Hillegersberg, van 1920 tot 1941

Vanaf 1920 vond op het grondgebied van Hillegersberg veel nieuwbouw plaats. Het Berglustkwartier werd gerealiseerd. Ook het Kleiweggebied kreeg vorm. Een begin werd gemaakt met de ontwikkeling van het Molenlaankwartier. De economische crisis in de jaren '30 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was voor de grote delen van de bevolking zwaar: armoede en onzekerheid. In 1941 werd de gemeente, inmiddels met ca. 26.000 inwoners één van tien grootste gemeenten van Zuid-Holland, samengevoegd met Rotterdam.

Achtereenvolgens komen aan de orde:
* Hillegersberg, van 1920 tot 1941: bestuurlijk
* Hillegersberg, van 1920 tot 1921: wonen en werken
* Hillegersberg, van 1920 tot 1941: school, kerk, cultuur en recreatie
* 1 augustus 1941: De gemeente Hillegersberg opgeheven

Hillegersberg, van 1920 tot 1941: bestuurlijk

Gemeentebestuur
Vanaf 1907 was Jhr. Volkert Huibert de Villeneuve burgemeester van Hillegersberg. De Villeneuve nam in 1924 ontslag 'om gezondheidsredenen'. Om twee redenen was zijn opvolging bijzonder. In de eerste plaats omdat er stemmen opgingen om geen nieuwe burgemeester te benoemen, maar om Hillegersberg te laten samengaan met Rotterdam. Daarvoor was echter (nog) te weinig draagvlak. Er waren 48 sollicitanten, veel burgemeester van kleinere gemeenten en ook wethouder Breedveld van Hillegersberg.  Mr. Frederik Rambonnet, burgemeester van Rockanje, werd de eerste keus, maar hij werd het niet: op de uiteindelijke voordracht stond Frederik Hendrik van Kempen, burgemeester van Schoonhoven en niet één van de aanvankelijke 48 sollicitanten, op de eerste plaats. Van Kempen werd benoemd en ging nog in 1924 aan de slag. Hij zou de laatste burgemeester van Hillegersberg zijn.

In 1920 was de gemeente nog gevestigd in het uit 1752 daterende pand op de hoek van de Raadhuisstraat en de Kerkstraat. Dat raadhuis voldeed al lang niet meer. In 1920 kon de gemeente de villa 'Buitenlust' aan de Straatweg hoek Parklaan (nu: C.N.A. Looslaan) van C.N.A. Loos kopen. De villa werd verbouwd en vanaf juni 1921 was dit het nieuwe raadhuis. De bevolkingstoename was groot, de villa 'Buitenlust' werd te klein. Verschillende onderdelen van de gemeente kregen elders onderdak. In 1940 waren er plannen voor een nieuw raadhuis. Dat had moeten komen aan de Bergse Voorplas, waar nu restaurant Gauchos is.
 
De gemeenteraad van Hillegersberg bestand uit 11 mensen, inclusief de wethouders. In 1931 werd het aantal uitgebreid naar 17. Hillegersberg was een overwegend confessionele gemeente.  Enkele van de wethouders waren: Breedveld, Daniels, Siezen, Spronkers en Terwiel. Zeer opvallend was de uitslag van de proviciale verkiezingen in 1935. Voor het eerst deed de NSB mee. Relatief veel Hillegersbergenaren waren lid van de NSB: in 1935 1046 leden op een bevolking van 10.000. De NSB kreeg 17% van de Hillegersbergse stemmen. De aanhang werd minder toen de NSB zich antisemitisch profileerde.

In 1920 telde de gemeente nog maar 5.000 inwoners. Tussen 1920 en 1930 werd veel gebouwd: het Berglustkwartier en Kleiwegkwartier, zo was het inwonertal in 1935 het dubbele. Een belangrijke bijdrage aan de groei leverde o.a. wethouder Maarten Dijkshoorn, die na 40 jaar gemeenteraadslidmaatschap in 1927 afscheid nam. Hij kreeg bij besluit van 6 december 1927 een bijzonder afscheidscadeau: een nieuwe laan werd naar hem genoemd. In 1931 had Hillegersberg 15.000 inwoners, in 1936 21.000. Op zijn verzoek werd Chris van den Berg op 8 oktober 1935 door het gemeentebestuur van Hillegersberg benoemd tot onbezoldigd conservator van het gemeentearchief van Hillegersberg; door zijn toedoen is veel van het historisch erfgoed van Hillegersberg bewaard gebleven. 

