1940-1945 in Hillegersberg en Schiebroek

Bezetting en bevrijding

Hillegersbergenaren waren op afstand getuige van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Stromen Rotterdamse 'vluchtelingen' vonden onderdak in Hillegersberg en Schiebroek, waar als gevolg van de crisis, veel huizen leeg stonden. Ook in Hillegersberg en Schiebroek zijn bommen gevallen. 'Per ongeluk'.

Hillegersberg en Schiebroek vormden geen uitzondering bij de deportaties. In de periode tussen 30 juli 1942 en 10 april 1943 werden tenminste 203 Hillegersbergse Joden gedeporteerd, uit Schiebroek tenminste 45. Ook de razzia’s op 10 en 11 november 1944 voor de Arbeitseinsatz waren ook in Hillegersberg en Schiebroek buitengewoon heftig.

Foto F. Grimeyer: Razzia Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan 10 november 1944

De tijd van de bezetting in Hillegersberg en Schiebroek

Oorlog
In 1939 was de oorlog uitgebroken. Hoewel Nederland een neurale positie wilde behouden bereidde Nederland zich ook voor op oorlog. Toch kwam de Duitse invasie op 10 mei 1940 onverwacht. De Duitsers namen al snel luchthaven Waalhaven in. In Hillegersberg lag een artillerie-eenheid. Deze werd snel naar het noorden van het Kralingse bos gedirigeerd en schoot vanaf daar op Waalhaven om zo de Duitse aanvoer te verstoren. Het mocht allemaal niet baten.

Bombardementen

Hillegersbergenaren waren op afstand getuige van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Stromen Rotterdamse 'vluchtelingen' vonden onderdak in Hillegersberg en Schiebroek, waar als gevolg van de crisis, veel huizen leeg stonden. Nederland gaf zich op 15 mei 1940 over. In Rotterdam, en in de naburigegemeenten waaronder Hillegersberg werden enige nooddorpen gebouwd met ruim 2000 woningen.

Ook in Hillegersberg en Schiebroek zijn bommen gevallen. 'Per ongeluk'. Op 3 oktober 1941 valt een brandbom op de Ceintuurbaan. Op 11 oktober 1941 is er een bominslag aan de Achterweg. Op 28 januari 1942 valt er weer een bom op de Ceintuurbaan. Op 20 september 1942 valt een vierde bom in deze omgeving: op de Willem van Hillegaersbergstraat. En tegelijkertijd bleven er ook 'gewone' positieve gebeurtenissen, zoals de opening van een nieuwe boeken-uitleenpost aan de Rozenlaan 20 in 1942. Zo viel een V-1 op ca. 1 december 1944 in Schiebroek in het land ter hoogte van de Clematisstraat 23. Er was behoorlijk wat schade, alle ruiten eruit, deuren ontzet, maar geen slachtoffers.

Duitse bezetters, NSB-ers, onderduikers en deportaties
De Duitse bezetters namen direct maatregelen om hun gezag te laten gelden. De Bergse Plassen vielen onder 'bijzondere maatregelen voor de kustbescherming'. Luchtafweergeschut werd geplaatst op de uitkijktoren van het Plaswijckpark. Slapen op de eilandjes was streng verboden. Desalniettemin konden verschillende onderduikers zich daar verborgen houden.

Hillegersberg en Schiebroek vormden geen uitzondering wat betreft de aanwezigheid van Joden, ingekwartierde Duitse manschappen en officieren, NSB-ers in de buurt, onderduikers en deportaties. In 1940 woonden in Hillegersberg 293 "Israelieten", iets meer dan 1% van de bevolking. Het 'verstoppen' van de onderduikers gebeurde creatief. Zoals op de Breitnersingel 63. De kruipruimtes onder de huizen op nummer 63, 65 en 67 werden verbonden, zodat de onderduikers bij gevaar van plek konden verwisselen. Ook de zolders van de aaneengesloten garages van 61 en 63 kenden een geheime doorgang.

In de periode tussen 30 juli 1942 en 10 april 1943 werden 203 Joden uit Hillegersberg gedeporteerd, uit Schiebroek 45. Opmerkelijk is dat het aantal afgevoerde mensen wel bekend is, maar niet bekend is hoeveel mensen overleefden. Van velen die omkwamen is de naam bekend en ook het adres waar zij laatst woonden. In Hillegersberg zijn ook slachtoffers gevallen als represaillemaatregel van de Duitsers. Toen in november 1944 wapens werden aangetroffen in een keet van de voetbalvereniging VOC aan de Kleiweg werden Adrianus van Os en Rolandus Vermeulen ter plekke gefusilleerd. Ter nagedachtenis staat daar nu een monument.

