Schiebroek, van 1817 tot ca. 1920

De gemeente Schiebroek
Schiebroek, dat werd bestuurd vanuit Overschie, werd in 1817 een zelfstandige gemeente, hoewel het gebied slechts een paar honderd inwoners telde. Een herberg aan de Kleiweg op de hoek van de Bilderdijkstraat (thans: Koraalstraat) werd in 1875 raadhuis. Schiebroek was en bleef een heel kleine agrarische gemeenschap met slechts zeer basale voorzieningen. De paardentram kwam bij Plaswijck in Hillegersberg. In 1908 werd de spoorlijn van Rotterdam Hofplein naar Scheve­ningen geopend, met een halte aan de Kleiweg.

Achtereenvolgens komen aan de orde:
* Schiebroek, van 1817 tot 1920: geografisch en bestuurlijk
* Schiebroek, van 1817 tot 1920: wonen en werken

Schiebroek, van 1817 tot ca. 1920: geografisch en bestuurlijk

Geografie
De Schiebroekseplas was drooggemalen. De polders Schiebroek en 110-Morgen werden bemalen door een ‘molendriegang’: drie achter elkaar geplaatste molens die het polderwater in 3 stappen op de Ringvaart loosden. De drie molens stonden in een rechte lijn op de plek van de huidige Wilgenlei. De onderste molen stond bij de huidige Kastanjesingel, de midden- of tussenmolen stond bij de hoek op de Meidoornsingel en de bovenste molen stond aan de Ringdijk.
De molens van de molengang werden in 1914 ver­vangen door een elektrisch gemaal. Een gedenk­steen aan de Wilgenlei met opschrift herinnert aan de droogmakerij: “Eerst een moeras daarna een plas toen land voor ‘t vee nu burgerstee”.

Bestuur
Het ambacht Schiebroek, dat werd bestuurd vanuit de gemeente Overschie, werd in 1817 een zelfstandige gemeente met slechts een paar honderd inwoners. Er kwam geen nieuw gemeentehuis en geen echt ambtenarenapparaat.  Aanvankelijk stond de gemeente onder leiding van een schout, vanaf 1825 van een burgemeester. Het burgemeesterschap van Schiebroek was een bijbaan. Tot 1924 was de burgemeester van Overschie of van Hillegersberg tevens burgemeester van Schiebroek. Het was improviseren. Er is een lijst van de burgemeesters van Schiebroek. Het gemeentewapen van Schiebroek is een blauwe ster op een goud wapenschild. Het zou kunnen zijn dat Schiebroek voorheen aan het geslacht van Cralingen heeft toebehoord. 

Schiebroek was gemeente, maar ook nog steeds ambachtsheerlijkheid zoals in 1847 werd beschreven, in het eigendom van de heer Jacob Smits Dirkszoon van Rotterdam en van de erven Van Langeveld van Berkel.

Een gebouw aan de Kleiweg op de hoek van de Hoofdlaan wordt in 1875 raadhuis. Dat gebouw was overigens ook het woonhuis van het hoofd van de openbare lagere school. Over de jaren tot kort na 1900 werd over Schiebroek geschreven als een gemeente zonder bebouwde kom, zonder centrale punten, een kerk had het niet en geen enkel ander publiek gebouw. De raad vergaderde in een buurtschooltje, politie en brandweer ontbraken. Zwaarwegende argumenten voor een zelfstandig voortbestaan van Schiebroek waren er eigenlijk niet.

Schiebroek, van 1817 tot ca. 1920: wonen en werken

Wonen
Schiebroek bleef lang landelijk gebied. De bewoning concentreerde zich vooral in een buurtschap aan de Kleiweg/ Hoofdweg en langs de Hoge Limiet. In 1865 telde de gemeente 335 inwoners, zij zijn voornamelijk werkzaam in de landbouw en de veeteelt. In 1890 was het inwonertal opgelopen tot 385. Schiebroekenaren werden tot 1903 begraven in Overschie. Daarna op de kleine, inmiddels gesloten, begraafplaats aan de Ringdijk. In 1920 telde de gemeente 772 inwoners.

Nieuwe structuren waren de Limietweg en de Nieuwe Weg. De Limiet­weg met ‘lage’ eind en ‘hoge’ eind (tegenwoordig de Lage Limiet en Hoge Limiet) vormde de grens tussen de Schiebroekse Polder en de Polder Honderdtien Morgen. De Nieuwe Weg was de achterweg van de Kleiweg (tegenwoordig de Erasmussingel). Langs de Limietweg en de Nieuwe weg ontwikkelde zich vanaf de late achttiende eeuw lintbebouwing. 

De lintbebou­wing langs de Nieuwe Weg en de Kleiweg ontwikkel­de zich tot de bewoningskern van Schiebroek. In de late negentiende eeuw ontwikkelde zich bovendien lintbebouwing langs het karrenpad (de tegenwoordi­ge Adrianalaan). Van de lintbebouwing resteert nog een aantal laat negentiende-eeuwse tuinderswonin­gen.

Opn 1 oktober 1908 startte de spoorverbinding van de Zuid-Hollandse Electrische Spoorweg Maatschappij van Rotterdam-Hofplein naar Scheveningen. De tweede halte vanaf het Hofplein was de halte Schiebroek (na de annexatie: Rotterdam- Kleiweg).

Werken
Schiebroek kende een bescheiden middenstand. Het grootste gedeelte van de bevolking was agrarisch georiënteerd.