Een overheidstaak van vandaag de dag werd tot ver na de Tweede Wereldoorlog gedaan door vrijwilligers: de vrijwillige brandweer. In maart 1928 werd het eerste spuithuisje, dat al sinds 1731 op de hoek van de Dorpsstraat en de Kerkstraat stond, afgebroken ten behoeve van het verkeer. A.F.D. Hueck, in het dagelijks leven loodgieter, was al vanaf 1890 bij de brandweer; hij was er van 1921-1938 opperbrandmeester. Hueck was een vooraanstaande Hillegersbergenaar, hij was o.a. al vanaf de oprichting in 1900 actief bij de IJsclub Hillegersberg en daar later voorzitter en was de woordvoeder van het welkomstcomité van burgemeester Van Kempen in 1924. Op 31 december 1938 nam Hueck op 76-jarige leeftijd met een grote receptie in Lommerrijk afscheid van de brandweer. Dries Cossee was na de Tweede Wereldoorlog hoofdbrandmeester bij de vrijwillige brandweer in Rotterdam. 


Hillegersberg groeide verder door de grote stroom Rotterdammers die zich na het bombardement hier blijvend vestigden. Vanaf het begin van de Duitse bezetting bleef het Hillegersbergse gemeentebestuur zijn taken vervullen. Er werden nieuwe regels opgelegd. Ook in Hillegersberg waren er 'spontane manifestaties van trouw aan het huis van Oranje', maar dat kon door de bezetter niet worden geaccepteerd. De bezetter trad op tegen alle Oranje-uitingen. De Prins Bernardkade moest Voorplaskade gaan heten.

Met de ruim 26.000 inwoners beschouwde Hillegersberg zich meer en meer als een stedelijke gemeente. Hillegersberg hoorde in 1941 in grootte tot de top-10 van de provincie Zuid-Holland.

Gemeentegids
In april 1932 werd, vooral ten behoeve van de nieuwe inwoners, de eerste jaarlijkse gemeentegids uitgegeven. Deze gids van het Nederlandse uitgevers- en reclamebureau te Hilversum is samengesteld door C.A. van der Heijden. Het is een voorloper van de reeks van gidsen die jaarlijks verschenen vanaf het najaar van 1932. Deze allereerste Gids van april 1932 en de door Cosse uitgegeven Gids voor 1937 zijn digitaal door te bladeren. De laatste gids verscheen in 1939.

Annexatieplannen al in 1924...
Het gemeentebestuur van Rotterdam gaf in 1924 zijn directeur Plaatselijke werken, De Roode, de opdracht een plan te ontwerpen voor de uitbreiding van de stad. Dit leidt in 1926 tot een brief van Rotterdam aan de provincie dat in Hillegersberg de drinkwatervoorziening en de riolering ernstig te wensen over lieten. In 1927 hebben B&W van Rotterdam een voorstel tot stadsuitbreiding ingediend. Na uitgebreide discussies heeft de gemeenteraad in januari 1929 met 26 tegen 13 stemmen besloten tot de annexatie van veel van de omliggende gemeenten voor uitbreiding van de haven, woningbouw en recreatiegebied. Bij Rotterdam zouden o.a. Hillegersberg, Schiebroek, Overschie, Schiedam en Vlaardingen moeten komen.

Met de betreffende gemeenten had Rotterdam geen overleg gevoerd... het verzet uit de regio was groot en had ten dele succes: later in 1929 laten Gedeputeerde Staten van de provincie weten "voorlopig" af te zien van het integrale plan en zich te beperken tot de havenuitbreidingen. Het Rotterdamse voorstel wordt uiteindelijk in 1933 definitief door de provincie afgewezen, met uitzondering van Hoogvliet en Pernis: zij moesten er aan geloven vanwege de aanleg van de havens voor de petroleumindustrie aan de Vondelingenplaat.

Tweede Wereldoorlog
De Duitse bezetter legde na de Nederlandse capitulatie op 15 mei 1940 nog diezelfde dag vergaande maatregelen op. Het gemeentebestuur bleef in standen functioneerde min of meer 'als vanouds'.

De annexatieplannen van de jaren '20 en '30 waren afgewend, maar er bleven initiatieven tot annexatie van delen rond het tot dan bestaande Rotterdam. Uiteindelijk zouden Hillegersberg, Schiebroek en andere tot dan zelfstandige gemeenten, ondanks hun verzet, in 1941 bij Rotterdam komen. Overigens was ook de gemeente Rotterdam zelf niet overtuigd. In de gemeenteraadsnotulen van 12 juli 1941 zegt de heer Van Walsum er met vrij grote reserve tegenover te staan: "Men leeft thans immers in een interim-periode die aan een definitieve voorafgaat waarvan met thans de vorm nog niet kent.". De annexatie van 1941 was echter wel definitief...

