De ontwikkeling van Schiebroek

(eigenlijk pas vanaf 1920)

Het landschap van Schiebroek bestond eeuwen geleden uit langzaam gevormd veen, dat regelmatig overstroomde bij hoge vloed. Rond 1250 werd het gebied door dijken drooggelegd. In Schiebroek woonden een paar honderd mensen, vooral agrariërs. Omstreeks 1400 begon men met de veenwinning, die tot ver onder de grondwaterstand werd voortgezet. Het land raakte helemaal uitgeveend, één grote plas bleef over. Na de drooglegging in 1772 veranderde het in een landbouw- en veeteeltgebied met weinig bebouwing. Na 1860 ook tuinderijen. Na 1900 komen de eerste forenzen in 'oud'-Schiebroek tussen de Kleiweg en de Erasmussingel. Er komt een station aan het elektische spoor.

Vanaf 1920 ontstaan nieuwe wijken (rond de Adrianalaan en de Molenvijver), winkels-op-de-hoek, T.O.D.-bussen, verenigingen en eigen kerkgenootschappen. Maar nog geen kerken: die komen pas vanaf 1940. Annexatie van Schiebroek in 1941. In 1945 bestond Schiebroek uit drie, relatief ver van elkaar gelegen, onafgemaakte bebouwingskernen: de historische kern aan de Kleiweg in het zuiden, het Adrianalaankwartier in het noorden en het Molenvijverkwartier tegen de Ringdijk aan. Na de oorlog werd Schiebroek een 'wederopbouwwijk' en in korte tijd uitgebreid en omgevormd tot een stadswijk met duidelijke samenhang tussen de verschillende delen.
foto: Peppelweg (1958)

Een geliefde nieuwe woonwijk

Bewoning van Schiebroek tot 1920
Na 1250, toen de Schielandse Hoge Zeedijk was aangelegd, werd het veengebied dat nu Schiebroek is, niet meer overstroomd. De eerste bewoners vestigden zich op een smalle strook grond tussen de Cleyweg en de huidige Erasmussingel, waar de scheiding tussen zeeklei en veen lag. Deze bewoners waren vaak leenmannen van de graven van Holland, die als vrije boeren de taak kregen om de woeste gronden te ontginnen.

Schiebroek werd een ambachtsheerlijkheid, waar de ambachtsheer lokale rechten verleende en de schout, een voorloper van de burgemeester, recht sprak. In 1487 telde Schiebroek 22 huizen, en dertig jaar later was dit aantal nog steeds gelijk. Het gebied besloeg 570 hectare. De meeste bebouwing van Schiebroek lag tussen de Kleiweg en de Erasmussingel. Door het afgraven van veen ontstonden grote plassen, die vrijwel heel het gebied van Schiebrtoek omvatten. Tussen 1771 en 1780 werden de plassen drooggelegd met behulp van een molendriegang. Er werd eerst een dijk aangelegd, waaronder de Limietweg (Hoge Limiet en Lage Limiet), die als grensdijk diende met het droog te leggen gebied van 110 Morgen. Daarnaast werden er watergangen gegraven, waaronder de huidige Meidoornsingel, Kastanjesingel en Lindesingel.

Na de drooglegging in 1780 werden er langs de bestaande dijken en langs de Ringdijk en de Hoge Limiet enkele boerderijen gebouwd. Tot 1920 werden er slechts sporadisch boerderijen en arbeiderswoningen bijgebouwd. Het aantal inwoners van Schiebroek schommelde in de jaren 1500 tot 1900 tussen de 100 en 400. In 1920 had Schiebroek 772 inwoners.

Schiebroek 1920-1950
Rond 1920 zijn er de eerste plannen voor Tuinstad Schiebroek van de maatschappij Hibex (Handel, Industrie, Bouw en Exploitatie): 104 middenstandswoningen aan de Adrianalaan, als onderdeel van een plan voor 400 woningen in een tuinstad. Architect is Willem Verschoor (1880-1968) uit Den Haag. De bebouwing en het wegenstelsel volgt de slotenverkaveling van de polder. Maar de verkoop gaat slecht en Hibex gaat failliet. Slechts enkele woningen werden verkocht, de gemeente Schiebroek nam de rest over.

Schiebroek werd ontwikkeld als tuinstad, het eerste plan daartoe was van architect Verschoor in 1924. Het begrip tuinstad is van ca. 1900. De Britse journalist Ebenezer Howard kwam met als idee: 'als je de 'armen' weghaalt uit de uitdijende krotten en sloppen in de binnensteden en huisvest in ruim opgezette nieuwbouwwijken met veel groen en een eigen tuin, zouden de mensen vanzelf een veel beter bestaan hebben'.

De Bouwcombinatie Molenvliet van de Hillegersbergse ondernemer Arie Poot realiseert in 1934 een deel van een nieuw Tuinstadplan bij de Wilgenlei. Hier is in 1932 het nieuwe raadhuis gekomen, ontworpen door gemeentearchitect Henk Russcher (1891-?). Deze architect maakt in 1935 een Algemeen Plan van Aanpak voor het gehele grondgebied. Een tuinstad met brede straten, singels en veel openbaar groen. Maar er wordt in de crisisjaren weinig gerealiseerd. Projectontwikkelaar J. Hendriks bouwde tussen 1931 en 1935 ongeveer 350 woningen rond de Populierenlaan. In 1930 had Schiebroek 3.105 inwoners. Op 1 september 1936 telde Schiebroek volgens de Gids van Schiebroek 6.726 inwoners.

In 1924 komt er voor de nieuwe Tuinstad Schiebroek een halte bij de Adrianalaan, die in 1932 naar de Wilgenplas wordt verplaatst. Het wordt dan een echt station, want er zijn grote ontwikkelingen. Projectontwikkelaar Arie Poot is niet alleen actief in de woningbouw. Poot realiseerde de aanleg van het zwembad en lunapark De Wilgenplas (ontstaan in 1900 als zandwinput voor de aanleg van de Hofpleinlijn) en een voetbalstadion voor Xerxes met 32.000 plaatsen. Tussen 1932 en 1940 trok dit complex vele honderdduizenden bezoekers.

In 1932 bouwde Hendriks het buurtcentrum Arcadia op de hoek van de Adrianalaan en de Meidoornsingel, een multifunctioneel gebouw met een café, feestzaal, kegelbaan, daktuin en terras. In de vergaderruimten van Arcadia werd op zondag gekerkt.Schiebroek was verstoken van veel voorzieningen. In 1935 maakte gemeentearchitect H. Russcher een uitbreidingsplan voor Schiebroek, het 'Algemeen Plan van Aanpak'. 

Enigszins verscholen aan de Sleedoornlaan ligt een bijzondere Montessorikleuterschool. Ontworpen in 1936 door het architectenechtpaar Harry Kammer en Jan Kammer-Kret. In 1961 wordt deze school verbouwd en een paviljoen toegevoegd, een muzieklokaal. Schiebroek had tot de jaren veertig geen kerkgebouwen en tot de jaren vijftig geen winkelcentrum. Winkels voor de dagelijkse boodschappen waren op de vier hoeken van de nieuwbouwstraten rond de Adrianalaan. De zuivelwinkels, vaak tevens kruidenier, had een winkel op de oostzijde. Daar kon de melk langer koud blijven. 