Aan het begin van de Adrianalaan bij de Ringdijk was de uitspanning 'De Gouden Leeuw' (nu: 'Brasserie Thuis'). Hier kon je beter niet komen, het was een bekend ontmoetingspunt van 'foute mensen' (NSB-ers). aan het einde van de Molenlaan stond een Duitse kazemat vanwaaruit Engelse vliegtuigen moesten worden beschoten. Halverwege de Adrianalaan was een Duitse uitkijkpost op de toren van het wijkgebouw Arcadia. Er stonden ook Duitse zoeklichten om Engelse vliegtuigen te spotten. Aan het einde van de Adrianalaan, voorbij de spoorwegovergang, was een Duitse kazerne in en om de boerderij aan de weg tussen de Bovendijk en de veiling van Rodenrijs. 

De razzia van Rotterdam op 10 en 1 november 1944 is de grootste razzia voor de Arbeitseinsatz die de Duitse bezetter in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gehouden. Bij deze razzia zijn ongeveer 52.000 van de 70.000 mannen tussen 17 en 40 jaar uit Rotterdam en Schiedam weggevoerd, een hoog percentage vergeleken met latere razzia's in andere steden, toen het verrassingseffect minder groot was. Midden in de nacht werden de wijken hermetisch afgesloten, contact was onmogelijk. Op 10 november waren eerst de buitenwijken aan de beurt, ook in Hillegersberg en Schiebroek verliep dit buitengewoon heftig. In de nacht worden de remise aan de Kootsekade en café-restaurant Lommerrijk bezet. Deze locaties zijn aangewezen als opvangcentra waar de mannen worden verzameld en de nacht zullen doorbrengen voordat ze elders naartoe zullen worden getransporteerd. Op 11 november vonden de razzia's in de binnenstad plaats. Mannen in de leeftijd van 17-40 jaar moeten op straat gaan staan en worden afgevoerd naar de tramremise op de Kootsekade. De meesten worden als dwangarbeider in Duitsland te werk gesteld. De families blijven radeloos achter, zij weten niet waar hun geliefden zijn en of ze ooit terug zouden keren. Ruim 500 mannen overleven het niet. Op de tramremise aan de Kootsekade is nu nog een gedenkplaat voor de afgevoerde mannen. De jaarlijkse tocht op 4 mei voorafgaand aan de dodenherdenking start nog steeds van de tramremise.

Een ooggetuige schrijft op dat op 10 november 1944 in de vroegte in Hillegersberg 14.000 militairen komen. Zij beginnen meteen met de razzia, zodat vluchten of verstoppen praktisch onmogelijk was. De straten zijn vol Duitsers. Schooljongens, die zich juist klaarmaken om naar school te gaan worden meegenomen. Veel vrouwen gaan naar de marinierskazerne aan het Toepad omdat daar de jongens en mannen naar toegebracht zouden zijn. De mannen uit Hillegersberg blijken linea recta via de Hoofdweg naar Gouda te zijn getransporteerd. 

Het 'gewone' leven in de bezettingsjaren
In de eerste tijd van de bezetting ging het leven 'gewoon' door, zij het dat de vrijheid al snel ernstig werd ingeperkt. Er heerste grote angst, niet alleen voor de Duitsers, maar ook door de oorlogssituatie. Duitse militairen werden in Hillegersberg in verschillende schoolgebouwen ondergebracht zoals in het Liduinacomplex en in de scholen op het Jacob Marisplein en in de Adriaan van Matenesselaan. Ook bij particulieren werden veel Duitsers ingekwartierd. Zo adverteert de zweminrichting "De Overdekte" in "Het weekblad voor Hillegersberg en Schiebroek" op vrijdag 28 november 1941: "Daar thans ook geheel het zwembad verduisterd kan worden, zal bij voldoende bezoek, op vrijdag en zaterdagavond tot 9 uur gezwommen kunnen worden.". Ook werd geadverteerd voor het kopen van Sint Nicolaasgeschenken. Eerder stond er o.a. een advertentie van het Dansinstituut van Jac. Niesen aan de Straatweg 107 (Gebouw Zomerlust) voor nieuwe danslessen voor beginners en gevorderden. Overigens was dit (voorlopig) wel de laatste uitgave van 'Het Weekblad': "In verband met papierschaarste verschijnt Het Weekblad voor het laatst". Het blad een week eerder ook al niet verschenen om een andere reden, de uitgever had "de vereiste toestemming" niet verkregen.