Hillegersberg, van 1920 tot 1941: wonen en werken

Veel woningbouw
De gemeente Hillegersberg gaf begin jaren '20 opdracht tot het maken van een uitbreidingsplan aan het architectenbureau Granpré Molière, Verhagen en Kok. Dit bureau had eerder o.a. tuinstad Vreewijk ontworpen. Als belangrijkste uitgangspunt gold het behoud van de grote wateroppervlakten met hun bestaande contouren. Plantsoenen, een open bebouwing en wandelwegen  ‘die tot een verblijf van korte en lange duur op of aan het water uitlokken’ werden toegevoegd. Ten noorden van de Bergse Achterplas, als uitbreiding van de oude dorpskern, was een ‘tuinstadswijk’ gedacht. Direct aan de Bergse Achterplas werd voortgebouwd op de ruime verkaveling met woningen voor de betere middenstand en met villa’s en landhuizen. Het uitzicht op het water mocht niet worden belemmerd. Voor zover niet bebouwd waren de oevers bestemd voor de aanleg van plantsoenen. Langs de westelijke en noordwestelijke rand van de tuistadswijk waren arbeiderswoningen gepland.

Tussen 1920 en 1930 werd veel gebouwd: het Berglustkwartier en Kleiwegkwartier. Voor nieuwbouw in Hillegersberg was in de jaren '20  L.N. Krijgsman jr. een veelgevraagd architect. Krijgsman werkte hierbij o.a. samen met A. Poot huizen aan de Lisbloemstraat en bij het Bergpolderplein. Aan het Bergpolderplein bouwde Poot in 1926 zelf twaalf woonhuizen; de winkelbestemming van de begane grond is van later datum. In het Berglustkwartier kwamen naast herenhuizen ook de eerste 'woonblokken' van 3- en 4-hoog met verschillende woningen, hier was Jan Hendriks de projectontwikkelaar.

In 1929 werd het Bergpolderplein grondig opgeknapt en heringericht. In 1931 kwamen er winkels onderin de panden. De Haagse architect Co Brandes (1884-1955) maakte in opdracht van de Haagse maatschappij Debeto in 1929 het stedenbouwkundig ontwerp voor het Statenlaankwartier. Het is niet zo uitgevoerd, maar simpeler. Dit als gevolg van de recessie in de jaren dertig. Brandes bouwde zelf circa de helft van het Statenlaankwartier.

Al in 1920 maakte het architectenbureau Grandpré Molière, Verhagen en Kok eeen bestemmingsplan voor het Molenlaankwartier. Woningen met puntdaken. Er kwam nieuwbouw, bijvoorbeeld aan de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan in 1935. Architect J.W.C. (Joost) Boks (1904-1986) begon daar zijn loopbaan met de bouw van drie woningen (44-48). Later bouwde Boks o.a. het Deltahotel in Vlaardingen en in 1957 het, in 1997 gesloopte,  bejaardentehuis van de Maria Moll Stichting aan de Beethovensingel.

Ook rond de Straatweg werd veel gebouwd. Op de eilanden in de Bergse Achterplas bouwden Rotterdamse stadsbewoners vanaf de jaren twintig kleine zomerhuizen, de  ‘plashuisjes’. De gemeente stond dit toe, maar stelde eisen aan het maximaal te bebouwen oppervlak en aan de bouwhoogte. De Bergse Plaslaan is vanaf 1920-1921 complexmatig bebouwd, bedoeld voor forensen. Plasoord ontleent zijn naam aan de buitenplaats Plasoord. De eigenaar liet de buitenplaats in 1926 afbreken, zodat hij de grond aan de gemeente kon verkopen voor de bouw van een villapark. In 1932 werd de zijstraat Wilgenoord aangelegd en ook daar verrees een villapark.

Architect Herman van der Kloot Meijburg (1875-1961) was vanaf 1927 zeer betrokken bij de ontwikkeling van Hillegersberg. Eerst, van 1927-1930, als lid van de 'schoonheidscommissie', daarna tot aan de opheffing van de gemeente in 1941 als 'esthetisch adviseur' van her college van B&W. Hij ontwierp het uitbreidingsplan en het 'herziene plan van uitbreiding' in 1939, maar dat werd door de oorlogsomstandigheden nooit goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. 

Het Uitbreidingsplan uit 1933 voorzag ook de bebouwing van Polder 110 Morgen. Voor het zuidelijke gedeelte van de polder was een ontwerp gemaakt dat aansloot op de verkaveling van het Berglustkwartier. Het noordelijke gedeelte van de polder was bestemd voor de aanleg van een begraafplaats.De tot eind jaren ‘30 gebouwde huizen hadden een te hoge huurprijs, dus was er een nijpend tekort ontstaan aan woningen voor de minder gesitueerden.Het uitbreidingsplan werd in 1933 en in 1939 herzien.

