De ontwikkeling van het Berglustkwartier

(1922-1933)

Gedurende de jaren '20 en '30 is het Berglustkwartier ontwikkeld en grotendeels bebouwd. In 1921 werd het weidegebied direct ten westen van de oude dorpskern - het gebied dat eerder als tuinstadswijk werd gedacht – als bouwgrond geveild.  

De Maatschappij tot Exploitatie van onroerend goed “Vooruitstrevend” van de bouwondernemer en zakenman Jan Hendriks Sr. (1876-1953) werd eigenaar van de grond. "Vooruitstrevend" verwierf ook de gronden direct ten noorden van de Bergse Achterplas en maakte voor geheel het gebied een stratenplan.

foto: 1925 Jan van Ghestellaan in aanbouw (gezien vanuit de Berglustlaan)

Een niet direct gewilde woonwijk

Vanaf de Straatweg bouwde Hendriks vanaf 1922 langs de Berglustlaan en de Bergluststraat. Voor het ontwerp van de woningen zijn verschillende architecten gevraagd, onder anderen architecten M.C.A. Meischke en A. Krijgsman. Het resulteerde in een compacte woonbuurt met aantrekkelijke, ‘onder architectuur gebouwde’ woningen.

De gemeenteraad stelde in 1927 het stratenplan voor het Berglustkwartier vast. Geheel in lijn met de eerdere uitgangspunten van het uitbreidingsplan ging het oorspronkelijke stratenplan uit van open bebouwing in het zuidelijke gedeelte (nabij de Bergse Achterplas) en halfopen bebouwing in het noordelijke gedeelte. Het stratenplan volgt het patroon van de kavelsloten en de structuur van de middeleeuwse polder. Het stratenplan eindigt bij de abrupte overgang naar de achttiende-eeuwse polder die enkele meters dieper ligt. Enkele poldersloten bleven als waterloop behouden, zo werd de Molensloot ingericht als de Hoyledesingel. Andere sloten werden gedempt voor de aanleg van straten.

In 1933 was de wijk grotendeels 'af'. Maar veel huizen stonden leeg als gevolg van de economische crisis in de jaren '30. Veel Rotterdammers vonden Hillegersberg 'te ver weg'. Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 kwamen er veel 'vluchtelingen' uit de stad. Zij vestigden zich hier tijdelijk, maar vonden al snel de woonomgeving zo aantrekkelijk dat zij hier bleven wonen.

De C.N.A. Looslaan 12-78 werd tussen 1940 en 1949 opgeleverd. In de jaren '50 en '60 kwam de woningbouw aan de Aleyda van Raephorstlaan en een deel van de Ghisebrecht Bokellaan tot stand. Overigens werd rond de eeuwwisseling nog bebouwing toegevoegd zoals het appartementencomplex De Raephorst (1990) en Máximaal (waarin o.a. de Mattheusschool is gevestigd) aan de Aleyda van Raephorstlaan 243.