Jongere kinderen pasten zich aan aan de Duitse bezetting. Niet altijd zonder risico, maar dat beseften ze zich niet. Zo zagen ze Britse en Amerikaanse vliegtuigen overvliegen en speelden ze het bombarderen na door met gespreide armen te rennen en voorwerpen te laten vallen in op de grond gekrijte cirkels met daarin namen van Duitse steden. Ze roetsjten van de schuilkelder op het Bergpolderplein. Dat leverde een enkele keer strafregels op. "Een schuilplaats is geen speelplaats maar een noodinrichting" moest van 'oom agent' tientallen malen worden uitgeschreven.

Het openbaar vervoer kwam bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 stil te liggen, maar binnen enkele maanden was de bovenleiding hersteld en reed de tram weer. Er volgde een periode met beperkingen, al het tramverkeer werd op 1 december 1944 gestaakt.

In de hongerwinter was het bitter koud. Na een zachte decembermaand sloeg de vorst in januari onbarmhartig toe. Er was geen verwarming, geen eten. De minieme voedselrantsoenen leidden tot hongertochten naar het platteland. In tuinen en op braakliggende gronden werden tarwe en aardappelen verbouwd. Op het bevroren geïnundeerde gebied achter de Molenlaan, ter hoogte van Duivesteyn, werd op 'waterkippen' gejaagd. Er was een gaarkeuken in de openbare kleuterschool van juffrouw Smits naast de Hillegondakerk. Deze kleuterschool diende als verdeelstation. De gaarkeuken zelf was gevestigd in de slagerij van Jan van Wensveen in de Dorpsstraat. Ook elders in Hillegersberg en Schiebroek waren gaarkeukens, zoals in het wijkgebouw Arcadia en in de school aan de Sleedoornlaan. Ondanks dat stierven honderden inwoners van Hillegersberg en Schiebroek van honger en kou.

Aan alles was gebrek: kolen, voedsel, kleding. Kinderen die wel naar school konden gaan werden vaak weer teruggestuurd naar huis. Kinderen konden niet gewoon naar school vanwege de kou, op een aantal scholen moest wel twee maal per week huiswerk worden opgehaald. Henk Klootwijk woonde in de Banierstraat 104 in Rotterdam-Noord: "In de oorlog was aan alles tekort, maar eten was het belangrijkste. Ik ging veel naar Hillegersberg. Mijn broer Piet op de uitkijk. Ik ging door een kelderraampje of een keukenraam naar binnen in zo'n grote villa. Terwijl binnen de kasten afstruinde naar eten werd ik regelmatig betrapt. Op zijn minst werd ik dan in een kast opgesloten of moest ik maken dat ik weg kwam. De volgende dag probeerde ik het dan opnieuw. Mijn zus Gerda heeft me later nog eens gezegd dat hoe klein ik ook was, ik hen door de oorlog heen heb geholpen".

Tegen het eind van de oorlog werden grote delen achter de Molenlaan, in Bleiswijk, tot aan Leiden toe, door de Duitsers onder water gezet. De Duitsers zetten ook land onder water om een eventuele invasie te bemoeilijken. Om hun huizen te beschermen moest de bevolking helpen om dijken aan te leggen. Al dat water (en ijs in de winter) was, ondanks de zware tijd, een bron van vreugde voor de jeugd. In de Bergse Plassen moesten op allerlei plaatsen bootjes voor anker. Dan konden daar geen watervliegtuigen van de geallieerden landen. In de polders aan het eind van de Larikslaan en de Cipreslaan werden in kuilen, die om de 25 meter werden gegraven, houten palen van anderhalve meter gezet. Aan de bovenkant verbonden met staaldraad. De bevolking werd door de Duitsers verplicht hier aan mee te werken. De palen hebben overigens de koude hongerwinter niet overleefd, ze werden 's nachts door omwonenden omgehakt en opgestookt. De platanen aan de Molenlaan hebben de oorlog wel overleefd. De Duitsers hadden door de bomen telefoondraden hadden gelegd die onder andere waren aangesloten op de huizen waarin Duitse officieren waren ingekwartierd. Niemand heeft deze plantanen durven kappen omdat dat direct zou opvallen.