Verkeer (o.a. tol)
Tot 1920 kende Hillegersberg geen trottoirs. De verkeersdruk was nog niet groot, maar moest al snel wel worden gereguleerd. Tot 1929 gold in Hillegersberg een maximum snelheid voor het verkeer van 20 km. De gemeente nam in dat jaar een verordening aan: demaimum snelheid ging naar 30 km. Dat wel met uitzonderingen zoals de Dorpsstraat. Er was een parkeerverbod voor o.a. de Dorpsstraat en de Straatweg. In 1935 werd het parkeervebod op de Straatweg aan de kant van de Voorplas opgeheven. In 1937 kreeg de Staatweg fietsstroken. 

Een bijzonder fenomeen dat tot 1 januari 1930 bestond was de tol op de kruising Straatweg-Kleiweg-Kootsekade. De tol bedroeg voor een vrachtauto 15 cent, een auto 10 cent, voor een paard 2 cent. Ook voor andere dieren moest voor de passage worden betaald. Om de kosten van de aanleg van wegen die enigszins terug te verdienen hief de rijksoverheid tol. In Hillegersberg kwam de tol in 1734, deze werd in 1749 aan Hillegerberg overgedragen. In 1924 werd het tolhuisje (dat in 1907 was gebouwd), na aanleg van de Juliana van Stolberglaan, die als sluipweg werd gebruikt,  verplaatst. Het tolhuis kwam te staan op de hoek Straatweg- Juliana van Stolberglaan. De tolgaarder deed dienst van ’s ochtends 4.00 uur tot ’s avonds 11.00 uur. De laatste tolgaarder was A.W. Cossee. De opheffing leidde tot een arbeidsconflict met de gemeente. Hij werd uitgever en maakte vanaf 1934 gedurende enkele jaren de gemeentegidsen van Hillegersberg en Schiebroek.

In 1920 werd de Straatweg verbreed door de sloten aan weerszijden te dempen. De functie van de straat verbeterde zeer, maar de straat verloor wel zijn oude allure. Ook kreeg de Straatweg zijstraten op de landtongen. In 1928 kwam de Weissenbruchlaan, althans op 18 mei 1928 gaf het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hillegersberg de straat zijn naam. Voor de aanleg van deze laan moest in 1936 o.a. Villa Françoise, Dorpsstraat 18, wijken.

De uit 1882 daterende Tivolibrug, de ophaalbrug over de verbinding van de Voor- en Achterplas nabij Lommerrijk, werd in 1923 vervangen. Tien jaar later werd de brug opnieuw vervangen, nu door een betonnen bak. Dit op kosten van de RETM omdat de brug uit 1923 niet geschikt was gebleken voor het zware tramverkeer. De 'oude' brug uit 1923 werd in 1933/4 verplaatst naar eind Dorpsstraat/ begin Grindweg, waar deze overigens nog korter stond: in 1938/9 verhuisde de brug voor de derde keer: nu naar Terbregge (en kreeg de naam Irenebrug).
De Irenebrug werd op 5 augustus 1939 feestelijk geopend. Deze brug zou blijven functioneren tot 2004. Speciaal voor de kerkgangers werd de brug elke zondagochtend van 9 tot 10 uur en elke zondagmiddag van half vijf tot kwart voor vijf voor het scheepvaartverkeer gesloten. Zo kreeg ieder de kans om op tijd de diensten bij te wonen.

In 1923 kwam een brug over de Rotte: de Philips Willembrug. Bij de aanleg van deze brug was ook C.N.A. Loos betrokken, naar verluidt omdat hij niet van de pont gebruik wilde maken. Deze  pont voer over de Rotte ter hoogte van de werf van Wurth, waar toen ook de vanuit 1840 daterende herberg "In den Baars" was.

In de jaren '30 verloor het Boterdorps Verlaat dat de Voorplas met de Rotte verbindt, zijn functie als schutsluis. Het is sindsdien alleen nog een verlaat om het waterpeil te regelen. Het Berg- en Broekseverlaat, waarvan de eerste steen in 1866 is gelegd, is nog steeds in functie.

Openbaar vervoer
De paardentram van de Schielandse Tramweg Maatschappij voerde al vanaf 1883 als lijndienst uit tussen Rotterdam en Hillegersberg. In 1918 nam de RETM de exploitatie over; de RETM ging over van smalspoor naar breedspoor. De paardentram werd in 1923 vervangen door de elektrische tram lijn 14. De tram reed het eerste jaar tot de Tivolibrug, maar daarna tot de Dorpsstraat bij de Strekkade. Aan de Kootsekade kwam in 1923 een nieuwe tramremise, ontworpen door ir. A.D. Heederik. De -nog bestaande- paardentramremise raakte in verval en werd in 1928 gesloopt. In 1929 werd tramlijn 14 doorgetrokken tot de Floris Versterlaan en op 24 mei 1938 tot de Molenlaan.
Lijn 23 ging rijden naar de Kootsekade. De trams reden vaak, in 1936 bijvoorbeeld reed lijn 14 om de 6 minuten en lijn 23 om de 8 minuten. In 1937 werd lijn 23 vervangen door lijn 10, van de Kootsekade naar Spangen.

