Molens in Hillegersberg

(al vanf de 15e eeuw)

De gemeente Hillegersberg omvatte vroeger ook  o.a. Ommoord en Bergschenhoek. In dat gebied stonden tientallen molens. Twee zijn er nog over: de Prinsemolen en de molen 'De Vier Winden'.

Meer details en afbeeldingen over de molens in Hillegersberg staan onder andere in het "Groot Rotterdams molenboek, deel 2 Noordoost, Zuid en West" (2013). 

Foto: 1942 Prinsemolen, schilderij van L.M. Molendijk.

Watermolens, dorps- en industriemolens

Watermolens
In de 15e eeuw zijn twee afwateringssloten (molensloten) gegraven loodrecht op de Rotte. De sloten waterden af op de Rotte door de Broekse Molen (bij het Berg- en Broekse Verlaat) en de Berchschse Molen (vervangen door de Prinsemolen). In 1772 werd een begin gemaakt met het droogmaken en bedijken van uitgeveend land en water. Tegelijk met de Schiebroekse Polder werd in de polder Berg en Broek een kleinere polder drooggelegd. Deze kleine polder was in 1780 drooggemalen en kreeg de naam Polder 110 Morgen. Om het maalvermogen van de polder Berg en Broek te vergroten is in 1881 het stoomgemaal Berg en Broekse Verlaat aan de Bergse Rechter Rottekade gebouwd en is de Broekse molen vervangen. De Prinsemolen heeft tot 1966 zijn bemalingstaak behouden, toen kwam een elektrisch gemaal aan de Bergse Rechter Rottekade.

Er bestonden geen plannen om de Bergse Plassen droog te maken wegens gebrek aan capaciteit van de bestaande machinerie. De Voorplas stond door middel van twee sluizen in verbinding met de Rotte. Een ervan was het Boterdorps Verlaat (1740), gelegen bij de uitmonding van de Strekkade en de Rotte. Rondom deze schutsluis ontstond aan weerszijden van het water een gehucht met onder meer enkele woonhuisjes, een boerderij, een herberg en scheepswerfjes.

Dorps- en industiemolens
In 1779 is de papiermolen 'De Vriendschap' door Frederik Herpst gebouwd langs de Strekkade (papierfabriek Van der Poot en Herpst). Deze molen brandde af op 15 april 1847, werd herbouwd, maar brandde na blikseminslag weer af op 13 juni 1882. Even verderop aan de Strekkade werd in 1793 de papiermolen 'Het Lam' gebouwd voor Pieter Kleiweg en Arie Hoogerbrugge. Ook deze molen brandde af (1826) en werd herbouwd (als 'De Feniks') en brandde ook weer af: op 17 november 1881. De bij de molens horende arbeidshuisjes zijn behouden en verbouwd tot woningen aan de Bergse Voorplas. Aan het einde van de Strekkade bij de Dorpsstraat stond ook nog een Schelpzandmolen, waar schelpen werden vermalen tot schuurmiddel. 

Langs de Straatweg stond een viertal "dorpsmolens". Deze molens werden gebruikt voor het malen van graan, het pellen van gerst, het maken van snuiftabak en het persen van oliehoudende zaden. Een van deze molens was ‘De Korenbloem’ aan de Molenwerf bij de Bergse Achterplas. Op de hoek van de Kootsekade en de Bergse Rechter Rottekade stond de oliemolen ‘De Koot’. Hier werd lijnzaad en raapzaad geperst. De olie werd opgevangen en van het overblijfsel werden veevoederkoeken gemaakt. Deze houtenbovenkruier met stelling werd in 1910 afgebroken en in Vaals weer opgebouwd. 
De korenmolen ‘De Vier Winden’ aan de Rechter Rottekade is gebouwd in 1776 als vervanging van de molen die hier, evenals een groot deel van Terbregge, tijdens de grote brand  in 1775 verloren is gegaan. Het is een bovenkruier met zwichtstelling of balie, van baksteen en boven de balie gepleisterd. De Hillegersbergse Molenlaan is genoemd naar deze molen.

Naast de poldermolens en de dorpsmolens waren er ook "industriemolens". Langs de Rotte stonden twee houtzaagmolens, die de over het water aangevoerde boomstammen verwerkten tot planken en balken.