Al tijdens de oorlogsjaren, zelfs nog vóór de annexatie van Schiebroek door Rotterdam op 1 augustus 1941, maakt architectenbureau Brinkman & Van den Broek plannen voor Schiebroek. Er is een voorstel voor het gebied rond de Wilgenplas, dus ten westen van de spoorlijn. En een voorstel om het hele gebied tussen spoorlijn, Kleiwegkwartier en Ringdijk vol te bouwen met een tuindorp met 1100 woningen. De ontwerpen sluiten aan op de landelijke omgeving en lijken op de plannen voor noodwoningen uit deze tijd. 'De bedoeling ligt voor, om tot de eenvoudigste woonvorm te geraken.' De bouwblokken liggen aan voetgangersstraten en zijn allemaal optimaal op de zon georiënteerd. Winkels en scholen liggen in aparte zones. Er zijn verschillende woningtypes met twee, drie, vier en zes kamers en bejaardenwoningen. Alles in één of twee bouwlagen. Deze nogal radicale plannen worden niet uitgevoerd.

Door de bevolkingstoename is er ook in Schiebroek behoefte aan wijkvoorzieningen als scholen en kerken. Rond de Tweede Wereldoorlog zijn drie kerken gerealiseerd. De bouw van de Gereformeerde Kerk aan de Meidoornsingel is in het voorjaar van 1940 gestart en in september kan de kerk worden geopend. Een ontwerp van de Schiedamse architect J.C. Teeuw. De kerk is in 1988 gesloten en tegenwoordig in gebruik als rouwcentrum. Ook het ontwerp voor een Hervormde Kerk van architect L. Krijgsman is in 1940 klaar en wordt in enigszins versoberde vorm vanaf juni 1941 gebouwd. De kapel aan de Larikslaan heeft 400 plaatsen en is rond de kerst van 1941 in gebruik genomen. En ook de Rooms-Katholieke Pauluskerk van de Haagse architect C. van der Lubbe wordt tijdens de oorlogsjaren gebouwd. Het is een wonder dat het lukt om ondanks de moeilijke omstandigheden en materiaaltekorten de kerk te realiseren. Op 27 september 1942 is de kerk ingewijd.

Bij een telling in 1942 waren er 'maar' 4.825 inwoners in Schiebroek, dat zou kunnen komen omdat de 'Edelstenenbuurt' later werd gerekend tot Hillegersberg en niet meer tot Schiebroek. In 1947 telde Schiebroek nauwelijk meer inwoners: 5.099. Na 1947, en zeker na 1950, nam de huizenbouw, en daarmee het inwonertal van Schiebroek, weer sterk toe. 

Schiebroek: wederopbouwwijk (woningbouw)

In Schiebroek zijn de vooroorlogse, vroeg-naoorlogse en laat-naoorlogse bouwfases nadrukkelijk zichtbaar. De singelstructuur zorgt voor een duidelijke samenhang. Tijdens de oorlogsjaren wordt begonnen met de bouw van een complex arbeiderswoningen. Dit naar ontwerp van Leendert Krijgsman voor de Woningbouwvereeniging 'Onderling Belang'. Verder dan één bouwblok komt het niet. Door de schaarste aan bouwmaterialen heeft de architect 'surrogaten' toegepast: bimsbetonplaten, kurk-estrich, schokbeton en ocriet. Pas in 1948 worden de resterende 138 woningen gebouwd. Op 18 Mei 1948, de tweede Opbouwdag, wordt de eerste steen gelegd door burgemeester Oud. 

Het uitbreidingsplan van gemeentearchitect Russcher wordt na de bevrijding ter zijde geschoven. In 1948 geeft de directeur van de Dienst Stadsontwikkeling Cornelis van Traa opdracht om een vernieuwd uitbreidingsplan te maken. Het Uitbreidingsplan Schiebroek (1949 'Voltooiingsplan', Plan in Hoofdzaak, Paul Gorter; goedkeuring 9 mei 1950), gaf een heldere bouwkundige structuur. Aanvankelijk is er een grote begraafplaats voorzien in het zuidelijk deel. Het idee is dat door zo’n groene buffer Schiebroek binnen Rotterdam nog als aparte eenheid wordt ervaren. De begraafplaats is hier ook geprojecteerd met het oog op de mogelijke routes van een nieuw vliegveld in de polder Schieveen, waaronder geen woningbouw kan worden gerealiseerd. De aanhoudende woningnood dwong een architectonische en stedenbouwkundige schaalvergroting af, die het gevolg was van de toepassing van nieuwe bouwsystemen. Gorter verliet de tuinstadgedachte van Verschoor en Russcher. Een van de belangrijkste nieuwe toevoegingen was de Peppelweg. Deze nieuwe hoofdroute dwars door de wijk nam de functie van de te excen­trisch gelegen Adrianalaan over. Gorter vatte oud- en nieuw- Schiebroek op als één geheel. Op dit geheel paste hij de wijkgedachte toe, waarbij het wijkcentrum zich  aan de Peppelweg bevond. Het meest noordelijke deel van Schiebroek werd, met het oog op de ontwikkelingen van de luchthaven Rotterdam, bestemd voor agrarische en recreatieve doeleinden. In het midden­gebied werd de bestaande bebouwing afgerond tot ­woonwijk voor arbeiders en middenstanders. In het meest zuidelijke deel, een zeventig hectare groot terrein, was een nieuwe begraafplaats gedacht. Geheel in het westen, aan het uiteinde van de Adri­analaan, was een relatief klein industrieterrein gepro­jecteerd terwijl aansluitend op de Peppelweg kleine bedrijfsruimtes in hofjes werden ondergebracht. Gorter, later in 1957: "Alle inspanning was nodig om woningen, woningen en nog eens woningen te bouwen en men ziet dan ook dat overal waar de gemeente en particulieren over gronden beschikken de woningen in groten getale uit de grond worden gestampt.".

In 1950 werd zo het uitbreidingsplan Schiebroek-Midden vastgesteld en in 1956 het uitbreidingsplan Schiebroek-Zuid. Het eerste plan van Gorter uit 1956 moest over vanwege de komst van luchthaven Zestienhoven waarvan de eerste bouwactiviteiten in 1954 waren begonnen: Het noordelijk gedeelte kwam onder de aanvliegroute te liggen. De luchthaven werd op 1 oktober 1956 officieel in gebruik genomen. De gedachte van de tuinstad werd verlaten, er was woningnood, er kwamen flats. En ook scholen, winkels, parken, speelweiden en kerken. De Peppelweg en het Rododendronplein werden het centrum van Schiebroek. Schiebroek werd een wederopbouwwijk, vergelijkbaar met Pendrecht en Zuidwijk.

Het groen speelde desalniettemin een centrale rol. Landschapsarchitect Paul Schil­peroort was verantwoordelijk voor het ontwerp van de openbare ruimte, dat een getrapte opbouw kende: van gemeenschappelijke tuin, naar buurttuin tot wijk­park. Schilperoort ontwierp aansluitend op het plassengebied een wijkpark met speelweide, sportvelden en wandelpaden(de Meidoornweide). Hij ontwierp buurttuinen, gemeenschappelijke tuinen met rustige plekken, zandbakken en speelveldjes. Nieuwe groengordels met recreatieve voorzieningen sloten Schiebroek zowel in het zuiden als in het noorden af. De bestaande poldertochten werden omgewerkt tot singels en brede vijverpartijen en structureerden de wijk in oost-westrichting.

