterplas en Bergse Voorplas, de grillige oevers en de lange landtongen die in de plassen steken. De wandelingen eindigden maar wat vaak in een bezoek aan een van de theeschenkerijen of pleziertuinen die op de terreinen van de buitenplaatsen lagen. Bekende uitspanningen rond 1900 waren onder meer: "De Oude Tol", "De Viersprong" (van Charles van Ham), speeltuin en theeschenkerij "Gezelligheid", "Plaats Lommerrijk", "Plaats Tivoli" en "Het Wapen van Holland". 

Een van de meest geliefde pleziertuinen was de Tuin van Vrouw Romein, ook wel Plaats Lommerrijk  (nu Straatweg 99). In 1880 begon Adriana Romein een theetuin met kinderspeelplaats in een boerenwoning op het terrein van het voormalige Lommerrijk, vlak bij de Tivolibrug. Er waren schommels en rekstokken. Roeibootjes waren te huur. Vrouwe Romein verkoopt in 1894 haar geliefde Lommerrijk aan de gebroeders Stal. Deze twee broers dempen de naast het gebouw gelegen vaart en gaven opdracht voor de bouw van een grote zaal voor dansfeesten, congressen, vergaderingen en sportevenementen. De architect Piet Buskens (1872-1939) maakte al in 1894 het ontwerp van een koetshuis, in 1895 van een ijstent, in 1896 van een koffiebuitenhuis en in 1902 van de feestzaal. Lommerrijk blijft groeien en uitbreiden. Later werd A.C. Lengkeek (1879-1954) de huisarchitect van Lommerrijk.

Lommerrijk biedt in 1940 onderdak aan gezinnen die zijn getroffen door het bombardement. Ook is Lommerrijk het onderkomen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In de tuin aan de plas geven de orkestleden geregeld een concert. In 1976 brandt Lommerrijk af en een jaar later brandt ook het koetshuis af. Lommerrijk lijkt verdwenen, maar in 1978 komen er een restaurant, vier zalen en twaalf bowlingbanen: de basis van het huidige Lommerrijk zoals we het gebouw nu kennen.

Iets verderop (vanuit Rotterdam gezien, nu Straatweg 107) lag de Theetuin Tivoli, later Theetuin Zomerlust geheten. Het was een voormailg herenhuis. In het speeltuintje daar was een draaimolen. De naam Tivoli is wel bijzonder... lees Tivoli eens van achter naar voren, je krijgt dan ilovit: I lov' it! Hier was ook het dansinstituut van Jac. Niesen gevestigd. Tijdens de oorlog deed het restaurant dienst als distributiekantoor. Later werd de naam van de theetuin De Plas. Tegenwoordig is het een Chinees/ Japans restaurant.

In 1882 begon Gerardus Adrianus Freericks (1825-1904), de toenmalige uitbater van het in 1799 opgerichte logement "Het Wapen van Holland" aan de Bergse Dorpsstraat, met de jardin de plaissance. In de volksmond stond de jardin de plaissance van "Restauration Freericks" bekend als "de tuin van Freericks" (nu: Weissenbruchlaan/ Streksingel). Bij de tuin hoorde ook een 'Chinees theehuis' (nu: ingang HEMA bij de parkeerplaats), een speeltuin en een kegelbaan. Ook had Freericks een veel gebruikte muziektent. Op 22 januari 1934 brandde Het Wapen van Holland af. In 1936 werden 'de restanten' verkocht, in 1937 was alles verwijderd, ook de fundering. Er bleken niet minder dan drie funderingen te zijn, het oude café was blijkbaar vaker verbouwd. Er was een fundering op houten palen, een fundering van teertonnen en een fundering 'op staal'.

Door zandwinning voor straatophogingen ontstonden kleine plassen, zoals het halverwege de negentiende eeuw voor het ophogen van de Kerkstraat ontstane Zwarte Plasje. In de loop der jaren bezonk de dikke veenlaag en ontstonder er kleine wellen die het water zuiverden. In deze plas werd vanaf 1905 gezwommen, in 1910 kwam de eerste badmeester. In 1913 kregen de heren M. Iburg en W.A.M. Korink de pacht van de plas en omliggende grond. Zij vulden de drassige bodem aan één kant op met zand van een naburige zandheuvel, zodat er ook een ondiep bad kon komen. Ze bouwden een huisje aan de rand en verfden het wit. In 1914 werd de Sportvereeniging Hillegersberg (SVH) opgericht; bestuursleden waren naast Iburg en Korink o.a. de heren Rooszen en de kunstschilder Herman Bieling. Het openluchtzwembad en de sportvereniging SVH bestaan nog steeds.