W.C. 't Hart & Zn., Instrumenten- en apparatenfabriek

Bedrijfsgeschiedenis
Op 18 december 1912 richtte W.C. 't Hart het bedrijf "W.C. 't Hart, Instrumentmaker" op, gevestigd in de Jan Porcellistraat 33 in Rotterdam. In 1927 werd de naam van het bedrijf gewijzigd in "W.C. 't Hart & Zn., Instrumentenmaker". In 1938 werd het bedrijf een naamloze vennootschap. De naam werd gewijzigd in "W.C. 't Hart & Zn., Instrumenten- en Apparatenfabriek N.V.". In de periode na de oorlog ging het goed met het bedrijf en werden er diverse nevenvestigingen betrokken. Het bedrijf verloor zijn zelfstandigheid toen in 1967 alle aandelen werden overgenomen door de Overzeese Gas- en Elektriciteitsmaatschappij N.V. (OGEM). De OGEM nam in 1969 het besluit om het bedrijf samen te voegen met het bedrijf Damm in Apeldoorn. In 1970 kwam er officieel een eind aan de Instrumenten- en Apparatenfabriek W.C. 't Hart.
Aanvankelijk werden laboratoriuminstrumenten en analytische balansen en weegschalen vervaardigd en hersteld. Omstreeks 1933 werden onderdelen voor grotere bedrijven gemaakt: hoogwaardig precisiewerk in grote series. De productie in 1954 betrof hogedrukapparatuur, centrale smeerapparaten, precisieapparatuur voor de vliegtuigbouw, motorenbouw, vuurleidingstoestellen, onderdelen voor wagon- en carrosseriebouw, scheepsbouw en machine-industrie.  De opdrachtgevers kwamen o.a. uit Engeland, Canada en USA. Een ander product was de schalmmachine die wordt gebruikt bij het maken van schoenen, tassen, lederen kleding e.d. Deze machine vond afnemers in meer dan 20 landen.


Vestigingen in Schiebroek
Het bedrijf betrok in 1938 een nieuw pand aan de Achterweg 107 in Schiebroek. Er waren verschillende nevenvestigingen. Op 28 juni 1954 schrijft de directeur A.C. 't Hart een brief aan de gemeente Rotterdam met het verzoek om ter vervanging van de drie dan bestaande locaties een nieuw pand te mogen bouwen. De locaties waren toen: Erasmussingel 213-215 (in Verdoorns Deurenfabriek),  Erasmussingel 245 (thans: Petristraat 245, hoofdvestiging) en aan de Lathyrusstraat 3. Het nieuwe pand moest ruimte hebben voor 400 personen (in 1954 waren er al 285 personeelsleden) en 10.000 m2 groot zijn. Er was sprake van een pand aan de zuidzijde van de Kleiweg tegenover nr. 427, de August Herman Francke-Huizen. Maar daar werd de nieuwbouw niet gerealiseerd.

In 1956 werd het nieuwe pand aan de Adrianalaan 380 in gebruik genomen. De officiëlle opening geschiedde in de ochtend van 17 oktober door de minister van Economische Zaken prof. dr. J. Zijlstra, ook in aanwezigheid van verschillende burgemeesters, waaronder de burgemeester van Almelo, al waar het bedrijf een nevenvestiging had. De minister legde de nadruk op het researchwerk van het bedrijf.
Het personeel bood een gevelversiering aan: een bronzen ajour-reliëf van de beeldhoudster Marian Gobius. Het reliëf is een hand die een micrometer vasthoudt. Een as symboliseert de precisie van het bedrijf, evenals een meetklokje dat met enige moeite in het rechter bovengedeelte terug te vinden is. Onder twee in elkaar grijpende tandwielen staat een bliksemschicht afgebeeld, als bron van energie. Anno 2020 is overigens geen reliëf meer te zien.

Schiebroek

Erasmussingel 245
(thans: Petristraat 245)

Schiebroek

1955 Adrianalaan 380 1e paal

Schiebroek

1955 Adrianalaan 380 1e paal

Schiebroek

1955 Adrianalaan 380 1e paal

Schiebroek

1955 Adrianalaan 380 1e steenlegging

Schiebroek

1956 Adrianalaan 380 opening