In 1924 startte de TOD, de Terbregsche Omnibus Dienst. De TOD groeide en had begin jaren '30 een drietal lijnen met een 10- minutendienst: Lijn T van Rotterdam-Hofplein via de Bergweg en de Molenlaan naar Terbregge, lijn S van Rotterdam via de Staatweg en de Kleiweg naar de Adrianalaan in Schiebroek en lijn U van Rotterdam via de Kleiweg naar de Uitweg. Lijn U kreeg in 1935 als eindpunt de Rozenlaan en werd omgedoopt in lijn R. De gemeente Rotterdam nam lijn T in 1937 over voor 85.000 gulden. Het busvervoer werd voortgezet door de RET. Pas in november 1953 is lijn T veranderd in lijn 46.

Vanaf het begin van de 20ste eeuw was een een spoorwegnet-in-opbouw met o.a. een halte Hillegersberg (Rotterdam-Noord) aan de lijn naar Utrecht en een halte Schiebroek (Kleiweg) aan de lijn naar Scheveningen. Ook waren in Hillegersberg taxi's beschikbaar. RAVERO had een standplaats aan de Hilleniussingel.

Na het bombardement van Rotterdam was het de tram vanuit Hillegersberg (lijn 10) die, op 28 mei 1940, als eerste weer over op de Coolsingel reed,  in de richting van de Westzeedijk naar Spangen, zij het met gesloten deuren.

Leven in Hillegersberg
Hillegersberg 'verstedelijkte'. De tol, die al in 1734 op de Bergweg was ingesteld, werd eind 1929 opgeheven. Er kwamen nieuwe scholen en kerken. Tot aan het begin van de 20ste eeuw bemoeide de overheid zich nauwelijks met 'de verwaarloosde jeugd'. Als ouders niet voor kinderen konden zorgen werd de verzorging overgelaten aan het particulier initiatief (veelal kerken).  In de steden waren weinig kindertehuizen anders dan weeshuizen. In 1928 kwam er, vanuit particilier initiatief, een kindertehuis op de Langeweg (nu: Prins Bernardkade) hoek Willem van Hillegaersbergstraat: Kinderhuis Moria.

Ook voor ouderen waren er voorzieningen in Hillegersberg. Huize Bertha, bijvoorbeeld, was in de jaren '30 gevestigd op de Kleiweg 179, maar verhuisde naar de Straatweg 227-231. In 1938 adverteerde directeur A.J. van der Wal dat "deze inrichting voor rust- en hulpbehoevenden" was uitgebreid met een afdeling speciaal voor o.a. maag- en dieetpatiënten. De panden op de Straatweg zijn nu een Joods monument.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 had ook gevolgen voor Hillegersberg. Er vielen enkele afzwaaiers in Hillegersberg, veel Rotterdammers trokken naar Hillegersberg. Zij werden aanvankelijk in Lommerrijk opgevangen. Veel gezinnen vonden een woning in Hillegersberg.

Werken
Van ouds her bestond het werk uit landbouw, visserij en middenstand. Winkels en nijverheid waren vooral rond de Dorpsstraat en rond de Kleiweg. Ook werd veel 'langs de deuren' verkocht door venters. In 1936 telde Hillegersberg 77 winkels, waarvan 47 in de Dorpsstraat. In 1933 werd voor de beide straten één winkeliersvereniging opgericht. Zij gaf het blad 'De Bergsche Middenstander' uit. Begin 1937 opende Wim Carlier een winkel voor kantoor-, school- en schildersbenodigdheden. Het was een van de eerste speciaalzaken, de zaak richtte zich niet alleen op klanten uit de buurt zoals de andere winkels dat deden, maar richtte zich op de wijdere omgeving.

Het 'bedrijfsleven' ontdekte Hillegersberg, maar er bleef een belangrijk agrarisch accent. Tot in de jaren '30 waren de koeien van boer Poot een bezienswaardigheid. De koeien graasden op een grote weide aan de Ringdijk, maar de stallen waren bij de boerderij Vruchtenburg aan de Straatweg. De koeien maakten sjokkend reglmatig 'een rondje Achterplas'. De broodvisser op de Bergse Voorplas, Bram Oranje, hing zijn netten uit voor zijn huis aan de Strekkade 29. De molenaar maalde: o.a. in de korenmolens "De Korenbloem" aan de Bergse Achterplas en "De Vier Winden" aan de Terbregse Rechter Rottekade en (tot ca. 1905) in de oliemolen De Koot in het Kleiwegkwartier.

