Schiebroek van ca. 1920 tot 1941: bestuurlijk

Zelfstandige gemeente
Schiebroek was sinds 1817 een zelfstandige gemeente. Natuurlijk met een eigen burgemeester... maar het was altijd een dubbelfunctie met een andere, naastgelegen gemeente: Overschie of Hillegersberg. De gemeente telde nog geen 1000 inwoners, de mannen van boven de 25 mochten in 1919 in de gemeenteraad 7 raadsleden kiezen. Burgemeester De Villeneuve trad in 1924 om gezondheidsredenen af.

In 1924 kwam de eerste (en de laatste) burgemeester van Schiebroek die niet tevens burgemeester was van een andere gemeente. De gemeentesecretaris Jan Pieter Hendrik Dhont werd toen benoemd tot burgemeester.  Dat was overigens geen 'gelopen race', want ook de burgemeester van Bergschenhoek, J.M.M. van Meetelen, wilde Schiebroek er wel bij doen. 

Bij Dhont was overigens ook sprake van een dubbelfunctie. Hij werd burgemeester, maar bleef ook secretaris. Zo'n dubbelfunctie was in die tijd niet ongewoon: de bezoldiging van een burgemeester van een kleine gemeente was bescheiden.

Het raadhuis was een 'woning' aan de Kleiweg. Een 'dubbele woning': in de ene helft woonde de schoolmeester, de andere helft was het raadhuis. Het van rond 1875 daterende pand was een bouwval in de tijd van Dhont. Het verhaal gaat: "Toen dHont er zijn trouwerij gaf, zakte op een gegeven moment zijn bruid door de vloer.". Kort daarna gaf Dhont de opdracht het gebouw te slopen. Er kwam een nieuw raadhuis aan de Ringdijk 50. Ooit stond hier de boerderij van Toon Ooms. Het  nieuwe raadhuis, dat door de in 1928 benoemde Schiebroekse gemeentearchitect Henk Russcher was ontworpen, werd op 22 april 1930 in gebruik genomen. Het gebouw was een geschenk van een projectontwikkelaar. 

De gemeente groeide. Bij de verkiezingen in 1931 werden, als gevolg van de groei van de gemeente, in plaats van 11 nu 17 raadsleden gekozen. In 1935 waren er 6162 inwoners, er was een politiekorps van vijf agenten en twee gecertificeerde politiehonden. En een grote brandweer met o.a. een motorspuit en drie slangenwagens. Opperbrandmeester A.J. van Lieshout kon over 48 (vrijwillige) brandweerlieden beschikken.

Annexatie
Dhont zou dit blijven tot aan de opheffing van de gemeente Schiebroek op 1 augustus 1941. Het grondgebied van 622 ha met zijn inwoners werd toegevoegd aan Rotterdam. Dit met o.a. Overschie en Hillegersberg en een reepje grond van Berkel en Rodenrijs (zie kaartje). Het Raadhuis van Schiebroek krijgt de functie van wijkkantoor van de afdeling Sociale Zaken voor Hillegersberg en Schiebroek. Schiebroek krijgt geen eigen hulpsecretarie "aangezien het voormalige Raadshuis aan de Ringdijk op een afstand van slechts 15 minuten lopen van het Raadhuis van Hillegersberg is gelegen.".