Schiebroek van 1817 tot ca. 1920: geografisch en bestuurlijk

Geografisch
De Schiebroekseplas was drooggemalen. De polders Schiebroek en 110-Morgen werden bemalen door een in 1772 gebouwde ‘molendriegang’: drie achter elkaar geplaatste molens die het polderwater in 3 stappen op de Ringvaart loosden. De drie molens stonden in een rechte lijn op de plek van de huidige Wilgenlei (zie kaartje). De onderste molen stond bij de huidige Meidoornsingel, de midden- of tussenmolen stond bij de hoek van de Wilgenlei en de Paltroklaan en de bovenste molen stond nabij de Ringdijk.

De drie molens werden  in 1914 vervangen door een elektrisch gemaal dat uitslaat op de polder Berg en Broek, waaruit een ander elektrisch gemaal het water op de Rotte brengt. In 1914 werden alle drie de molens gesloopt. De laatste molenaar van de ondermolen was Noorlander. De laatste molenaar van de middelmolen, een achtkante grondzeiler, was Dirk van den Bos. De bovenmolen werd laatstelijk bemalen door Dirk Maasland.

Een gedenk­steen aan de Wilgenlei met opschrift herinnert aan de droogmakerij: “Eerst een moeras daarna een plas toen land voor ‘t vee nu burgerstee”.

Bestuur
Het ambacht Schiebroek, dat werd bestuurd vanuit de gemeente Overschie, werd in april 1817 een zelfstandige gemeente met slechts een paar honderd inwoners. Aanvankelijk stond de gemeente onder leiding van een schout, vanaf 1825 van een burgemeester. Schiebroek had een raadhuis aan de Kleiweg 47. Het was de helft van een dubbele woning. In de 'andere' helft woonde het hoofd van de school. Het burgemeesterschap van Schiebroek was een bijbaan. Tot 1924 was de burgemeester van Overschie of van Hillegersberg tevens burgemeester van Schiebroek. Het was improviseren. Er is een lijst van de burgemeesters van Schiebroek. Het gemeentewapen van Schiebroek is toekend in 1896 op aanvraag van de burgemeester. Het is een blauwe ster op een goud wapenschild. Het wapen is gelijk aan het wapen dat de gelijknamige ambachtsheerlijkheid voerde en is afgeleid van het wapen van het geslacht Van Kralingen. De burgemeester had ook een markiezenkroon aangevraagd, maar dit werd door de Hoge Raad van Adel afgewezen.

Schiebroek was gemeente, maar ook nog steeds ambachtsheerlijkheid zoals in 1847 werd beschreven, in het eigendom van de heer Jacob Smits Dirkszoon van Rotterdam en van de erven Van Langeveld van Berkel. In de jaren 1854 en 1896 hebben bewoners van Schiebroek aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gevraagd om 'ingelijfd' te worden bij Hillegersberg. Het waren vooral de Schiebroekse kooplieden die voordeel hadden bij inlijving in verband met de tol op de kruising van de Juliana van Stolberglaan en de Straatweg. Het ging niet door. 

Een gebouw aan de Kleiweg op de hoek van de Hoofdlaan wordt in 1875 raadhuis. Dat gebouw was overigens ook het woonhuis van het hoofd van de openbare lagere school. Over de jaren tot kort na 1900 werd over Schiebroek geschreven als een gemeente zonder bebouwde kom, zonder centrale punten, een kerk had het niet en geen enkel ander publiek gebouw. De raad vergaderde in een buurtschooltje, politie en brandweer ontbraken. Zwaarwegende argumenten voor een zelfstandig voortbestaan van Schiebroek waren er eigenlijk niet.