Bedrijven die kwamen waren o.a. de in 1921 opgerichte Hillegerbergsche Houthandel. Deze houthandel vestigde zich aan de Rechter Rottekade. Nabij de Ceintuurbaan kwamen industiële kantoren en bedrijven, zoals in 1930 het hoofdkantoor van de Elektriciteitsmaatschappij Electrostroom v/h H. Doyer & Co. (vanaf 1972 Brown Boveri Nederland).  In 1938 vestigde de Sunrise limonadefabriek zich aan de Adriaan van Matenesselaan. In Hillegersberg waren en bleven veel publiek trekkende 'uitspanningen' als Plaats Lommerrijk en Plaswijck . Op zomerse dagen kwamen vele duizenden bezoekers en werden extra trams met bijwagen naar en van Hillegersberg ingezet. Een grote slag was echter het afbranden op 23 januari 1934 van het logement "Het wapen van Holland" ("Freericks" in de volksmond). Aan herbouw viel niet te denken.

Hillegersberg, van 1920 tot 1941: school, kerk, cultuur en recreatie

Scholenbouw
De pacificatie van het onderwijs in 1917 bracht voor het bijzonder onderwijs (vooral christelijk) financiële gelijkheid aan het openbare onderwijs. Er ontstond een bouwgolf van scholen. Met name in het Rooms-Katholiek onderwijs was het nog zeer gebruikelijk dat er aparte scholen werden gebouwd voor het onderwijs aan jongens en aan meisjes. 

Aan de Burgemeeester Le Fèrvre de Montignylaan wed in 1926 de Sint Liduinaschool gebouwd (architect J. van Teefelen), Rooms-Katholiek lager onderwijs voor jongens. In 1928 werd aan de Hilleniussingel de Emmaschool gebouwd (architect Krijgsman). De Jacob Marisschool, gebouwd als school voor gewoon lager onderwijs,  is van 1931 (architect C.N. van Goor, hoofd technische dienst en tevens de gemeentearchitect van Hillegersberg). In 1938 werd aan de Adriaan van Matenesselaan (nu: Adriaen van der Doeslaan) de  Berglustschool, nu een dependance van de Emmaschool, gebouwd.

Met name in het Kleiwegkwartier was er een hausse aan scholenbouw. Architect L.N. Krijgsman jr. bouwde van 1921 - 1927 de Julianaschool aan de Julianalaan (Nu: Prinses Margrietlaan), een 'school met den bijbel' voor lager onderwijs en voor uitgebreid lager onderwijs; ook was er een bewaarschool en een onderwijzerswoning. Deze school is vaak verbouwd, de oorspronkelijke architectuur is nauwelijks bewaard gebleven. In 1922 werd een Montessori-bewaarschool gebouwd, aan de Hoofdlaan. Architect Leendert Krijgsman bouwde aan de Motorstraat, nu Margrietstraat, de Wilhelminaschool voor Christelijk lager onderwijs in 1924/5. In 1927-1929 werd, ook in het Kleiwegkwartier, aan de Hillegondastraat op de hoek van de Willem van Hillegaersbergstraat, een openbare school voor lager onderwijs (1927 op nummer 17-19) en uitgebreid lager onderwijs (1929 op nummer 25) gebouwd. Aan de Electroweg verscheen in 1930 een school voor lager onderwijs met een bewaarschool. De Tarcisiusschool voor R.K. lager onderwijs (voor jongens), de St. Theresiaschool (voor meisjes) en een bewaarschool werden in 1930 gebouwd aan de Johan de Wittlaan/ Adiaan Paauwlaan. Ook in 1930 bouwde gemeentearchitect Russcher een lagere school met bewaarschool aan de Bilderdijkstraat in Schiebroek (nu Koraalstraat en onderdeel van het Kleiwegkwartier). In 1932 kwam aan de Erasmussingel 120 de Da Costaschool 'met den bijbel' voor lager onderwijs met aansluitend op de Saffierstraat een bewaarschool (architect: L.N. Krijgsman jr.).

Bij een aantal scholen werden ook afzonderlijke gymnastieklokalen gebouwd.

Kerkenbouw
De oudste kerk van Hillegersberg is de Hillegondakerk. De kerk is in de jaren '30 dringend aan een restauratie toe. Deze zal worden uitgevoerd in 1941, voor de kerkgangers van deze kerk wordt een noodkerk gebouwd: de Bergkapel. Overigens worden in de jaren '20 en '30 veel nieuwe kerken gebouwd in Hillegersberg, kerken in de verschillende geloofsrichtingen.