Molens langs de Rotte en de Bergse Plassen

AAN DE LINKER ROTTE (OOSTZIJDE)
1. Molen Van Luyt (1879 - ca. 1900), even ten zuiden van de Alexanderkerk, zaagmolen op het dak van de werkplaats van timmerman P. Luyt.
2. Bosmolen/ Bospoldermolen ("bouw van een nieuwe molen" in 1633 tot 1815), ca 500 meter ten zuiden van de Alexanderkerk, wipmolen voor de bemaling van de Bospolder.
3. Molen Van Heus (1886 - 1915), Bergse Linker Rottekade (nabij nr. 148), molen voor het malen van veevoer, later oliemolen
4. Spiegelnissemolen (voor 1691 - 1873), bij de Boezembocht, ten zuiden van de A12, wipmolwn vooe de bemaling van de Spiegelnissepolder en later ook de Achter-Rubroeksepolder.

AAN DE RECHTER ROTTE (WESTZIJDE)
1. Molenviergang  van de Boterdorpse Polder met de Breggemolen/ Bergrackse molen en drie andere molens (gebouwd in de periode 1617 - 1777 en buiten gebruik gesteld in 1913, nog twee molenstompen bewaard geleven), in het Bergse Bos net over de grens van Hillegersberg met Bergschenhoek.
2. De Vier Winden (16e eeuw, verbrand en herbouwd in 1776 - heden), Terbregse Rechter Rottekade 91, in de 16e eeuw standerdmolen, herbouwd in 1776 tot baliemolen, korenmolen.
3. Prinsemolen / De Nieuwe Molen / De Berchsche molen / De Bergse molen / De Prins (1648 - heden), Prinsemolenpad, korenmolen.
4. Broeksemolen / Broekmolen /  De Oude Molen / De Broeckermolen / Verlaatmolen / De Uil (verschillende molens, de eerste is in 1466 gebouwd. De laatste, De Uil, is van 1671 - 1881), bij het Berg en Broekse Verlaat, op de plaats van het gemaal), poldermolen voor de polder Berg en Broek en de polder Schiebroek.

5. De Koot (1776 - 1905; toen verkocht en herbouwd in Echt), hoek Bergse Rechter Rottekade en Kootsekade, pelmolen, later oliemolen (lijn- en raapzaad); in Echt: koren- en houtzaagmolen. Aldaar in 1934 met een brand verloren gegaaan.
6. De Eikenboom / De Oranjeboom (voor 1811 - voor 1893), pal ten zuiden van de molen De Koot, zaagmolen. De onjuiste naam De Oranjeboom werd gegeven omdat de molen in de nabijheid van de aradappelensiroopfabriek 'De Oranjeboom' stond.

AAN EN NABIJ DE STREKKADE (NOORDZIJDE BERGSE PLAS)
1. Schelpzandmolentje (?-?), aan de Dorpsstraat, voor het malen van schelpen (schuurmiddel).
2. De Vriendschap (1779 - 1847 (in brand en herbouwd) - 1882), Bergse Voorplas - Strekkade (ca. nr. 35), papiermolen.
3. Het Lam (1793 - 1826)/ De Fenix (1826 - 1881), Bergse Voorplas - Strekkade (ca. nr. 51), papiermolen.

AAN EN NABIJ DE STRAATWEG (BERGSE PLASSEN)
1. De Berg (? - 1847), Bergse Voorplas nabij Adriaanstichting, snuifmolen, later koren- en pelmolen.
2. De Jonge Jacobus /De Pelikaan / De Waakzaamheid (ca. 1815 - 1881), Bergse Voorplas, schuin tegenover Wilgenoord, snuifmolen, later koren- en pelmolen.
3. De Aletta en Jacoba (1793 - 1814), Bergse Voorplas, nabij Plasoord, snuif- en korenmolen.
4. De Jonge Adriaan (1758 of eerder - 1885) / De Korenbloem (1885 - 1920), Bergse Achterplas aan het einde van de Molenwerf. De Jonge Adriaan was een snuifmolen, later een stuif- en korenmolen en weer later alleen korenmolen. De Korenbloem, gebouwd op de plek van de afgebrande molen De Jonge Adriaan, was een korenmolen.