Schiebroek-Noord
De bebouwing in het nieuwe plan sluit in het noorden aan op de vooroorlogse woningbouw, met de Meidoornsingel als begrenzing. In plaats van forensenwoningen komen er nu woningen voor arbeiders en middenstanders. En er moet ook etagebouw komen, met gemeenschappelijke tuinen. Globaal zijn er drie buurten. Gorter legt de middenstandswoningen aan de randen van de buurten en de arbeiderswoningen in het midden. Centraal door het nieuwe gedeelte komt de Peppelweg, met winkels, een plein en andere wijkvoorzieningen. Een gedeelte van de wijk bestaat uit zogenaamde Pronto-woningen, een industrieel bouwsysteem zoals er tijdens de wederopbouw veel zijn toegepast. In totaal worden er 663 woningen volgens het Pronto-systeem gebouwd. Er worden geprefabriceerde betonnen elementen van 88 bij 25 centimeter gemonteerd. Die elementen zijn voorzien van een buitenblad van baksteenstrips. Halve bakstenen zijn goedkoper dan hele. De woningen wijken hierdoor uiterlijk niet af van traditionele bouw, in tegenstelling tot de meeste prefab-betonbouw. Het systeem was ontwikkeld door aannemersbedrijf Van Vliet & Van Dulst en de woningen zijn ontworpen door de Leidse architect L. Sickler jr.

De meeste woningbouwplannen in het noordelijke deel van Schiebroek zijn ontworpen door typisch Rotterdamse architectenbureaus. Architecten als Dirk Dürrer, Wim Fiolet, Harry Nefkens, Leo de Jonge en Vermeer & Van Herwaarden. Geen bekende namen die spectaculaire vernieuwende woonconcepten realiseren, maar degelijke bureaus die goede kwaliteit leveren. Aanvankelijk zijn de opdrachten beperkt tot enkele tientallen woningen, veelal in opdracht voor kleine ontwikkelaars en woningcorporaties als ‘Onderling Belang’, ‘Eendracht maakt Macht’ en ‘Voor het gezin.’ Het betreft vooral woningen voor middenstanders en arbeiders in laagbouw. Maar al gauw worden de opdrachten groter en behalve laagbouw komen er enkele hoogbouwaccenten. De wijkraad voor Hillegersberg-Schiebroek heeft bezwaar tegen de hoogbouw omdat die het tuinstadkarakter zou aantasten. Maar de Dienst Stedebouw en de wethouder denken dat hoge woongebouwen een markant accent kunnen vormen.

Schiebroek-Midden
Ten zuiden van de Peppelweg worden vanaf 1953 enkele grote contingenten woningen gebouwd. Tussen de Kastanjesingel en het Ganzerikplein worden 325 woningen voor de woningbouwvereniging 'Onderling Belang' gebouwd. De laatste paal van dit project van architectenbureau Vermeer en Van Herwaarden wordt op 18 augustus 1953 geslagen. Dezelfde dag wordt de eerste paal geslagen voor 70 woningen van de rooms-katholieke woningbouwvereniging 'Voor 't gezin'. Deze woningen aan de Zwaardleliestraat zijn een ontwerp van architect J. A. Lelieveldt. Hier is strokenbouw toegepast: de woningen zijn allemaal optimaal op de zon georiënteerd en liggen aan woonpaden.

En dan wordt ook nog op 27 april van dat jaar de eerste paal geslagen voor 396 woningen aan de oostkant van het Ganzerikplein. Een project van Patrimonium Woningstichting naar ontwerp van architectenbureau Jos en Leo de Jonge. Het zijn allemaal woonblokken van drie of vier lagen, met galerijen of portieken. En allemaal huurwoningen; de woningen kosten per week ongeveer 11 à 12 gulden (circa 5 euro). Daarvan resteert alleen nog het geknikte blok aan de Strobloemstraat.

De kwantiteit gaat af en toe ten koste van de kwaliteit. Zowel de bouwkundige als de architectonische kwaliteit. Maar de veelal jonge gezinnen die een dure zolderetage of inwoning bij één van de ouders kunnen verruilen voor zo'n woning zijn er blij mee. En voor de kinderen zijn de nieuwbouwwijken met veel groen een paradijs.

De bebouwing in het midden van de buurten bestaat uit portiekflats van drie lagen en een kap, terwijl de bebouwing langs de Peppelweg vier lagen hoog met een kap is. De vier bouwlagen hoge bouwblokken verbonden het wijkpark aan de Ringdijk, het wijkcentrum (het Rododendronplein), de twee buurttuinen (het Ganzerikplein en het plein bij de Soldanellestraat) en het stations­plein. In tegenstelling tot de portiekflats – waarvan de meeste met een bouwsysteem van geprefabriceerde elementen tot stand kwamen – onderscheidde de door architect W.J. Fiolet ontworpen bebouwing langs de Peppelweg zich door een fraaie gevelcompositie, ritmiek en detaillering. In 1952 werden de eerste woningen opgeleverd. In zijn ontwerp onderscheidde Gorter arbeiderswoningen in het midden van de buurten en grotere 'middenstandswoningen' langs de buitenranden. 

De architecten E.H. en H.M Kaaijvanger en ir. St. van Duin bouwden in 1953 aan de Peppelweg 94-144 84 maisonnettes en 21 winkels. Er kwamen veel winkels rond de Peppelweg en het Rodondendronplein, dit gebied werd het centrum van Schiebroek. Het was een bijzondere bouw, in de Cultuurhistorische verkenningen Schiebroek (2018) staat: "Ook langs de Peppelweg lag de architectuurstandaard hoog. Langgerekte bouwblokken van vier verdiepingen hoog en winkels op de begane grond onderscheiden zich door fraaie gevelcompositie, ritmiek en detaillering.". De bouwstroom van 1955 ging naar het Architectuur- en ingenieursbureau Vermeer en Herwaarden. De tweede bouwstroom in 1956 werd uitbesteed aan architect Ernest Groosman; hij ontwierp een plan voor 1966 woningen: portieketageblokken, galerijflats en laagbouw. 

Jos Roozenbeek, de zoon van de wijkagent van Schiebroek en Hillegersberg, beschrijft het wonen in de nieuwbouw portiekflat Peppelweg 180b. "Mijn ouders hebben korte tijd ingewoond. Omdat ze een gezin stichtten kregen ze de flat op de Peppelweg. Voor die tijd een luxe woning met een grote huiskamer, lavet, geiser en douche en twee slaapkamers. Hoewel het koud was in de winter - de ijsbloemen stonden op de ramen - was de woning droog en vrij van vocht en schimmel. In de huiskamer was een kolenkachel en in de kelder bevond zich een kolenbunker met een luikje op straatniveau, zodat de kolenboer van buitenaf de bunker kon vullen. Tussen de flats lagen grasvelden omzoomd door struiken. Een heerlijke plek om te spelen, het was een heel veilige omgeving.".

Laagbouw aan de Meidoornsingel en omgeving werd gerealiseerd vanaf circa 1951, appartementen kwamen er in 1960. Schiebroek groeide rap: in 1955 was al een stadswijk met 10.400 inwoners en in 1958 waren het er al bijna 14.500. 

Op 17 augustus 1953 werd de eerste paal geslagen voor een blok van 70 huizen aan de Meidoornsingel en Zwaardleliestraat voor de woningcorporatie 'Voor het gezin'. Aan de Zwaardleliestraat staan de tweelaags-appartementen dwars op de straat, tussen de flats is er groen, naar ontwerp van architect Jan A. Lelieveldt (1900-1970). De maisonettewoningen met houtbekleding waren bedoeld voor grotere gezinnen, de beganegrondwoningen voor alleenstaanden of echtparen zonder kinderen. De eerste paal voor het project wordt geslagen op  1953. De uitvoering ligt bij het Vlaardingse bouwbedrijf B. en P. Both. Het gebruik van hout voor de gevels is bijzonder in deze tijd.Van ouds her worden deze huizen 'Zweedse huizen' genoemd, wellicht vanwege het hout, wellicht om dat met Zweeds (of Noors) stormramp-hulp-geld de huizen zijn gebouwd. 