In 1925 werd de Rooms-Katholieke kerk aan de Burgemeester Lefèvre de Montignylaan, de Sint-Liduinakerk, gesticht. Op 21 september 1927 werd de gereformeerde Nassaukerk aan de Kleiweg in gebruik genomen.
In december 1930 werd de Christus Koningkerk op het Statenplein ingewijd door de bisschop van Haarlem. In 1934 is begonnen met de bouw van de hervormde kerk aan de Rozenlaan in het Kleiwegkwartier: de Oranjekerk

Cultuur
Bekende Rotterdammers kwamen hier met hun gezinnen wonen zoals de kunstschilder Herman Bieling, de ontwerper Jaap Gidding en de architect J.J.P. Oud. Ook woonde en werkte de kunstschilder Marius de Jongere in Hillegersberg. De bekende journalist M.J. (Rie) Brusse woonde van 1930-1936 in Villa Françoise, aan het begin van de Dorpsstraat (in de linker helft, voorheen de pastorie van de Hillegondakerk).  Henk Chabot ging in 1934 net over de grens van Hillegersberg, aan de Rotte in Bergschenhoek wonen en werken.
Hillegersberg nam ook een plaats in in de Rotterdamse kunstenaarsfederatie "De Branding" (1917-1926), waarvan Bieling de strijdbare voorman was. Een ander lid was Jan Sirks (1885-1938), hij maakte o.a. een schilderij met de titel Hillegersberg, een laan langs de Bergse Plas. 
Een bekende schilder die in Hillegersberg werkte tot 1947 was Gijsbertus Johannes van Overbeek (1882-1947). Hij was ook illustrator, tekenaar en boekbandontwerper.  Hij maakte schilderijen van de haven, landschappen, stadsaangezichten, maar is vooral bekend geworden met afbeeldingen van werkende paarden.
In mei 1934 stichtte George Frederik Würtz het consevatorium "Hillegersberg". Mw. Wütz-Boerenbrink gaf particuliere zang- en pianolessen. Zij woonden in de Willem Nagellaan 7.

Recreatie
De tuinen van horecagelegenheden van Freericks, Lommerrijk of het daar naast gelegen Zwitsersch Huis waren vaak het doel van een 'uitje'. De uitspanningen kenden ook een "zaal met toneel en pracht dansvloer voor bruiloften, feesten en vergaderingen". De tuinen kenden ook vaak speelgelegenheden voor kinderen, verhuur van bootjes e.d.
Op 31 januari 1929 was er brand in het Zwitsersch huis, maar het kon in een paar maanden worden hersteld. Een belangrijke gebeurtenis was de brand op 23 januari 1934 die de uit 1799 daterende uitspanning "Het wapen van Holland" of te wel "Freericks" verwoestte. Er vond geen herbouw plaats. Op 31 januari 1935 brandde het Zwitsersch huis af, alles ging verloren, ook de geluidsinstallatie van de ijsbaan die samen met Lommerrijk werd geëxploiteerd. Het houten gebouw werd niet meer herbouwd.
Het terrein van Freericks aan de Dorpsstraat werd op 1 april 1936 publiekelijk verkocht. Woningen en winkels kwamen in de plaats. Het terrein van het Zwitsersch Huis aan de Straatweg is onbebouwd gebleven: het is nu een plantsoentje met een van de weinige vrije uitzichten op de Plas.

De belangrijkste nieuwe ontwikkeling op het gebied van recreatie in de periode 1920-1941 is de aanleg en inrichting van het Plaswijckpark. Vanaf 1922 tot halverwege de jaren '30 ontwikkelt de horeca-ondernemer C.N.A. Loos het Plaswijckpark. In 1927 werd onder leiding van architect L.N. Krijgsman aan amphitheater gebouwd. Het park trekt al snel honderdduizenden bezoekers per jaar, veelal Rotterdammers die het niet al te breed hadden. Daarnaast heeft het Plaswijckpark een belangrijke functie als buurtpark voor de bewoners van Hillegersberg en Schiebroek. Met medewerking van Loos kwam nabij het Plaswijckpark in 1928 het eerste tennispark van Hillegersberg. In de NRC van 12 februari 1928 is sprake van twee tennis-courts voor het clubhuis met zijn grote veranda's en terras. Het aantal van zes banen kan verder worden uitgebreid.

Ook waren er incidentele gebeurtenissen, zoals waar de krant "Voorwaarts" over schrijft op 5 juli 1923: “Op verzoek zal vrijdag 6 Juli ’s avonds van 7 tot 10 uur de tram-harmonievereeniging R.E.T.M. te Hillegersberg een concert geven in de muziektent gelegen op het terrein der N.V. Haagsche bouw vereeniging te Hillegersberg. Programma’s zullen het publiek door de harmonie R.E.T.M. gratis worden verstrekt. Het terrein ligt einde lijn 14.” 

1934 kende de eerste 'Hillegerbergse Zeilweek': wedstrijdzeilen met deelnemers tot uit België. Verolgens werd elk jaar zo'n week georganiseerd. Er kwam een clubhuis van 'de Hillegersbergschen Watersportvereenigingen', botenlig[plaatsen en een starttoren op de landtong bij het Berg- en Broekse Verlaat. In 1938 werd daar het eerste lustrum van de zeilweek gevierd.

