Schiebroek van1920  tot 1941: scholen, kerken, cultuur en recreatie

Scholen
Tot in de jaren twintig had Schiebroek slechts één schooltje, aan de Kleiweg. Daar zaten gemiddeld ongeveer dertig leerlingen. Begin 1927 telde heel Schiebroek nog maar drie klaslokalen. In de loop van de jaren twintig en dertig werden er echter veel nieuwe woningen gebouwd. Daardoor groeide het aantal inwoners snel. In 1920 had Schiebroek 772 inwoners. In 1930 waren dat er al ongeveer 3.100 en in 1935 was het inwonertal gestegen tot circa 6.100. Met de komst van veel jonge gezinnen nam de behoefte aan scholen sterk toe. In die tijd was er een duidelijke scheiding op religieuze grondslag. Er bestonden openbare scholen, christelijke scholen en katholieke scholen. Voor alle drie de richtingen moesten lagere scholen worden gebouwd.

In 1923 werd aan de Molenvijver de christelijke Groen van Prinstererschool voor bijzonder lager onderwijs gesticht. De oudste openbare lagere school van Schiebroek stond aan de Schoolstraat 18. Deze school werd in 1927 gebouwd in opdracht van de gemeente Schiebroek door de architecten De Groot en Russcher. De school begon met vier lokalen en kreeg binnen vijf jaar nog eens drie extra lokalen. In elk lokaal was plaats voor 40 tot 48 leerlingen. In 1935 werd naast de school aan de Schoolstraat, aan de Sleedoornlaan 35, een Montessori-kleuterschool met drie klassen gebouwd. Deze school werd ontworpen door de architecten ir. H. en ir. J. Krammer. In 1932 kwam de eerste lagere school voor katholieke jongens in Schiebroek: de Gerardus Majellaschool aan de Larikslaan, ontworpen door architect J. van Teeffelen. Plannen voor een rooms-katholieke meisjesschool werden pas na de Tweede Wereldoorlog gemaakt. In datzelfde jaar, 1932, werd ook de christelijke Da Costaschool geopend aan de Erasmussingel, op de hoek met de Da Costastraat. Deze school was een ontwerp van architect L.N. Krijgsman jr.

De scholenbouw kwam daarmee goed op gang. In de eerste gemeentegids van Schiebroek, verschenen in mei 1934, werd hier met veel enthousiasme over geschreven: “Iemand, die Schiebroek niet door en door kent, heeft geen flauw idee, wat in deze gemeente reeds voor het onderwijs is gedaan en welke frissche, ruime schoolgebouwen in Schiebroek aanwezig zijn. Er zijn 5 scholen voor gewoon lager onderwijs en 4 scholen voor bewaarschoolonderwijs.” Volgens deze gemeentegids waren de openbare lagere scholen gevestigd aan de Bilderdijkstraat 17 (met als hoofd G. den Eerzamen) en aan de Schoolstraat 18 (hoofd P. Nolen). De bijzondere lagere scholen waren de protestants-christelijke Groen van Prinstererschool aan de Molenvijver (hoofd S. de Lange), de rooms-katholieke St. Gerardus Majellaschool aan de Eikenlaan 190 (later Larikslaan 190, hoofd J.Th.A. Jacobs) en de protestants-christelijke Da Costaschool aan de Da Costastraat 1b (hoofd P. Brouwer).

Daarnaast waren er vier bewaarscholen: de openbare bewaarschool aan de Kleiweg (hoek Hoofdlaan), de protestants-christelijke Da Costa-bewaarschool, de rooms-katholieke Gerardus Majella-bewaarschool en de op 7 februari 1934 opgerichte Neutrale Montessori-schoolvereniging 'Tuinstad Schiebroek' aan de Sleedoornlaan 35. In het boek Dit is mijn school (VSW, 2015) wordt ook de kleuterschool aan de Kastanjesingel 42A genoemd. Deze school werd in 1931 gebouwd door J. Hendriks en ontworpen door C. Lengkeek Wzn. In 1935 vestigde zich het August Hermann Francke Huis, een internaat voor moeilijk opvoedbare jongens, in het voormalige Huize Bellevue aan de Kleiweg 427.

Voor de Tweede Wereldoorlog had Schiebroek geen middelbare scholen en geen scholen voor nijverheidsonderwijs. Hiervoor moesten leerlingen naar Rotterdam. In de gemeentegids werd vermeld dat de gemeente Rotterdam vanaf 1 september 1934 voor buitenleerlingen een dubbel schooltarief hanteerde. Voor leerlingen uit Schiebroek gold dit tarief echter niet, omdat hiervoor een speciale gemeenschappelijke regeling was getroffen.

Kerken
Schiebroek kent aanvankelijk helemaal geen eigen kerkgebouwen. Schiebroekenaren bezoeken kerken in Hillegersberg, Overschie of Rotterdam. In de jaren dertig ontstaat behoefte aan eigen voorzieningen.