'Patrimonium' bouwde westelijk van de Meidoornsingel, in de Strobloemstraat en omgeving, 396 woningen.Tussen de Kastanjesingel en het Ganzerikplein ontwierpen architecten Vermeer en Van Herwaarden voor woningbouwvereniging 'Onderling Belang' een complex van 311 portiekwoningen en 14 eengezinshuizen en een Groene Kruisgebouw, de Ereprijsstraat en de Dalkruidstraat. De woningen hebben een opmerkelijke terugliggende kap. Is dit om vanaf straatniveau een modern plat dak te suggereren? Technisch lijkt het vragen om moeilijkheden om de dakgoten boven de buitenmuren te leggen. Er zijn drie en vierkamerwoningen. Zowel de entrees van de blokken als de eengezinswoningen hebben een betonnen kader. Alle woningen kregen een Bruynzeel Monta keuken en alle schoorstenen kregen een aansluiting voor een gashaard.

In Het Vrije Volk van 18 augustus 1953 stond : "Onder grote belangstelling werd vanmorgen aan de Kastanjelaan (-singel red.) te Schiebroek de laatste van de bijna 4700 houten palen geslagen, die eind van het volgend jaar 325 woningen, acht garages, een magazijnruimte en een Groene-Kruisgebouwtje zullen dragen. Deze huizen worden door het bouwbedrijf Omme en De Groot gezet voor de woningbouwvereniging Onderling Belang. Na het slaan van deze laatste paal sprak de voorzitter van de woningbouwvereniging, de heer J. Spronkers, over de goede samenwerking met het gemeentebestuur en hij richtte woorden van erkentelijkheid tot de aannemer en het architectenbureau Vermeer en Van Herwaarden. De heer G. Spronkers sprak vervolgens gelukwensen uit namens de Federatie van Woningbouwverenigingen in Rotterdam. In de directiekeet wenste ir H.K. Duhoux, adjunct-directeur van Volkshuisvesting, Onderling Belang veel succes.". Er was een strenge selectie of je wel een woning mocht huren. Criteria waren onder andere het hebben van twee of meer kinderen, netjes zijn en het hebben van een vaste baan. In de Larikslaan werden in die tijd 10 herenhuizen gebouwd. 

Schiebroekenaren verenigden zich: in oktober 1955 verschijnt een eerste maandblad en op 26 april 1956 is het wijkopbouworgaan 'De Schiebroekse Gemeenschap' een feit. Uit het eerste maandblad: "U bent hier korter of langer tijd woonachtig in een wijk waar pogingen aangewend zijn om planmatig te bouwen, d.w.z. niet alleen maar woongelegenheid scheppen, maar ook levensmogelijkheden.".



In 1957 bouwt het 'Huisgezin' aan weerszijden van de Wilgenplaslaan ruim 1000 woningen en acht winkels. In verband met het nabijgelegen vliegveld in maximaal drie lagen. Rond 1960 werd er voor het eerst ook ‘echte’ hoogbouw in Schiebroek Zuid geprojecteerd: er kwamen zes flatgebouwen, waarvan er drie huisvesting zouden geven aan bejaarden, de drie andere voor ‘normale’ bewoning. Niet iedereen was er gelukkig mee. De leden van de Wijkraad voor Hillegersberg-Schiebroek hadden bezwaren tegen de etagebouw, die naar hun mening het oude tuinstadkarakter zou aantasten, met name in het noorden van Schiebroek. De dienst Stadsontwikkeling hield voet bij stuk: de hoge woongebouwen fungeerden als ‘markante begrenzing van het stedelijk gebied’ en voldeden beter dan ‘een onduidelijke uitloop van de bebouwing in de het polderland'. Op 24 februari 1966 werd het 'bejaardencentrum De Wilgenborgh' aan de Adriaan Kluitstraat geopend: een verzorgingshuis van vijf bouwlagen met 168 eenpersoons- en 14 tweepersoonskamers.

Architect Harry Nefkens ontwierp in de jaren 1957-1960 meerdere woningbouwprojecten in Schiebroek voor particuliere bouwondernemingen. Aan de Larikslaan en Meidoornsingel werden in 1957 negentien eengezinswoningen gebouwd, verdeeld over vier blokken met gevels waarin balkons en overgangszones op de begane grond waren geïntegreerd. In 1959-1960 volgde een groter project aan de Abeelweg met een woongebouw en drie blokken doorzon-eengezinswoningen met vrijwel volledig glazen gevels en zorgvuldig ontworpen entrees. Deze woningen werden ontwikkeld door het Bouw- en Aannemingsbedrijf Gebr. Spindler, maar zijn later door verschillende eigenaren op uiteenlopende manieren aangepast. Daarnaast ontwierp Nefkens het gebied tussen Adrianalaan, Ahornlaan en Abeelweg met vrijstaande woonblokken rond een gemeenschappelijke tuin, inclusief een achtlaagse flat, bejaardenwoningen en een winkelruimte op de hoek van Adrianalaan en Olijflaan.

In 1959 werd op de hoek van de Kastanjesingel en de Peppelweg door de architecten Vermeer &Van Herwaarden een karakteristiek pand gebouwd met een uitbouw met vertikale kolommen en een rechthoekig torentje waar een Natuurhistorisch Museum in werd gevestigd. Het werd het gebouw van de Spaarbank Rotterdam en is nu een HEMA-filiaal.Het groen wordt niet vergeten: zo is in 1965 de aanleg van het Schiebroekse Park een feit. En evenmin het openbaar vervoer: in 1966 besluit de gemeenteraad voor het doortrekken van tramlijn 5; op 24 januari 1969 is de eerste officiële rit door Schiebroek. 

Schiebroek-Zuid
Stedebouwkundig plan Schiebroek-Zuid (1954-1959). Halverwege de jaren vijftig bleek dat tegen de aanleg van een begraafplaats in het zuidelijk deel van Schiebroek ernstige bezwaren bestonden. Bodemonderzoek wees uit dat de grond door verwachte verzakkingen niet geschikt zou zijn. De woningnood hield ook aan en begraafplaats Hofwijk in Overschie wordt uitgebreid. De in Schiebtroek geplande begraafplaats moest plaats maken voor een woonwijk voor duizenden gezinnen. In het deel bij de Wilgenlei worden vanaf 1958 514 woningen gebouwd voor Patrimonium Woningstichting. Voornamelijk galerijwoningen en allemaal ontworpen door architectenbureau Vermeer en Van Herwaarden. De rest van Schiebroek-Zuid wordt bebouwd volgens een stedenbouwkundig plan van Ernest Groosman, die ook alle 1038 woningen ontwerpt. Alle woningen worden ook gebouwd door één aannemer: Gebr. van der Luitgaarden en Winkelman. Opdrachtgever is de rooms-katholieke woningbouwvereniging 'Voor het gezin'. Op 7 december 1957 gaat de eerste paal de grond in. Hier is open stedenbouw à la Pendrecht toegepast, met losse blokjes portiekflats en laagbouw in het groen. Verspreid in de wijk liggen stroken winkels voor dagelijkse boodschappen. Er is een school en een middelbare school en verder zijn er complexen voor bejaarden.

