Schiebroek, van 1817 tot ca. 1920: wonen en werken

Wonen
Schiebroek bleef lang landelijk gebied. De bewoning concentreerde zich vooral in een buurtschap aan de Kleiweg/ Hoofdweg en langs de Hoge Limiet. In 1865 telde de gemeente 335 inwoners, zij zijn voornamelijk werkzaam in de landbouw en de veeteelt. In 1890 was het inwonertal opgelopen tot 385. Schiebroekenaren werden tot 1903 begraven in Overschie. Daarna op de kleine, inmiddels gesloten, begraafplaats aan de Ringdijk. In 1920 telde de gemeente 772 inwoners.

Nieuwe structuren waren de Limietweg en de Nieuwe Weg. De Limiet­weg met ‘lage’ eind en ‘hoge’ eind (tegenwoordig de Lage Limiet en Hoge Limiet) vormde de grens tussen de Schiebroekse Polder en de Polder Honderdtien Morgen. De Nieuwe Weg was de achterweg van de Kleiweg (ook wel gewoon 'Achterweg' genoemd, tegenwoordig is het de Erasmussingel). Langs de Limietweg en de Nieuwe weg ontwikkelde zich vanaf de late achttiende eeuw lintbebouwing. Zo kwam bij dit stuk van de Kleiweg de bewoningskern van Schiebroek tot stand. 

Een andere bewoningskern, rond de Adrianalaan, kwam in de late negentiende eeuw en ontwikkelde zich feitelijk pas rond 1930. Het begon bij boer Johannis Ruis. Op 1 mei 1856 kwamen de percelen grond rond wat later de Adrianalaan zou gaan heten, in handen van Ruis. De boerderij stond tot 1937 op de plaats waar nu de Ringdijk 18-19 is. In 1888 nam zoon Jan Ruis de boerderij over. Hij liet, met geld uit een erfenis van zijn vrouw, enkele tuinderswoningen bouwen. Er kwam een puinpad. En er was behoefte aan een naam voor het pad. Toen is de vrouw van Jan, Adriana Erkina Ruis- van Beek, vernoemd: het werd de Adrianalaan. In die begintijd werd de Adrianalaan ook wel meewarig "het Tranenlaanje" genoemd: de mensen, allemaal tuinders, hadden het niet breed. In het jaar 1913 heeft Johannes Ruis zijn boerenbedrijf van de hand moeten doen. De Adrianalaan is ondergebracht in een vereniging van gezamenlijke eigenaren. De vereniging van gezamenlijke eigenaren vergaderde regelmatig. Het notulenboek  is bewaard gebleven en ligt bij het Stadsarchief Rotterdam. De Adrianalaan is in 1924 door de gemeente Schiebroek overgenomen. 

Grote impact op het leven had de Spaanse Griep in 1918. Veel mensen zijn gestorven, ook in Schiebroek en omgeving. Voor de zieken kwam de dokter vele malen op de dag op zijn moterfiets uit Overschie.

Werken
Schiebroek kende een bescheiden middenstand, met name voor de dagelijkse levensbehoeften. Het grootste gedeelte van de bevolking was agrarisch georiënteerd: boer en boerenknecht, maar er waren ook enkele andere beroepen zoals hoefsmid en wagenmaker. 

Op 1 oktober 1908 startte de spoorverbinding van de Zuid-Hollandse Electrische Spoorweg Maatschappij van Rotterdam-Hofplein naar Scheveningen. De tweede halte vanaf het Hofplein was de halte Schiebroek (na de annexatie: Rotterdam- Kleiweg). Schiebroekenaren maakten in toenemende mate gebruik van deze spoorverbinding voor werk in Rotterdam en zelfs in Den Haag.