Piet Dille woonde van 1933-1958 in Schiebroek. Hij zegt daarover: "Ik heb in Schiebroek, ondanks de ellende van de oorlog, een heerlijke tijd gehad. Er was veel gemeenschapszin in een landelijke omgeving. Ik kreeg daar een stevige basis voor de rest van mijn leven.". Terzijde: Piet is getrouwd met Ans van Ommering, de dochter van Gerrit van Ommering die bij de capitulatie van Rotterdam op 14 mei 1940 met de witte vlag in de Van der Takstraat liep (zie foto). 

In maart 1945 boden voedselzendingen uit Zweden en Zwitserland enig soelaas. Kort voor de bevrijding kwam 'operatie Manna' op gang. met voedseldroppings bij Terbregge (en de Waalhaven). Van de voedseldroppings is op YouTube een filmpje te zien dat daar is geplaatst door Terbregge's Belang. De bevrijding was op 5 mei. Op de avond van de bevrijding danste iedereen met iedereen op straat. Tegelijkertijd werden de NSB'ers uit hun huis opgehaald en opgesloten. In Schiebroek gebeurde dat in de kelder van Arcadia, tot ze van daar werden opgehaald om te worden berecht. De op 29 oktober 1941 geïnstalleerde Rotterdamse NSB-burgemeester F.E. Müller (1889-1960) werd op 7 mei gearresteerd en tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Kort na de bevrijding
Na de Tweede Wereldoorlog werden in Hillegersberg bevrijdingsfeesten gehouden op het terrein van Freericks. Op een veld grenzend aan de Strekkade stonden kermisattracties, waaronder een draaimolen. Op de Hoyledesingel werden huizen gevorderd door het Militair Gezag om kinderhuizen te vestigen. Weeskinderen, maar ook kinderen van afgevoerde NSB-ers.

De bevrijding was niet voor iedereen een feest: de armoede en schaarste bleven nog lang, de gaarkeukens, o.a. die aan de Elektroweg, functioneerden eind 1946 nog steeds. Er waren velen die familie en vrienden hadden verloren en dat grote verlies nog volop met zich droegen. Er waren gezinnen waar -soms door ook de omstandigheden gedwongen-  'foute keuzes' waren gemaakt en die daar na de bevrijding op werden afgerekend. Ook onschuldige kinderen van 'foute' ouders werden daar nog decennia lang op aangekeken en dat bepaalde hun jeugd en hun leven.

Ook na de oorlog kregen straten andere namen. Bij besluit van 14 juni 1945 werd het J.P.H. Dhontplein in Schiebroek omgedoopt tot Lariksplein. De oud-burgemeester van Schiebroek werd als lid van de NSB in 1942 benoemd tot burgemeester van Sliedrecht. Na de oorlog was geen plaats meer voor een straatnaam en ook niet meer als burgemeester.

De laatste echte bevrijdingsfeesten vonden plaats op de eerste Koninginnedag na de oorlog: op 31 augustus 1945. Het "Algemeen Comite voor viering van Nationale Gedenkdagen in het stadsdeel Hillegersberg" had op de Koninginnedag en de dag daarna veel activiteiten georganiseerd, er was een mooi programmaboekje (coll. Museum Rotterdam) Herauten en hoornblazers vertrokken om 7 uur 's morgens van het oude Raadhuis van Hillegersberg, er waren zanggezelschappen in de tuin van Lommerrijk, praalwagens en sportmanifestaties. En er was een grote bijeenkomst in Plaswijck, een orgelconcert in de Hillegondakerk en een optreden van het mannenkoor in de Oranjekerk.

Herdenken
Op verschillende wordt in Nederland en ook in Hillegersberg en Schiebroek tot op vandaag de oorlog herdacht. Er zijn herinneringsmonumenten in Schiebroek op het Spinbolplein en in Terbregge bij de Irenebrug. Elk jaar  worden op beide plaatsen op 4 mei kransen gelegd en toespraken gehouden. In Hillegersberg is op de tramremise aan de Kootsekade een plaquette geplaatst ter herinnering aan de razzia in november 1944. Elk jaar loopt op 4 mei is er een stille tocht van de remise naar het Spinbolplein. Sinds 1995 (in Keulen, later ook in Hillegersberg en voor het eerst in Schiebroek in 2023) worden er voor woningen waar mensen in de bezettingstijd zijn weggevoerd en vervolgens vermoord zogenaamde Stolpersteine (struikelstenen) aangebracht. Stolpersteine zijn messing plaatjes van 10x10 cm. in stoeptegels waarop de naam van het slachtoffer staat en ook de geboortedatum, deportatiedatum en de plaats van overlijden.