De woningbouw van Schiebroek Zuid werd ondergebracht in twee woonbuurten. Net als in Schiebroek-Midden werden de buurten gegroepeerd rond een buurttuin. De buurten werden gescheiden door de Meidoornsingel. Gekozen werd echter niet voor een hoofdontsluiting via de Meidoornsingel, maar via de Wilgenplaslaan. De woningen waren over­wegend bedoeld voor arbeidersgezinnen, maar in de noordpunt projecteerde de Dienst een buurt met ‘middenstandswoningen’. Doordat de wijk in één doorgaande beweging gebouwd werd, was er een grote eenheid. De schaalvergroting, met het (na 1970) deels bebouwen van de buurttuinen en de wijziging in de ontsluiting hebben de herkenbaarheid van de buurten-met-eigen-identiteit teniet gedaan.

De grote woningschaarste duurde tot aan de jaren '70. Zo was het in 1968 nog verplicht dat je voor het kopen van een huis een vergunning nodig had. Als je huis 'te groot' was, werd je verplicht inwoning te nemen. Zoals een stel zonder kinderen dat in 1968 een huis kocht aan de Heinsiuslaan: zij verhuurden de bovenverdieping aan een verpleegster van het Sint Fransiscus Gasthuis. De verpleegster ging na 4 jaar weg, toen was het huis 'vrij'.

Schiebroek: wederopbouwwijk (kerken, scholen en overige maatschappelijke voorzieningen) 
Hoewel velen direct na de oorlog echt met elkaar stad en land wilden opbouwen, kwam al snel de verzuilig volledig terug. Er kwamen scholen voor de verschillende stromingen in het geloof, met name hervormd, gereformeerd en katholiek. Boodschappen werden gedaan bij geloofsgenoten, kinderen mochten niet spelen of op school zijn met kinderen van een ander geloof. Niet-hervormde kindjes spraken, met een glimlach, over de Slechte Herderschool (= de Goede Herderschool, NH) en diverse 'gelovige' kindjes over de Zure Regenschool (= de Gouden Regenschool, openbaar).

Op het Kastanjeplein in Schiebroek werd in 1957 een grote kerk voor de Nederlands Hervormden gebouwd, de Goede Herderkerk. De Arnhemse architect G. Feenstra kreeg de opdracht voor de Goede Herderkerk. De kerk telt 650 zitplaatsen, er is een biljartzaal, een bibliotheek en een aantal ruimtes voor vergaderingen en allerhande activiteiten. Enigszins terzijde ligt een apart gebouwdeel, via een smalle vleugel verbonden met het hoofdgebouw. Hier zijn op de begane grond vier lokalen voor kleuterschool, zondagschool en clubwerk; op de verdieping ligt een film- en toneelzaal voor 300 mensen. Achter de kansel bevindt zich een groot glas-in-lood-raam van de Groningse kunstenaar Jan Wijkmans (1905-1961). Bij de entree aan de buitenzijde is een mozaïek van Berend Hendriks (1918-1997) aangebracht, voorstellende de goede herder en zijn schapen. Het kerkgebouw is nog steeds in gebruik als kerk en is door de ligging op een eilandje en de markante toren van 35 meter hoog het herkenningspunt van Schiebroek. Aan de Wilgenplaslaan zijn in de jaren zestig nog een katholieke en een gereformeerde kerk erbij gekomen. De rooms-katholieke Verrijzeniskerk van architect J.G. van Heck met 700 plaatsen uit 1964 is in 2023 gesloopt. De gereformeerde Vredevorstkerk uit 1964 van de gebroeders Lengkeek is in 2021 gesloopt. De naoorlogse kerken zijn ruim voorzien van beeldende kunst. Het glas-in-betonraam van de Vredevorstkerk van drie bij elf meter van Johan Verheij is gespaard gebleven. Dit bijzondere kunstwerk is hetplaatst in de Evangelische Gemeente Ommoord (EVGOM).

Schiebroek heeft veel naoorlogse scholen, van kleuterscholen, tot middelbare scholen en beroepsonderwijs. De kleuterschool aan de Meidoornsingel bij de Spinbollaan uit 1957 is ook een systeemschool. Een zgn. Den Hollanderschool, vernoemd naar de gemeentearchitect B.M. den Hollander. Opvallend is het vrijstaande twaalfhoekige speellokaal. Schiebroek-Zuid is helemaal door de rooms-katholieke woningbouwvereniging 'Voor het gezin' gerealiseerd. Ook de inmiddels gesloopte lagere Stephanusschool was dus katholiek. Het was een systeemschool, zoals er vele in Rotterdam zijn gebouwd. Eveneens van katholieke signatuur is de Fatimaschool aan de Larikslaan, vlakbij de Pauluskerk. Deze is in 1957 geopend. Architect is G. de Regt. Voor middelbaar onderwijs moeten de Schiebroekse scholieren naar Rotterdam of Hillegersberg fietsen. De christelijke HBS begint in 1958 met 88 leerlingen in gebouw De Brandaris. In 1966 is de nieuwbouw van het Melanchthon Lyceum van architectenbureau Lockhorst, Koldewijn, Van Eijk klaar. Aan de Hazelaarweg en het Erasmuspad komen begin jaren zestig technische scholen. Deze zijn beide ontworpen door architect Harry Kammer en inmiddels gesloopt. Aan het Erasmuspad is wel vervangende nieuwbouw voor het Hout- en Meubileringscollege gekomen. Aan de Wilgenplaslaan kwam in 1970 een Nijverheidsschool, de huidige Melanchthon Wilgenplaslaan.

Ook de bejaardenhuisvesting is langs religieuze lijnen georganiseerd. Borgsate is gereformeerd, de Wilgenborgh hervormd en het Johan Brautigamhuis humanistisch. De eerste neutrale bejaardenflat 'Wilgenplas' wordt tussen 1961 en 1963 aan de rand van Schiebroek-Zuid gebouwd. Het is een ontwerp van gemeentearchitect J.C. Bolten en een exacte kopie van een soortgelijk complex aan de Boekenrode in Zuidwijk. Daardoor is er minder voorbereidingstijd nodig en kan er sneller en goedkoper worden gebouwd. In 1968 wordt hier ook een verpleegtehuis gebouwd. Een brutalistisch ontwerp van gemeentearchitect C. Veerling met grindbetonnen gevelpanelen. Anno 2025 zijn de flatbewoners van alle leeftijden; het verpleeghuis is door Aafje verlaten en krijgt een nieuwe bestemming. Het protestants-christelijke woonhuis voor ouderen 'Borgsate' aan de Meidoornsingel is bij oplevering in 1965 het grootste bejaardencentrum van Rotterdam. Het biedt plaats aan 400 bejaarden. Maar dat is niet genoeg, want er is een wachtlijst met 2000 aanvragen. Het is ontworpen door architect Leo de Jonge. Het hervormde bejaardentehuis ‘de Wilgenborgh’ wordt eveneens in 1965 opgeleverd. Een ontwerp van architectenbureau Van der Heijden en Moerman. Het was deels een verzorgingstehuis en deels een bejaardentehuis waar bejaarden zelfstandig wonen. Het gebouw is in 2025 in gebruik genomen als opvanglocatie voor Oekraïense vrouwen. Het Johan Brautigamhuis aan de Berberisweg, ook al uit 1965, is een project van de neutrale stichting Humanitas. Ook hier is een combinatie van verzorgingshuis en bejaardenhuis gerealiseerd. Het ontwerp van architectenbureau W. Swemle en J.H. Kranendonk is gesloopt.

