De ontwikkeling van Schiebroek

(vanaf 1945)

In 1945 bestond Schiebroek uit drie, relatief ver van elkaar gelegen, onafgemaakte bebouwingskernen: de historische kern aan de Kleiweg in het zuiden, het Adrianalaankwartier in het noorden en het Molenvlietkwartier tegen de Ringdijk aan.

In 1950 werd een uitbreidingsplan vastgesteld. De gedachte van de tuinstad werd verlaten, er was woningnood, er kwamen flats. De Peppelweg en het Rodondendronplein werden het centrum van Schiebroek.

foto: 1958  Peppelweg

Een geliefde nieuwe woonwijk

1950 Uitbreidingsplan Schiebroek
Het Uitbreidingsplan Schiebroek (1950, Plan in hoofdzaak Schiebroek, Paul Gorter), gaf een heldere bouwkundige structuur. De aanhoudende woningnood dwong een architectonische en stedenbouwkundige schaalvergroting af, die het gevolg was van de toepassing van nieuwe bouwsystemen. Gorter vatte oud- en nieuw- Schiebroek op als één geheel. Op dit geheel paste hij de wijkgedachte toe, waarbij het wijkcentrum zich reeds aan de Peppelweg bevond. Het meest noordelijke deel werd, met het oog op de ontwikke­lingen van de luchthaven Rotterdam, bestemd voor agrarische en recreatieve doeleinden. In het midden­gebied werd de bestaande bebouwing afgerond tot ­woonwijk voor arbeiders en middenstanders. In het meest zuidelijke deel, een zeventig hectare groot terrein, was een nieuwe begraafplaats ingericht. Geheel in het westen, aan het uiteinde van de Adri­analaan, was een relatief klein industrieterrein gepro­jecteerd. Het Ganzerikplein, de Ereprijsstraat, de Dalkruidstraat, voorbeelden van bouw in de jaren '50, de tijd van de hoge woningnood na de oorlog.

Landschapsarchitect Paul Schil­peroort was verantwoordelijk voor het ontwerp van de openbare ruimte, dat een getrapte opbouw kende: van gemeenschappelijke tuin, naar buurttuin tot wijk­park (de Meidoornweide). Nieuwe groengordels met recreatieve voorzieningen sloten Schiebroek zowel in het zuiden als in het noorden af. De bestaande poldertochten werden omgewerkt tot singels en brede vijverpartijen en structureerden de wijk in oost-westrichting.

De tuinstadgedachte was verlaten. Een van de belangrijkste nieuwe toevoegingen was de Peppelweg. Deze nieuwe hoofdroute dwars door de wijk nam de functie van de te excen­trisch gelegen Adrianalaan over. De vier bouwlagen hoge bouwblokken verbonden het wijkpark aan de Ringdijk, het wijkcentrum (het Rodondendronplein), de twee buurttuinen (het Ganzerikplein en het plein bij de Soldanellestraat) en het stations­plein. In tegenstelling tot de portiekflats – waarvan de meeste met een bouwsysteem van geprefabriceerde elementen tot stand kwamen – onderscheidde de door architect W.F. Fiolet ontworpen bebouwing langs de Peppelweg zich door een fraaie gevelcompositie, ritmiek en detaillering.

Halverwege de jaren vijftig bleek dat tegen de aanleg van een begraafplaats in het zuidelijk deel van Schiebroek ernstige bezwaren bestonden. Bodemonderzoek wees uit dat de grond door verwachte verzakkingen niet geschikt zou zijn. De begraafplaats maakte plaats voor een woonwijk voor duizenden gezinnen. Schiebroek-Zuid werd in het plan opgedeeld in twee buurten rondom ‘buurttuinen’. De woningen waren over­wegend bedoeld voor arbeidersgezinnen, maar in de noordpunt projecteerde de Dienst een buurtje met ‘middenstandswoningen’.

Schiebroek na 1960
Rond 1960 werd er voor het eerst ‘echte’ hoogbouw in Schiebroek Zuid geprojecteerd: er kwamen zes flatgebouwen, waarvan er drie huisvesting zouden geven aan bejaarden, de drie andere voor ‘normale’ bewoning. Niet iedereen was er gelukkig mee. De leden van de Wijkraad voor Hillegersberg-Schiebroek hadden bezwaren tegen de etagebouw, die naar hun mening het oude tuinstadkarakter zou aantasten, met name in het noorden van Schiebroek. De dienst Stadsontwikkeling hield voet bij stuk: de hoge woongebouwen fungeerden als ‘markante begrenzing van het stedelijk gebied’ en voldeden beter dan ‘een onduidelijke uitloop van de bebouwing in de het polderland'.

Behalve woonhuizen kwamen er ook nieuwe winkels, kerken en scholen. In 1971 werd de kinderboerderij 'De Wilgenhof' in het Berg- en Broekpark geopend. Het park is een strook niet afgegraven veengebied en vormt nu een historisch cultuurlandschap. In 2006 is er een snoekenpaaiplaats aangelegd.

In het kader van de wijkverdichting is er tussen 1985 en 1996  bebouwing toegevoegd. Het Meijersplein is geheel bebouwd en de Teldersweg gedeeltelijk. Na 1985 is een aantal woningbouwplannen gerealiseerd op de groene locaties in Schiebroek-Zuid: langs de Donkersingel, de Ringdijk en aan het Meijersplein. Het meest ingrijpend is de nieuwbouw aan de Donkersingel, waar de voormalige buurttuin onherkenbaar is geworden. In Schiebroek-Midden, in de woonbuurten ten zuiden van de Peppelweg, is op twee wat grotere plekken sloop-nieuwbouw gepleegd. Geheel aan de noordrand werd rond 1990 het voormalige terrein van de rioolwaterinrichting aan de Hoge Limiet (Dirk Swarteveldplein) bebouwd, de stedenbouwkundige opzet van het woonbuurtje herinnert aan de ronde vorm van de waterzuivering.

Rond 2005 werd begonnen met de afbraak van een groot aantal portiekwoningen nabij de Peppelweg. Ze werden vervangen door laagbouw. Dit om de diversiteit van het woningaanbod in de wijk te vergroten. Het winkelcentrum, dat veel leegstand kende, werd verkleind tot een levendig winkelgebied rond het Rodondendronplein.

Nieuwe plannen vormden de basis voor verder ontwikkeling van Schiebroek, wat ook sloop en renovatie van bestaande panden inhield. In 2007 kwam het Masterplan Schiebroek, tien jaar later het Plan Schiebroek-Zuid 2017-2019. In 2019 zag de Gebiedsvisie Schiebroek 2030 het licht: verregaande urbanisering met behoud van het groene karakter. Ook in deze visie is extra aandacht voor Schiebroek-Zuid.