Hoewel niet aangeduid als kerk, er was sinds 1930 wel een Nederlands hervormde kapel: aan de Eikenlaan (nu: Larikslaan 215). Geld werd bijeengebracht voor het stichten van een hervormde kapel. In het voorjaar van 1939 maakt architect L.N. Krijgsman een ontwerp, de bouw vindt plaats in 1941/1942. In 1975 is de kapel onder architectuur van D.J. Klamer verbouwd en kreeg het pand een aangebouwde entree. 
Aan de Kleiweg, over de spoorlijn, krijgen de Nederlands Hervormden de beschikking over een lokaal, waar met name Kleiwegbewoners gebruik van maken. Vanaf 1 oktober 1937 worden NH-kerkdiensten gehouden in de Montessorischool aan de Berkenlaan (nu: Sleedoornlaan). De Vrijzinnig hervormden hebben om de drie weken een dienst in de benedenzaal van het in 1932 in gebruik genomen wijkgebouw Arcadia dat gelegen is aan de Adrianalaan op de hoek van de Meidoornsingel. In 1940 wordt binnen de hervormde gemeente Hillegersberg gesproken over kerkbouw in Schiebroek. In de kerkgids van 1941 staat: "Intussen was het geronk van vliegmachines en het gedonder van het afweergeschut niet van de lucht af. Bouwplannen, en van boven ons, en rondom ons, het gevaar van vernietiging. Is dat niet de situatie waarin de Kerk, de Gemeente staat?". Vervolgens wordt gesteld bezig te zullen zijn in Zijn aanbevolen werk. Het plannen van nieuwbouw van een hervormde kerk gaat dus, ondanks de oorlogssituatie, verder.

De gereformeerden van Schiebroek kerken elke zondag twee maal in de bovenzaal van Arcadia. De Schiedamse Courant meldt op 23 maart 1940 dat onder de directie van de jonge Schiedamse architect Jan C. Teeuw in Schiebroek aan de Meidoornsingel 50 een gereformeerde kerk met voorlopig 500 zitplaatsen wordt gebouwd. Ondanks de oorlogssituatie wordt de kerk afgebouwd; de ingebruikname is in september 1940. 

De roomskatholieken hebben sinds 13 december 1933 een eigen parochie 'St. Paulus', zij gebruiken een drietal lokalen van de Gerardus Majellaschool. Pastoor Lansbergen, benoemd in 1939, weet de financiën van de parochie op orde te krijgen en van 1941-1942 kan men een kerk bouwen. Deze wordt ontworpen door C.J. van der Lubbe.

Cultuur
Het culturele leven in Schiebroek beperkte zich tot de activiteiten in het verenigingsgebouw Arcadia.  Een (enigszins) bekende kunstschilder uit deze tijd was Kees de Voogt (1893-1973). Hij woonde aan de Hoofdlaan in het toenmalig Schiebroekse deel van het Kleiwegkwartier.

Recreatie
Schiebroek was een kleine gemeenschap, er was niet veel te doen... In en rond Schiebroek was veel ruimte op te spelen en te recreëren. Er was nog veel weiland: ruim uitzicht en ‘speelterrein’ voor de kinderen. Aan de Stationsweg (nu: Diamantweg) was het 'café-restaurant met uitspanning De Hommel'. Er waren kano's, er was een aapje en er waren duiven. Ook was er een feest- tevens vergaderzaal. In 1932 kwam er ook een terras en kon de jeugd op ezels rijden. Tot 29 september 1935:  de uitspanning brandde af.

In 1932 kwam ook het wijkgebouw 'Arcadia' gereed. De projectontwikkelaar J. Hendriks, die honderden huizen bouwden rond de Adrianalaan, was door de gemeente gevraagd ook een wijkgebouw te realiseren. Hendriks bouwde het aan de Adrianalaan op de hoek van de Meidoornsingel. Hendriks had van de gemeente 'volledige vergunning' voor de verkoop van sterke drank, de exploitatie van het café, de kegelbaan en de feestzaal was in handen van J.G. van den Berg. Van den Berg exploiteerde ook een casino, hij introduceerde het zogenaamde 'Straperlo- of Chronosspel', een soort roulette dat zou passen binnen de strenge wetgeving. De gemeenteraad van Schiebroek stond dit toe met het oog op de forensengemeente die het wilde worden. Arcadia gold zo geruime tijd als vrijwel de enige 'legale' speelbank van Nederland. Het spel werd in al zijn varianten na een rechtzaak in 1934 in Nederland algemeen verboden. Dat was het einde van deze bijzondere recreatiemogelijkheid in Schiebroek, en droeg bij aan het einde van een gezonde exploitatie van Arcadia.

Schiebroek kreeg wel een mooi recreatiegebied: De Wilgenplas, een plas die het gevolg was van de afgraving voor de aanleg van de Hofplein-spoorlijn. Voor het aanleggen van de spoorlijn was grond noodig en voor een deel werd de grond uitgegraven in Schiebroek, waardoor een 3,5 ha. grote en drie meter diepe kuil ontstond die zich vulde met uit de zandbodem opwellend water. De Hillegersbergse ontwikkelaar Arie Poot realiseerde daar in 1931 een groot openluchtzwembad en lunapark. Op 14 mei 1932 werd het geopend door burgemeester Dhont. Door de grote toestroom van bezoekers werd aan de Hofpleinlijn op 15 mei 1933 de halte 'Wilgenplas' gebouwd; deze kwam in de plaats van de halte Adrianalaan. Het zwemmen en zonnebaden was een groot succes  met zo'n 100.000 bezoekers in het seizoen. Na enkele jaren moet het lunapark echter worden gesloten: het pretpark kwam financieel niet uit. Tijdens de oorlog was ook het zwembad gesloten, na de oorlog kwam het terug en bleef het bestaan tot 1960.

In 1932 kwam even ten noorden van het attractiepark een voetbalstadion voor Xerxes. Ook het stadion was ook een initiatief van ondernemer Poot. Het stadion had 32.000 plaatsen en was na het Olympisch Stadion het grootste stadion van Nederland. In die tijd speelde bij de jeugd van Xerxes de lang in Schiebroek wonende voetballer Faas Wilkes (1923-2006). Wilkes kwam 38 keer uit voor het Nederlands elftal, waarvoor hij in totaal 35 keer scoorde. Xerxes kreeg het stadion niet vol, de oplopende verliezen waren zo groot dat het stadion nog voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd ontmanteld.

1932, Het Lunapark bij de Wilgenplas, Schiebroek.