Tuinstad Schiebroek heeft een uitgesproken groen karakter. In het oudere gedeelte hebben de meeste huizen privétuinen en in de naoorlogse bouw zijn veelal collectieve binnentuinen gerealiseerd. De singels vormen groene linten door de wijk. En dan zijn er ook nog enkele parken. Nabij het centrum ligt de Meidoornweide. Vooral een park om in te spelen en te verpozen. In het zuidelijk deel ligt het Melanchtonpark aan de Erasmussingel. Hier zijn ook sportvelden. De westelijke grens rond de N471 en de spoor/metrolijn is een groenzone. Hier ligt nog de Wilgenplas, die alleen qua vorm herinnert aan het natuurzwembad. Deze groenzone mondt in het noorden uit in het Wilgenplaspark. Helemaal in het noorden ligt het Schiebroeksepark. T Hier liggen ook sportvelden en hebben de volkstuinverenigingen ‘Ons Genoegen’, en ‘Lusthof’ hun plek.
Volkstuinvereniging 'Ons Genoegen' ontstond in 1928 uit een groeiende groep tuinders die sinds 1921 groenten verbouwden op gehuurde grond bij de Kleiweg, aan de Achterweg (nu: Erasmussingel). Door armoede en behoefte aan voedselvoorziening groeide de vereniging snel en werden gezamenlijke voorzieningen aangelegd. In die tijd waren er 103 tuinen. Al heel gauw verschenen er bouwseltjes op de tuintjes. Deze werden gemaakt van sloophout, oude deuren en kistenhout. Slechts enkele tuinen hadden een fatsoenlijk optrekje. Na de oorlog ontstonden problemen door beperkte faciliteiten en dreigende onteigening. Na jaren op de Kleiweg te hebben getuinierd, moesten de leden naar een andere locatie. Vanaf eind jaren vijftig moest het complex deels wijken voor woningbouw en sportvelden, wat leidde tot verhuizing en ledenverlies. In 1963 werd een nieuw complex aan de Hoge Limiet betrokken met betere voorzieningen. Het nieuwe complex bevatte volgens tekening 98 tuinen. Slechts 76 tuinen waren aangelegd, omdat er nog 3 boerenhofsteden op de aan ons toegewezen grond stonden. Voor de overige 22 tuinen moesten we dus wachten tot deze boerderijen waren afgebroken. De volkstuincomplexen werden recreatietuinen. Ook bij 'Ons Genoegen'.
Volkstuinvereniging 'Lusthof' heeft ook een lange geschiedenis. Vanaf 1953 huurden enkele bewoners uit de Aronskelkstraat een stuk grond om daar te tuinieren: nutstuinen. Vanaf 3 februari 1955 huurden ze tuintjes van de gemeente langs de Lindesingel. Op 1 september 1955 richtten zij de volkstuinvereniging 'Lusthof' op. Later verhuisde de volkstuinvereniging naar een terrein aan de Ringdijk, ter hoogte van de huidige afslag naar de Melanchtonweg. Daar moesten de tuinders in 1958 opnieuw verhuizen vanwege woningbouw. De gemeente wees hen een nieuwe locatie toe achter de Wilgenplas, in de buurt van het vliegveld. Maar ook deze plek bleek tijdelijk, want nu maakten uitbreidingsplannen voor het vliegveld hier tuinieren onmogelijk. In de zomer van 1960 reserveerde de gemeente miljoenen guldens voor recreatie. Voor Schiebroek betekende dit de aanleg van een groengordel rond de wijk, met een wijkpark aan de Lindesingel. Recreatiegroen kreeg plek in Schiebroek. Voor Volkstuinvereniging 'Lusthof' werd binnen dit plan een groot terrein gereserveerd. Voor hen was het een uitdaging om van het kale polderland een echte ‘lusthof’ te maken. Men ging hard aan de slag; op 26 oktober 1962 vond de officiële overdracht plaats van 145 tuinen. In 1963 werden de eerste huisjes neergezet. Er kwamen twee toiletgebouwtjes, een klein verenigingsgebouw en een winkeltje dat gerund werd door de familie Kool, die een kruidenierszaak op de Adrianalaan had.

Helemaal in het noordelijke puntje van Schiebroek rond de Adrianalaan bevindt zich een industrieterrein. Al in 1923 komt hier een eerste bedrijfspand, voor de Eerste Nederlandse Behangselpapier Fabriek (ENBF). In 1935 worden de panden overgenomen door drukkerij Stadler & Sauerbier. Deze heet sinds het honderdjarig bestaan Royal Sens en heeft nog steeds een uitgebreide speciaaldrukkerij met kantoor aan de Weegbreestraat. Het bakstenen pand is diverse malen uitgebreid. In 1956 wordt ernaast aan de Weegbreestraat een fabriek gebouwd voor de Sunrise Limonade Company. Het gebouw is ontworpen door architect B. Reinders en omvat fabriekshallen, kantoor, magazijn, woonhuis en laboratorium. Het familiebedrijf van Johannes Hendriks (1909-1961) verandert begin jaren vijftig de bedrijfsnaam in Sunrise Drankenindustrie. De zaken gaan goed en al in 1959 wordt de fabriek uitgebreid. In de jaren zestig floreert Sunrise, maar in de jaren zeventig wordt het lastiger om te concurreren met de grote merken. Op 1 augustus 1978 rolt de laatste fles van de lopende band en wordt het pand verkocht. In 2011 is het complex door de familie Hendriks teruggekocht. Het is opgesplitst in units en verhuurd aan verschillende bedrijven. In het voormalige kantoor is het Sunrise Museum ingericht. Instrumentenfabriek W.C. ’t Hart en Zoon betrekt in 1956 een complex naast S&S bestaande uit vijf fabriekshallen en een kantoorgebouw. Er worden meet-, smeer- en andere apparaten vervaardigd. Alleen het kantoorgebouw staat er nog.

Er komen nieuwe maatschappelijke voorzieningen, zoals in 1970 het instructiebad aan de Adrianalaan. De toenemende welvaart heeft ook een keerzijde voor het woongenot: luchthaven Zestienhoven wordt drukker en drukker en dat geeft dus geluidsoverlast. Er is toename van reguliere vluchten, er zijn nieuwe vluchten zoals de 'bollenvluchten' uit Engeland en er zijn veel meer sportvluchten.

Schiebroek na 1970
In de jaren '70 ontwikkelde Schiebroek zich verder. Wel is het zo dat in die jaren ook Ommoord werd gebouwd. Daar kwamen ruime woningen en veel Schiebroekenaren wilden daar wel naar toe. Behalve woonhuizen kwamen er in Schiebroek ook nieuwe winkels, kerken en scholen. In 1971 werd de kinderboerderij 'De Wilgenhof' in het Berg- en Broekpark geopend. Het park is een strook niet afgegraven veengebied en vormt nu een historisch cultuurlandschap. In 2006 is er een snoekenpaaiplaats aangelegd.

