Prinsemolen

(1648- heden)

Aanvankelijk stond op de plaats van de Prinsemolen de in 1587 gebouwde Berchsche Molen. In 1648 werd deze vervangen door een nieuwe Berchse Mole. De naamswijziging naar Prinsemolen wordt toegeschreven aan een bezoek van Stadhouder Willem IV in 1747. De Prinsemolen is gelegen aan het Prinsemolenpad in het Prinsemolenpark. De molen wordt ook Prinsenmolen genoemd.

De Prinsemolen is een achtkantige poldermolen, een zgn. 'grondzeiler'. De molen bemaalde de polder Berg en Broek, samen met de Broekse molen. De molen is nog steeds maalvaardig, maar is buiten gebruik. De molen is thans een woning. 

Afb. Ets van Marius Janssen

De Prinsemolen door de jaren heen

In de 15e eeuw zijn twee afwateringssloten (molensloten) gegraven loodrecht op de Rotte. De sloten waterden af op de Rotte door de Broekse Molen (bij het Berg- en Broekse Verlaat, anno 1446, enkele keren vervangen) en de Berchschse Molen (gebouwd in 1587 en in 1648 vervangen door de Prinsemolen). De molen is gebouwd door de Rotterdammer Jan Willemsz. naar bestek van Gerrit Ariensz. van Waerden, de timmerman van Schieland. De molen heeft een eiken achterkant, is gedekt met riet, heeft een gemetselde voet van 2,15 meter. De vlucht van de wieken is 28,10 meter. In de molen is een ijzeren scheprad met een doorsnede van 6,49 meter.

In 1772 werd begonnen met het droogmalen van de Schiebroekse polder en de polder van 110-Morgen. Het water uit Schiebroek werd door een molendriegang uitgeslagen op de polder Berg en Broek. De Prinsemolen en de Broekse molen sloegen op hun beurt het water weer uit op de Rotte.  Dat ging echter niet goed: de molens hadden daarvoor te weinig capaciteit. Met als gevolg dat de tuinen van de huizen in Hillegersberg regelmatig blank stonden. In 1881 werd de Broekse molen afgebroken en vervangen door een stoomgemaal.De Prinsemolen behield zijn bemalingstaak tot 1966, toen werd de totale bemaling van de polder Berg en Broek overgenomen door een neiw elektrisch gemaal.

Eigenaar van de molen was de polder Berg en Broek. In 1936 werd nam het hoogheemraadschap van Schieland (thans: het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard) het polderbestuur over en werd de eigenaar van de molen. Op initiatief van het hoogheemraadschap Schieland werden tussen 1936 en 1939 proeven gedaan om het vermogen van windmolens te vergroten. Een nieuw wieksysteem werd in 1939 aangbracht. Het systeem, dat de naam Prinsemolenwiek kreeg, bleek geen groot succes en werd vervangen.

De molen bleef tot 1957 in bedrijf. Na de brand in 1969 werd de molen in ere hersteld.