In september 1936 werd tussen de woningen aan de Willem van Hillegaersbergstraat het gemeentelijk zwembad "De Overdekte" geopend (architect: Lengkeek). Het bad had een bassin van 11x25 meter. Er werd recreatief gezwommen, er werden zwemwedstrijden gehouden, maar het bad was vooral van groot belang voor kinderen die hier hum zwemdiploma's haalden.  In 1967 werd het zwembad gerenoveerd, het sloot in 1996 en werd gesloopt in 2005. Sinds juli 2006 is het een buurttuin.

1 augustus 1941: De gemeente Hillegersberg opgeheven

Voorspel
Al in 1924 gaf het gemeentebestuur van Rotterdam aan zijn directeur Plaatselijke Werken de opdracht een mogelijke annexatie van o.a. Hillegersberg te onderzoeken. Aanleiding was het vertrek (om gezondheidsredenen) van de toenmalige burgemeester De Villeneuve. Argument voor annexatie was o.a dat er veel forensen in Hillegersberg woonden die hun beroep in Rotterdam uitoefenden. De tegenstanders waren voornamelijk afkomstig uit "de landbouwende" bevolking. Toch werd in1924 een nieuwe burgemeester van Hillegersberg benoemd.
In 1926 schreef het ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw over de noodzaak tot uitbreiding van Rotterdam, dit onder andere vanwege de ‘wantoestanden’ in Hillegersberg en Overschie op het gebied van de volksgezondheid, met name wat betreft riolering en drinkwater-voorziening. De economische crisis brak uit... de annexatieplannen bleven liggen. 

Onontkoombaar

De gemeenteraad van Hillegersberg ziet in zijn vergadering van 14 mei 1941 een mogelijke annexatie als onvermijdelijk. Op zaterdag 17 mei 1941 is er in de achterzaal van het Plaswijckpaviljoen een mogelijkheid voor de bevolking om in discussie te gaan met de burgemeesters en wethouders van Hillegersberg, Schiebroek, Overschie en IJsselmonde over een aanstaande samenvoeging met Rotterdam. Het verandert niets aan de zaak. 

Het gemeentebestuur nam nog enkele 'historische' besluiten. Als een soort verzetsdaad werden nog voor de annexatie de Bergsingel en de Verlengde Bergsingel omgedoopt in de Burgemeester F.H. van Kempensingel (besluit van B&W van Hillegersberg van 15 mei 1941). Bij besluit van 23 juni 1941 kreeg Adrianus Johannes Breedveld (wethouder van 1919 - 1931) een singel naar zich genoemd. Het 'gewone' leven ging door. Ook was aandacht voor de historische bezittingen van de gemeente Hillegersberg: in een brief van 28 mei 1941 vroeg burgemeester Van Kempen aan de gemeentearchivaris ten behoeve van het Prentenkabinet enkele zaken te komen ophalen: een beschilderd offerkistje, een wapen, een tinnen kan en drie stuks tinwerk "staande op de boekenkast in de Burgemeesterskamer". 

In 1941 viel 29 juni, de verjaardag van Prins Bernard, op een zondag. De organist van de Hillegondakerk zette na de dienst bij de geopende kerkdeuren het Wilhelmus in... Het kostte hem een jaar gevangenschap.

Op 15 juli 1941 kwamen vijf notabele Hillegersbergenaars bijeen: wethouder Spronkers, de arts Jongerius, bankdirecteur Van Leeuwen, oud-tolgaarder Dries Cossee en de predikant Snethlage. Het doel was het scheidende gemeentebestuur een afbeelding van een toekomstig geschenk te geven: een herinneringsbank. De Hilllegersbergse beeldhouwer Edema van der Tuuk maakte het ontwerp. De bank is er nooit gekomen...

De laatste vergadering
Op 31 juli 1941 vindt de laatste gemeenteraadsvergadering van Hillegersberg plaats. Burgemeester van Kempen  houdt eeen roerende afscheidsrede, hij krijgt een wandbord als afscheidscadeau. Na de vergadering en toespraken is er in het Plaswijckpark een drukbezochte afscheidsreceptie voor de burgerij.

Onderdeel van Rotterdam
Hillegersberg werd zonder het uitschrijven van nieuwe gemeenteraadsverkiezingen op 1 augustus 1941 onderdeel van Rotterdam. Als (enige) vertegenwoordiger van Hillegersberg werd het raadslid Breedveld, de nestor van de gemeenteraad van Hillegersberg met 23 dienstjaren, benoemd in de raad van Rotterdam.

In Hillegersberg kwam een hulpsecretarie van Rotterdam voor de inwoners van Hillegersberg en Schiebroek. De oud-gemeentesecretaris van Hillegersberg, Van Ballegooij, en oud-locosecretaris, Roodvoets kregen de leiding van de hulpsecretarie.