In 1972 werd een 'zusterhuis' gerealiseerd aan het Rodondendronplein, ingang Rodondendronstraat 12-224. Een groot wit gebouw dat de naam Pyramide kreeg, met kleine wooneenheden aanvankelijk bedoeld voor personeel van het Sint Franciscus Gasthuis. Van bewoning door zusters is het echter niet gekomen, het wordt nu verhuurd aan studenten. Het ontwerp is van Jan Hoogstad. De Pyramide heeft 80 studio’s (met een gemiddelde oppervlakte van 23 m2 ) en 29 appartementen (met een gemiddelde oppervlakte van 37 m2). In beide gevallen heb je de keuken, badkamer en het toilet voor jezelf.

In Schiebroek wonen veel ouderen, o.a. het aan de Meidoornsingel 181 gebouwde Borgsate (architect: Leo de Jonge). Borgsate is een verzorgingshuis met ongeveer 160 bewoners, gebouwd in 1965 als ‘Bejaardencentrum Borgsate’ voor de huisvesting en verzorging van protestants christelijke ouderen. Met een capaciteit van 330 plaatsen was Borgsate één van de grootste centra van Nederland. In 1982 heeft een verbouwing plaatsgevonden waarbij de woningen zijn samengevoegd. De kerken van Schiebroek, Hillegersberg en Terbregge waren behalve initiatiefnemer van de bouw ook leverancier van bewoners en vrijwilligers. Tot op de dag van vandaag wordt Borgsate gekenmerkt door een grote buurtbetrokkenheid: de meeste bewoners zijn afkomstig uit Schiebroek en circa 150 omwonenden zijn er als vrijwilliger actief.

Architect Leo de Jonge (1919-2009) heeft diverse woningbouwprojecten gerealiseerd in Schiebroek. Het bureau van vader en zoon Jos en Leo de Jonge was reeds voor de oorlog de vaste architect van woningstichting Patrimonium. Er werden voor Patrimonium zo'n 400 woningen in Schiebroek, en ook honderden woningen elders in Rotterdam gerealiseerd. Vermoedelijk speelde de gereformeerde achtergrond van de vader van Leo de Jonge, Jos de Jonge (1887-1965), daarbij een rol. In Schiebroek betreft het o.a. 17 woonblokken van drie woonlagen ten zuiden van de Peppelweg, tussen Meidoornsingel en Ganzerikplein. Ze zijn grotendeels gesloopt en alleen het geknikte blok aan de Strobloemstraat staat er nog.Meest bijzondere project is het blok woningen aan de Meidoornsingel 83-105, op de hoek van de Peppelweg. Het betreft portiekflats met een uitgesproken moderne uitstraling, met grote ramen, royale balkons en platte daken. In het bouwblok is nauwelijks merkbaar een poort opgenomen naar de expeditiehof voor de winkels aan de Peppelweg. Hier zijn ook enkele bedrijfsgebouwen. De woningen liggen iets verhoogd ten opzichte van het straatniveau.

In 1973 werd aan de Wilgenlei 303-786 Borghave ('Borgsate 2') gebouwd. In 1993 kwam de seniorenflat Meijburg (aan de Wilgenlei, tussen Borgsate en Borghave). Andere grote panden voor ouderenhuisvesting zijn o.a. De Wilgenborgh (Adriaan Kluitstraat, 1966), Johan Brautichamhuis (Berberisweg, vòòr 1975, gesloopt, is nu de Schiebroekse Parkflat, 1998), bejaardencentrum Hamakerstraat.

In het kader van de wijkverdichting had de gemeente plannen om op allerlei kleine 'groene' locaties in Schiebroek in totaal 1000 nieuwe woningen te bouwen. Na veel protest van bewoners werden de plannen aangepast: 300 nieuwe woningen, onder andere de Wessel Gansfortweg, Paul Scholtensingel, Wiardapad en aan de Ringdijk (waaronder het ouderencomplex De Kleyburg). Na 1985 is een aantal woningbouwplannen gerealiseerd op de groene locaties in Schiebroek-Zuid: langs de Donkersingel, de Ringdijk en aan het Meijersplein. In Schiebroek-Midden, in de woonbuurten ten zuiden van de Peppelweg, is op twee wat grotere plekken sloop-nieuwbouw gepleegd. Het voormalige, in 1932 gebouwde, buurtcentrum 'Arcadia', later 'De Brandaris', maakte in 1987 plaats voor een achttal woningen. Geheel aan de noordrand werd rond 1990 het voormalige terrein van de rioolwaterinrichting aan de Hoge Limiet (Dirk Swarteveldplein) bebouwd, de stedenbouwkundige opzet van het woonbuurtje herinnert aan de ronde vorm van de waterzuivering.

Tussen 1992 en 2006 werd het gebied rond het Ganzerikplein vernieuwd. Sloop en nieuwbouw. De bestaande woningen uit de wederopbouwtijd voldeden niet meer. De verwaarloosde portiekblokken hadden een negatieve uitstraling op de woonomgeving, de 'multi-sociale samenstelling van het gebied' kwam in het geding. In samenspraak met de bevolking werden nieuwe grotere, duurzaam gebouwde, woningen in diverse prijs- en huurklassen gebouwd. Eerst kwamen nieuwe woningen voor herhuisvesting van de ouderen. Rond de nieuwe woningen kwamen gemeenschappelijke tuinen die werden gezien als 'eigen tuin'. Aanvankelijk was er veel weerstand tegen de sloop, maar de laatste sloopplannen werden met applaus onthaald. Duurzaam bouwen met groen.

Schiebroek in de 21ste eeuw
In 1999 kwam het Uitvoeringsplan Wijkaanpak Schiebroek 2000 tot 2005. De naoorlogse woningen van Schiebroek raakten verouderd en er ontstonden in de wijk sociale problemen. Op basis hiervan werd gekozen voor sloop en nieuwbouw in Schiebroek-Midden. Van 1994 tot 2007 heeft PWS rond het Ganzerikplein in totaal 324 naoorlogse portiekwoningen vervangen door nieuwbouw. Modern, maar met behoud van de stedenbouwkundige structuur en het tuinstadkarakter van Schiebroek. Betrokken architectenbureaus waren: Van Schagen Architekten en, wat betreft de Maskerbloemstraat 6-94 en Zwaardleliestraat 5-27 Klunder Architekten. De winkels en appartementen aan de Peppelweg ten noorden van de Kastanjesingel zijn in opdracht van COM Wonen gesloopt in 2017 en vervangen door eengezinswoningen. De architect was Urbis. Het winkelgebied, dat veel leegstand kende, werd zo verkleind tot een levendig winkelgebied rond het Rododendronplein. De ontwikkeling van Schiebroek gaat natuurlijk verder, er worden nieuwe plannen gemaakt. In 2007 kwam het Masterplan Schiebroek, tien jaar later het Plan Schiebroek-Zuid 2017-2019. In 2019 zag de Gebiedsvisie Schiebroek 2030 het licht: verregaande urbanisering met behoud van het groene karakter. Ook in deze visie is extra aandacht voor Schiebroek-Zuid. De architect van veel panden rond de Asserweg zijn van architect Ernest Groosman. Besloten is tot grootschalige renovatie, de panden aan de Meidoornsingel 260-306, Krabbestraat en De Blécourtstraat zijn in 2025 aangepakt door Steenhuis Bukman Architekten in opdracht van BIKbouw (voorheen HEFwonen).

Nieuwe regionale en landelijke infrastructuur legde een grote druk op Schiebroek. Er is veel overlast, maar er is ook 'winst'. De aanleg (van 2000-2006) en het gebruik van de Hoge Snelheids Lijn tussen Rotterdam en Schiphol zorgt voor blijvende overlast. Zo ook de aanleg van de A16 Rotterdam. Schiebroek wordt geheel omsloten door drukke en lawaaierige auto- en spoorwegen. Daarbij komt nog dat Rotterdam The Hague Airport ook hinder blijft veroorzaken. Het ombouwen van de NS-Hofpleinspoorlijn naar de RET-metrolijn E en de ingebruikname daarvan vanaf 2011 geeft naast geluidsoverlast veel winst voor Schiebroekenaren door nieuwe stations en een de veel hogere frequentie. 

Nieuwe plannen vormen de basis voor verdere ontwikkeling van Schiebroek, wat ook sloop en renovatie van bestaande panden inhoudt, vooral in Schiebroek Zuid. Com.wonen (voorheen: De Combinatie) sloopte in 2006 twee de flats aan de Asserweg bouwde er lage koopwoningen en de 'Asserflat' voor terug. In 2007 kwam het Masterplan Schiebroek, tien jaar later het Plan Schiebroek-Zuid 2017-2019. In 2019 zag de Gebiedsvisie Schiebroek 2030 het licht: verregaande urbanisering met behoud van het groene karakter. Ook in deze visie is extra aandacht voor Schiebroek-Zuid. Schiebroekenaren moeten wel wennen aan de vele veranderingen; zo schreef een oud-Schiebroekenaar: "Ik staar naar de prominente hoofdletters ISLAM op de ramen van mijn voormalige lagere school 'De Wilgenhoek', gebouwd in 1960. Sinds het schooljaar 2020/2021 is dit de nieuwe islamitische basisschool Isra.". De ontwikkeling staat niet stil!

Voor de leefbaarheid van de wijk zijn speelvoorzieningen en parken van belang. In 2010 is het Melanchtonpark opgeknapt. De opening hiervan met een rondleiding voor de omwonenden vond plaats op 1 september.

In 2024 zijn op het gebied grenzend aan de Teldersweg twee scholen en de Vredevorstkerk gesloopt en is het wooncomplex Salix gerealiseerd: 60 appartementen en 14 gezinswoningen. De nabijgelegen Lidl ontwikkelt daar een grote supermarkt met een ander nieuwbouwproject er bovenop. Tussen Salix en de supermarkt wordt een nieuw plein gerealiseerd: Schiebroek als tuinstad van de 21ste eeuw.
 
In Schiebroek zijn niet veel historische monumenten. Maar toch: in 2008 werd het hek voor de (gesloten) begraafplaats van Schiebroek en het baarhuisje beide aangewezen als gemeentelijk monument. In 2021 werd ook het uit 1930 stammende raadhuis van Schiebroek een gemeentelijk monument.

Schiebroek-Zuid aantrekkelijker en toekomstbestendig
In oktober 2025 kondigde de gemeente aan dat met Hef Wonen 836 woningen in Schiebroek-Zuid vernieuwen. De basis hiervoor is de ‘Gebiedsvisie Schiebroek 2030’, die in 2019 werd vastgesteld. Deze visie zet in op een wijk waar mensen prettig en betaalbaar kunnen wonen, met veel groen, veilige buitenruimtes en goede voorzieningen voor sport, welzijn en ontmoeting. Inmiddels zijn al verschillende initiatieven vanuit onder meer de zorg en particuliere ontwikkelaars gerealiseerd. Het projectambitiedocument Schiebroek-Zuid is een belangrijke volgende stap, met aandacht voor zowel woningen als de mensen die er wonen. Het document bevat de plannen voor de vernieuwing van 836 woningen van Hef Wonen. Het grootste deel van deze sociale huurwoningen wordt gerenoveerd: vocht- en schimmelproblemen worden verholpen, energielabels verbeterd naar minimaal A en bewoners gaan elektrisch koken. Een kleiner deel maakt plaats voor nieuwbouw, waardoor het woningaanbod gevarieerder wordt en bewoners meer mogelijkheden hebben om binnen de wijk door te stromen. Het aantal sociale huurwoningen blijft minimaal gelijk, terwijl daarnaast extra woningen in het middensegment worden toegevoegd. Bewoners van gesloopte woningen krijgen een ‘blijf-in-de-buurt garantie’.

De vernieuwing van Schiebroek-Zuid bouwt voort op de sterke punten van de wijk, zoals de parken, lanen en collectieve binnentuinen. Nieuwe woningen en voorzieningen worden hierin ingepast, terwijl de openbare ruimte groener en aantrekkelijker wordt ingericht. De binnentuinen van Hef Wonen en aangrenzende openbare ruimte worden verbeterd en nodigen uit tot ontmoeting, bewegen, spelen en verkoeling. Ook is er aandacht voor waterberging, koele verblijfsplekken en vergroening van de parkeerhoven. De fysieke vernieuwing gaat hand in hand met sociale versterking. Hierin is ook een belangrijke rol weggelegd voor het programma bestaanszekerheid, dat inzet op het vergroten van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid in de wijk.De vernieuwing gebeurt stap voor stap over een periode tot 2040, waarbij elke fase in goed overleg met bewoners wordt uitgewerkt. De renovatie, sloop en nieuwbouw worden in drie vakken gerealiseerd. In het eerste vak is het eerste blok in 2025 gerenoveerd en de tweede renovatie in 2025 in uitvoering.

1941 Uitbreidingsplan Schiebroek tnv Cipreslaan VdBroek&Bakema (niet doorgegaan)

Schiebroek

1941 Ontwerp van Van den Broek voor een tuindorp ten noorden van de Cipreslaan (niet gerealiseerd)

  Bekijken  
1941 Uitbreidingsplan Schiebroek twv spoor VdBroek&Bakema (niet doorgegaan)

Schiebroek

1941 Ontwerp van Van den Broek voor een tuindorp ten westen van station Wilgenplas (niet gerealiseerd)

  Bekijken  

Schiebroek

1949 Uitbreidingsplan Schiebroek (Paul Gorter)

  Bekijken  
1951. Herzien uitbreidingsplan voor Schiebroek

Schiebroek

1951 Herzien uitbreidingsplan voor Schiebroek 

  Bekijken  
1951 Impressie van de 'Pronto' woningen in Schiebroek Noord

Schiebroek

1951 Impressie van de 'Pronto' woningen in Schiebroek-Noord (in: De Maasstad)

  Bekijken  

Schiebroek

Adriaan Kluitstraat 170, bejaardencentrum 'De Wilgenborgh'

  Bekijken  

Schiebroek

1955 Peppelweg, achterzijde winkels (laden en lossen)

  Bekijken  
1956 Petuniahof, 2e wijkgebouw van de afd. Sb Hgb, links Vergeetmenietstraat gezien va Ganzerikplein. Foto C.M. Tholens k

Schiebroek

1956 Het Groene-Kruisgebouwtje aan de Petuniahof is tegenwoordig de wijkhub (foto: STAR).

  Bekijken  
1936 1961 Sleedoornlaan Montessorikleuterschool

Schiebroek

Sleedoornlaan, Montessorikleuterschool (1936), paviljoen toegevoegd (1961). Foto: 2025, Marlies Langeweg

  Bekijken  
1957 Spinbollstraat Meidoornsingel Den Hollanderschool. Foto STAR

Schiebroek

Spinbollstraat/  Meidoornsingel
Den Hollanderschool (1957). Foto STAR 

  Bekijken  
2022 Wijkraad Schiebroek k

Schiebroek

2022 Schiebroek krijgt sinds 1941 weer een eigen bestuur: als wijkraad van Rotterdam

  Bekijken